Persschouw
1994-05-06
Gereformeerde verslaafden- Jaargang 38
- nummer 9
Over dit onderwerp schreef Ds. T.S. Huttenga, geref. predikant (vrijgemaakt) te Groningen-West, een duidelijk en instruerend artikel in de rubriek: 'Kerkelijk Leven' van de 'Gereformeerde Kerkbode voor Groningen, Friesland en Drenthe'. Hij publiceerde zijn artikel ongeveer een half jaar geleden, maar het blijft aktueel. Onder het kopje: 'Wat doe je eraan?' merkt hij het volgende op:
Maar nu de oplossing voor het probleem.
'Heel simpel', zal iemand zeggen, 'je moet gewoon stoppen'. Als zo iemand een gokker of alcoholist ontmoet, is zijn oordeel dan ook duidelijk.
Verontwaardigd is hij natuurlijk ook.
Hoe haal je het in je hoofd? Het is meteen de reden, waarom een overmatig drankgebruiker aan zo'n persoon zeker niet vertellen zal, dat hij of zij niet van de drank of van het gokken af kan komen. Dat het niet goed is, weet hij of zij ook wel. Dat het een heleboel ellende veroorzaakt, wordt langzamerhand wel duidelijk. Maar nu stoppen. Doe het maar eens! Vaak zijn er al heel wat jaren overheen gegaan, voordat het probleem aan het licht gekomen is. De man of vrouw wil het eerst voor zichzelf niet weten. 'Natuurlijk, drinken doe ik wel, maar verslaafd ben ik niet.' Dan wil je het niet voor je omgeving weten. U vertelt tochook niet alles aan iedereen. Wat in de loop van een aantal jaren gegroeid is, verander je niet in een week. De gebruiker kan inmiddels niet meer zonder.
Zijn lichaam kan niet meer zonder. Het vertoont ontwenningsverschijnselen, die pas verdwijnen als hij opnieuw gebruikt. Meestal spelen op de achtergrond verschillende problemen mee.
Alcohol en gokken worden vaak als tijdelijke probleemoplossers gebruikt.
Dan kun je even alle ellende vergeten.
De borrel ontspant en het geld dat in de gokkast verdwijnt geeft je een kick.
Dat je van gokken nooit rijker wordt, vergeet je. Je haalt er toch ook wel eens wat uit! Trouwens, welke hobby kost nu geen geld? Maar intussen heeft iemand wel een gat opgevuld.
Hoe vul je dat gat op een andere manier?
Een overmatige gebruiker helpen, is niet eenvoudig. Twee adviezen geeft Idske de Jong: Wees betrokken én confronteer. Betrokken. Dat kost ongetwijfeld moeite. Wie heeft niet de neiging om een verslaafde uit de weg te gaan? Maar hier is eerlijkheid geboden.
Wie kent geen verslaving? Te denken valt aan roken. Duidelijk zichtbaar zijn de konsekwenties meestal niet. Maar het is wel een belangrijke doodsoorzaak. Je kunt er oud mee worden, maar je kunt ook twintig keer door het rode licht rijden zonder dat je aangereden wordt! Maar wat denkt u van snoep? Misschien kent u ook het fenomeen van de telefoon versla ving.
En de workaholics ... Een gereformeerd kerklid is vrij, alleen Christus' eigendom.
Maar waarom moeten alleen de gokker en de alcoholist zich bekeren?
Is het een verdienste om geen alcoholist te zijn? Misschien houdt u toevallig niet van wijn of bier en hebt u ook nog het geluk van een fijne familie- en vriendenkring en een goede baan zonder conflicten. We hebben wel gemakkelijk praten, maar ... Betrokkenheid is van belang, maar die is er alleen als je iets begrijpt van die ander zijn probleem. En dat begrip is er, als je jezelf een beetje kent. Ieder heeft zijn eigen zwakheid. De ene zwakheid heeft wel ergere gevolgen dan de andere, maar dat wil dan nog niet zeggen dat zo iemand ook slechter is.
Naast de betrokkenheid is de confrontatie van belang. Degene die veranderen moet, is de gebruiker zelf. Hij moet overtuigd zijn van de noodzaak daarvan.
Hoe bereik je dat? Niet door taken van hem over te nemen. Laat de gokker zijn eigen schulden maar betalen en laat de alcoholist zelf maar zijn baas opbellen om te vertellen dat hij ziek is. Dat lijkt misschien hard, maar anders leren ze nooit wat de gevolgen van hun handelwijze zijn. En als ze die gevolgen niet onder ogen krijgen, waarom zouden ze dan stoppen? De drank en de gokkast zijn inmiddels toch al sterker geworden dan hun geweten.
U begrijpt, dat stoppen niet zo eenvoudig is. Vaak moeten er professionele hulpverleners aan te pas komen.
Ja, in de eerste plaats past het niemand zich boven dergelijke verslaafden te verheffen. Onze houding dient gekenmerkt te worden door lankmoedigheid, die niet in strijd is met de gevraagde beslistheid. Lankmoedigheid behoort bij het navolgen van God waartoe wij in de Bijbel worden opgeroepen.
Dat heeft niets te maken met een onbegrensde tolerantie, maar opent wél de mogelijkheid tot bekering.
Hoe begeleiden wij dergelijke broeders en/of zusters, zodat ze gaan inzien, dat ze op de verkeerde toer zitten en hun leven anders moeten gaan opzetten? Je hebt als gemeente van Christus een bepaalde opdracht, maar welke dan en hoe vervul je die dan? Het is goed zich daarop in bepaalde gevallen konkreet te bezinnen en intussen op alle terreinen de ander voor te leven wat waarachtige zelfbeheersing is. Anders kom je niet geloofwaardig over. Trouwens, zelfbeheersing behoort tot de vrucht van de Geest. (Galaten 5:22).