Huisje bouwen

1994-08-12
  • Jaargang 38
  • nummer 16
"U denkt, dat u weer terugkomt?"
Ze zei het wat schamper.
Een jonge vrouw, een paar jaar getrouwd.
Van huis uit met een dun draadje aan de kerk verbonden. Dat draadje was de zondagsschool, waar ze de bijbelse verhalen had horen vertellen.
Maar toen ze de zondagsschool verliet, knapte ook dat draadje.

Ze kreeg kennis aan een jongen.
Dooplid. Gods stem had in zijn leven geklonken en God had hem bij name geroepen. Maar Jan had er nooit op geantwoord.
Hij was tot z'n vijftiende op catechisatie geweest en in de kerk kwam hij nooit meer. Geloof in God had hij niet.
Wat hij wel had waren een paar gezonde handen.
En daarmee bouwde hij een huis.
Een mooi huis.
Vrijstaand, met een grote lap grond er voor en er achter.
Toen het klaar was, gingen ze trouwen.
Ik ben er na hun huwelijk twee keer geweest.

De eerste keer trof ik ze beiden. Hij zat bij de kachel.
Hij zat er warmpjes bij.
Maar hij deed aan het gesprek niet mee.
Zij wél.
En soms was ze vinnig.
"Als God almachtig is, waarom dan ...?"
Jan bleef zelfs onder deze vraag koud

De tweede keer was zij alleen thuis. Toén zei ze het.
"U denkt, dat u weer terugkomt?"
Ik knikte.
"Dus u denkt, dat er uit al die botjes, die er van een mens overblijven, een nieuw lichaam geschapen wordt?"
schamperde ze. "Mag ik je ook een vraag stellen? Je bent met Jan getrouwd, woont in een mooi huis. Misschien krijg je wel kinderen en ga je later weer werken. Je wordt mogelijk vijfenzestig jaar, krijgt AOW, geniet misschien van een pen-.
sioen. Wie weet word je wel tachtig jaar of nog ouder. En dan ga je dood. Dat is het dan geweest.
Wat is de zin ervan?"
‘tWas even stil.
Ik zie nóg die ogen voor me. Alle spot en cynisme was er uit.
Ze stonden peinzend. Alsof ze verder keken dan waar Jan haar ooit over verteld had.
Kwamen de verhalen van de zondagsschool weer tot leven?
Ze zei: "U hebt gelijk. Als ik niet weer terugkom, is alles zinloos!"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief