Geert Janssen. een gekwetst mens

1994-08-12
  • Jaargang 38
  • nummer 16
Op zaterdaq 23 juli jl. werd op het kerkhof bij de Rotondekerk te Terband bij Heerenveen Geert Janssen begraven.
Nog geen vier maanden na het overlijden van zijn vrouw Gré stierf hij. Tijdens de samenkomst, die aan de begrafenis vooraf ging, sprak ds. K. Muller naar aanleiding van Psalm 23:5 en 6: "Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen; Gij zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over; ik zal in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen." De Heer was zijn herder.

Psalm 23 had voor hem een bijzondere betekenis. Hij heeft er zich aan opgetrokken. Die psalm had hij nodig, want Geert Janssen was een gekwetst mens. De kerkelijke narigheid van de zestiger jaren en alles was daarmee verband hield hebben hem diep geraakt. Er waren mensen, broeders, die hem benauwden. Het is een vreemde ervaring voor hem geweest. Hij, die de feitelijke toedracht van de Vrijmaking beschreef, werd door een kerkrechtelijke truc op een zijspoor gezet, buiten de vrijgemaakte kerken gewerkt. Met zijn gemeente in Amsterdam raakte hij buiten verband. Hij werd slachtoffer van een kerkelijke meerderheidsstrategie, die hij niet aankon. Een dergelijk onkerkelijk en onmenselijk spel was hem vreemd. Hij stak met kop en schouder uit boven hen, die hem benauwden, maar hij ging aan hun beslissingen ten onder. Hij ging er onder door en hij had moeite om weer boven te komen. Hij kon het niet verwerken.
Mensen gunden hem geen plaats in een verworden kerkverband en hoewel hij wist, dat in het huis des Heren altijd een plaats voor hem zou blijven, kon hij zijn verdriet niet kwijtraken. Hij was gekwetst en de wonden waren diep.

Ik leerde Geert kennen, toen ik in 1953 lid werd van het bestuur van de vrijgemaakte bond van jongelingsverenigingen.
Hij was bestuurslid vanaf 1949 en zou dat blijven tot 1961. Hij maakte 12 jaren vol en verzette veel werk. Niet alles was publiek. Eén ding wil ik noemen. De meningsverschillen tussen de besturen van de 'jongensbond' en de 'meisjesbond' werden van de kant van de laatste op de spits gedreven. De beschuldigingen van 'niet goed vrijgemaakt' daalden in verschillende vormen op de bestuursleden van de 'jongensbond' neer. Geert bleef er kalm onder en had een grote inbreng in de te volgen gedragslijn. Maar er was meer. Hij gaf ook duidelijk aan, dat het allemaal nog slechts een begin was. In de vijftiger jaren zag hij de bui van de jaren zestig al hangen. En toen hij in 1961 het bestuur verliet, bond hij ons op het hart kalm te blijven en vooral christelijk te blijven denken en doen. Er is over de betekenis van Geert Janssen voor het gereformeerde jeugdwerk veel te zeggen. Hij verzorgde een paar jaren de vragenrubriek in het bondsorgaan. In het blad van 1 april 1960 beantwoordde hij een vraag over wat het zeggen wil, als een plaatselijke gemeente buiten het kerkverband wordt gezet. Het is de moeite waard iets van het antwoord door te geven: "Daarom betekent het 'buiten het verband stellen' van een gemeente nooit het voltrekken van de ban over al de leden dier gemeente. Indien deze maatregel van de verbreking van het verband met een bepaalde plaatselijke gemeente zou plaatsvinden, wil dat zeggen, dat de kerken van het verband zulk een kerk niet meer als een gereformeerde, een ware kerk van de Here Jezus Christus kunnen en mogen erkennen.
Dit is vanzelfspekend een heel ding en dan moeten er ook wel ernstige redenen voor zijn, b.v. dat zulk een kerk geheel is afgeweken van het evangelie van Christus. Om fouten en gebreken mag het verband niet worden verbroken." (cursivering van mij - v.W.). Een duidelijk antwoord. Kerkelijke leiders hadden hiermee hun winst kunnen doen.

Geert Janssen was na de breuk een gebroken man. Hij moest vervroegd emeritaat aanvragen en verhuisde naar Nijverdal. Daar ontmoetten we elkaar een flink aantal jaren, als we in de buurt met vakantie waren. We praatten veel over het verleden, soms hadden we het ook over zijn verdriet. Hij bleef met veel dingen bezig en in 1972nam hij o.a. het initiatief tot het houden van een jeugddag voor onze jongelui. Velen inde vrijgemaakte kerken betreuren vandaag de gang van zaken van destijds. Het Nederlands Dagblad heeft vandaag een andere 'klank' dan jaren geleden. Maar wie zegt nu eindelijk eens, dat heel die buiten-het-verband-stellerij niet deugde, dat het mis was. Volgens 1 Kor. 13 kwetst de liefde niemands gevoel. Maar Geert Janssen was een gekwetst mens. Hij behoort tot een generatie gekwetsten, die sterven zonder eerherstel. Krijgt men het daar wel eens benauwd van in de vrijgemaakte kerken? Dat zou toch moeten?
Mensen hebben gelukkig nooit het laatste woord. Dat heeft God. En die God bleef een herder, ook als Geert Janssen zuchtte. Hij bleef er bij, ook toen Geert er van af raakte, zoals we dat wel zeggen. En nu is hij verlost van zijn gekwetstheid. God heeft hem welgedaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief