Paars: de opkomst van een christelijke politiek

1994-08-26
  • Jaargang 38
  • nummer 17
Ze zijn eruit. Vier wijze mannen hebben na rijp beraad achter goeddeels gesloten deuren een paars kabinet in elkaar geplakt. En terwijl zij daarmee bezig waren, ontspon zich in de kolommen van dit blad een discussie over wat nu christelijke politiek mag heten, als een merkwaardig grote pot mosterd die ergens bij het toetje op tafel verschijnt. Als u dit leest zal het paarse kabinet er wel zijn. Voor het eerst sinds heel lang heeft dat kleine christelijke landje bij de zee een regering die zichzelf niet meer christelijk noemt. En die ook niet christelijk is. Maar dat komt zo. Allereerst dat regeerakkoord. Opvallend waren de drie punten die in de afgelopen weken als eerste de media haalden: bezuinigingen op het hoger onderwijs, bezuinigingen in de zorgsector en aanpassingen in de sociale zekerheid. Dat is een veelzeggend rijtje. Heel toevallig zijn het de sectoren die het de laatste jaren toch al zwaar te verduren hadden.

Groei
De oorzaak daarvan is eerder economisch dan politiek van aard en heeft alles te maken met economische groei. Sinds de industriële revolutie groeit de economie in het westen. Altijd uitgedrukt in procenten, waarmee eigenlijk wordt gemaskeerd dat groei de neiging heeft steeds sneller te gaan. Het hele politieke bedrijf in het westen (en in het voormalige Oostblok) draait om die economische groei. Groei die door christenen eigenlijk altijd beschouwd is als een Godsgeschenk en die ook direct in verband werd gebracht met het cultuurmandaat: onderwerp de aarde enzovoort. Bij dat onderwerpen heeft de westerse mensheid echter altijd de makkelijkste weg gekozen: die van verhoging van de productiviteit. Dat werkt heel simpel. Neem een fabriek met tien medewerkers die samen elke week tien tafels maken. Die fabriek moet groeien (want alle fabrieken groeien) en gaat daarom elke week twintig tafels maken. Nog steeds met tien mensen. Dat kan alleen als een deel van het werk wordt gemechaniseerd (zaag- en schaafmachines) en geautomatiseerd (boekhouding). Maar die tien medewerkers zijn ook niet gek. Zij zien dat hun productiviteit is toegenomen en willen meer loon. Tegelijk gaat de prijs van tafels omlaag. Alle fabrieken zijn namelijk meer tafels gaan produceren, waardoor er een overschot is ontstaan. Er gebeuren dus twee dingen: arbeid wordt duurder en spullen goedkoper. Dat verschijnsel is heel extreem in onze samenleving te zien. Een goede computer kost nog maar 1000gulden, maar een man achter die. computer kost 200 gulden per uur. In de productiesector is dat niet zo'n probleem. Als steeds meer dure arbeid wordt verricht door goedkope machines, blijft het zaakje wel zo'n beetje in evenwicht. Maar in sectoren waar niets te automatiseren valt, gaat het mis. In de zorgsector bijvoorbeeld. Dan heet het in de politiek dat de zorgsector duur is geworden, maar dat is onzin. De waarheid is dat de economie de zorgsector uit de markt heeft geprijsd. Een overheid die gaat bezuinigen op de zorgsector, zegt daarmee dus eigenlijk dat zij economische groei belangrijker vindt dan zorg. Hetzelfde verhaal geldt voor onderwijs en ontwikkelingswerk. Economische groei is dwingend. Die dwangmatigheid, die het hele noordelijk halfrond in haar greep houdt, blijkt uit het feit dat niemand, geen land en geen werelddeel, het aandurft om de groei een halt toe te roepen. Ook niet als het milieu eraan onderdoor gaat, ook niet als de ontwikkelingslanden steeds verder achterop raken en zelfs niet als de rijke samenlevingen door hun eigen groei intern worden uitgehold.

Versimpeling
En nu dus die christelijke politiek. Bij christelijke politiek denkt iedereen aan abortus, euthanasie en tolerantie tegenover vreemde godsdiensten en niet of nauwelijks aan macro-economie. Maar eigenlijk is dat een kwalijke versimpeling van wat christelijke politiek zou moeten zijn. De bijbel is over weinig twintigste-eeuwse vraagstukken zo duidelijk als juist over de economische. De wetten van het Oude Testament waren duidelijk gericht tegen uitbuiting en scheefgroei. Mooie voorbeelden zijn het sabbatsjaar en het verbod op rente. Die economische wetten hebben steeds een politieke en een geestelijke dimensie: ze waren heilzaam voor de samenleving en bepaalden de mensen erbij dat de vooruitgang niet hun god mocht worden.

Oppositie
Het is opvallend hoe frontaal de paarse coalitie tegen de problemen aanloopt die direct worden veroorzaakt door de heersende economische orde. En zolang die niet verandert, kan een regeerakkoord, hoe breed gedragen ook, nooit méér zijn dan een doekje voor het bloeden. Het grondprobleem is dat de economie ten diepste onrechtvaardig en on-christelijk in elkaar zit. Tegen die achtergrond is het een winstpunt dat alle christelijke partijen in de oppositie zijn beland. Misschien is dit het moment voor bezinning over de grondlijnen van de èchte christelijke politiek. Een radicaal-gelovige politiek waarin het gouden kalf van de economische groei van zijn voetstuk wordt gehaald.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief