Terugblik op Exodus: boodschap van het boek
1994-08-26
Mijn reeksen verkenningen in dit bijbelboek kwamen door omstandigheden nogal gespreid in de Opbouw-jaargangen terecht 1. In het onderstaande wil ik proberen, de lezer( es) te helpen, een beetje een balans op te maken. Diverse spannende verhalen zijn velen van ons van kindsbeen af vertrouwd. Dat garandeert echter niet dat ook de opzet van het boek helder voor ons is. En omdat het getuigenis van het boek nogal samenhangt met die opzet, zouden wezenlijke elementen van die boodschap ons kunnen ontgaan. Daarom onderstaande epiloog.- Jaargang 38
- nummer 17
In de eerste hoofdstukken, nl. 1 t/m 15a blijken alle berichten op de lijn gezet van de ongehoorde verlossingen van de HERE. Gebeurtenissen die in ander verband een bredere beschrijving zouden rechtvaardigen worden in telegramstijl besproken, terwijl andere veel uitvoeriger worden vermeld. Soms grote schreden, dan weer kleine stappen. In dit verband is het de moeite waard, in het boek zèlf berichten over b.v. de actie van Sifra en Pua of over Mozes in het biezen mandje te vergelijken met de tekst over Mozes' roeping en aanstelling. En dat zelfde dan nóg eens te doen met de verhalen van een kindervertelbijbel over elk van deze onderwerpen. Dan krijg je gevoel voor wat ik wel eens de 'golfslag' van het Bijbelrelaas noem.
Op een knappe manier wordt zo benadrukt dat alleen Jahwe, op Zijn eigen initiatief, Israël uit zijn ellende verlost.
Het tegendeel van een slavenopstand of een bevrijding door een bevlogen verlosser, die dan later vroom aan God zou zijn toegeschreven of gedankt.2 De gedachte aan zoiets wordt nadrukkelijk uitgesloten door de tekening van de hopeloosheid van Israël, waar alleen Jahwe nog weg uit weet en baant. Dit is een thema (in het hele boek, nog in de redding van 33:17 e.v.). Denk b.v. aan de wanhoop U.V. Mozes' geboorte en adoptie, waar Jahwe een nieuw begin uit smeedt, slot hfst 1 en begin hfdst 2. Jahwe maakt daarbij gebruik van de snode daden van de farao en drijft er tegelijk de spot mee. Iets dergelijks in het mislukken van Mozes' idealistisch plan 2:11vv, vgl. Hand 7:23-29, terwijl 40 jaar na dato Gód met een uitgeblust man voor wie het niet meer hoeft aan de gang gaat, hfdst 3v. Denk ook aan het volstrekt doodlopen van Mozes' eerste missie naar het hof en zijn en Israëls wanhoop, hfdst 5, waarna Jahwe - ik zou bijna zeggen: doodleuk - van start gaat, hfdst 6 e.v. Let ook op de opzet van Jahwe in 13:17 en 14:1-4 omde verstokte farao in de val te lokken. Zodat Mozes zeggen kan: "Jahwe zal voor u strijden en u zult stil zijn" 14:14. Jahwe handelt in dit alles uit pure ontferming jegens Israël. Ik zou de boodschap van dit deel van het boekmet een knipoog naar de vroegere schrijver L. Penning - willen typeren als: de Overwinnaar van nooitgedacht.
Het tweede deel van het boek, zo van het laatste stuk van hfdst 15 toen met 24, lijkt ons vaak minder spannend en spectaculair. Vergelijk maar weer een kindervertelbijbel. Maar voor Israël is dat duidelijk anders geweest, zie alleen al 20:18vv. Zeker, in de uittocht heeft het volk zijn geduchte Redder leren kennen. Maar dat blijkt hier nog maar het begin. En het vervolg is ook niet bepaald een kalm bestaan. Behalve wonderen, tekenen en reddingen die alle gericht zijn op hun fiducie in hun Redder gaat het nu immers aan op Gods openbaring als de grote Geallieerde. Volgens alle regels van het vazalverdrag dat wereldvorsten in die tijd met hun onderhorigen sluiten. Terwijl ook nog duidelijk wordt dat een zo nauwe verbintenis tussen Jahwe en Israël eigenlijk helemaal niet kán!
Toch zet de HERE dat door. Misschien geen lectuur als van een spannend jeugdboek, maar voor Israël wel vol van de blijde, tegelijk heilige huiver voor hun God. Geef toe: redding door die geduchte God is èén. Aan Hem verbonden worden door Zijn vazalverdrag op Zijn verlangen, terwijl Hij er voor waakt dat je daarbij niets overkomt, dat is toch wel een - wat men noemt - nadere relatie. En om daar dan één ding uit te lichten: het verdrag met hun Grote Koning Jahwe is gebaseerd op Zijn genadige uitredding. Het enige woord van de Tien Woorden dat geen opdracht of verbod is, is het allereerste. En uitgerekend dát Woord, van Jahwe's keus voor Israël, Zijn liefdesverklaring van al gebléken trouw, vormt de fundering van het verbond. Dat is een Woordalweer - van pure ontferming. Zeker, er worden verplichtingen, geboden en regels gesteld. Maar die zijn niets anders dan het feitelijk door mensen aannemen van Zijn al bewezen vrije genade. Daarop ingaan. Daarin opgaan.
Er in geloven met je daden. Wet en gebod als middel voor mensen om Gods gunst te verdienen en te verwerven is ook onder het O.T. nooit 'wettig' geweest.3 Dit tweede hoofddeel staat zo als het ware op de schouders van het eerste.
Ik zou het (met Ps 68:9 nw.ber.) willen noemen dat van: God, onze sterke Bondgenoot.
Het derde hoofddeel (van hfdst 25 af) gaat wéér een stap verder. Uitgaande van Zijn verbond wil de Grote Koning nu ook te midden van Zijn volk wonen! Helaas is dit deel voor ons aanzienlijk minder toegankelijk dan het voor Israël geweest moet zijn. De details van de tabernakel en zijn inhoud werken voor ons al snel vermoeiend, terwijl ze Israël juist spreken van de kroon op Gods werk. Ons speelt hierbij ook parten, dat het gaat over een heiligdom en een nabijheid van Jahwe, die ondanks al hun heerlijkheid nog slechts 'afbeelding van het ware' (Hebr 9:23v) waren, inmiddels achterhaald en overtroffen door 'iets beters' (Hebr 11:40). Wie dieptezicht wil krijgen op Gods grote werken kan ze echter niet missen. Het gaat hier immers over wat ik zou willen noemen 'de eerste trap' van Gods actie om te komen op de hoogte van Zijn grote doel: God alles en in allen, 1 Cor 15:28.
Plotseling valt in dit heerlijk relaas over 'het huis waar Hij zijn naam en eer wil laten wonen bij de mensen' (Ps 84:1 nw. ber.) de crisis om het gouden kalf. Waarin dan direct alles wat Jahwe heeft tot stand gebracht en opgezet, dreigt te worden weggevaagd. Oorzaak: vervalsing van Gods nabijheid. Omdat die onder mensencontrole zou komen te staan. Het isal weer - pure ontferming van Jahwe 33:19, 34:5vv, waardoor de crisis wordt overwonnen. Hier voor het eerst de hoogte èn diepte van wat Zacharias later noemt 'kennis van heil in de vergeving van hun zonden' Lk 1:77. Ik zou dit hoofddeel typeren met: Die onder mensen wonen wil.
Mozes en Paulus
Aan de apostel Paulus is m.i. de eerde genade - te beurt gevallen, het boek Exodus het diepst te kenschetsen.
Ik weet, dat het theologisch mode is, Paulus aan te zien voor de man die het 'Joods'" Oude Testament zou hebben verraden en de boodschap van rabbi Jezus zou hebben vervalst. Daartegenover pleit ik er voor, te erkennen dat de joodse geleerde Paulus juist als gevorderde-door-Jezus-Christus de heilige Schriften, die hij al zo lang kende, eerst in volle diepte is gaan verstaan. Dat hij daarom Gods barmhartigheid en ontferming naar voren haalt met de Naam waarmee het hart van de begenadiging na de zonde met het gouden kalf genoemd wordt, Ex 33:19 en Rom 9:15. En zó concludeert: "het hangt dus niet daarvan af of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God die Zich ontfermt" Rom 9:16. Waarmee hij onovertroffen typeert de blijde boodschap waar het in heel Exodus om draait! 4 Mozes en Paulus, die we al eerder dicht in elkaars buurt zagen, Ex 32:32 en Rom 9:3, zitten wel degelijk op één lijn. Mijn bespreking van dit oudtestamentisch evangelieboek over de aanvangen van Gods volk Israël geef ik dan ook achteraf graag de titel mee: OORSPRONGIN ONTFERMING.
Noten
1. Er waren er zes. T.W. jrg. 32 pp. 141v, 153v, 162v en 169v; jrg. 32 pp.329v, 337v, 345v en 353v; jrg. 33 pp. 241v, 261v, 277v, en 293v.
Vervolgens jrg. 37 pp. 37v, 57v en 77v; jrg. 37 pp. 365v en 385v, en de vier voorgaande nummers van de lopende jaargang.
2. De hedendaagse exegeses die toch spreken van een (geestelijk 'opgetuigde') slavenopstand staan m.i. op gespannen voet met de uitdrukkelijke tendens van het boek.
3. Onder druk van de 'verjoodsing' van het lezen van O. en N.T. wordt dit wel eens vergeten. Het is nuttig, te bedenken dat het O.T. al bestond vóór de joodse uitleg ervan. Het O.T. is een Israëlietisch boek. Dat is niet hetzelfde als een joods boek, zoals je tegenwoordig vaak leest. Men beg rijpe mij niet verkeerd: er valt over het O.T. heel veel te leren van het jodendom. Velen daar vergeten echter dat ook de basis van het Sinaï-verbond nooit iets anders is geweest dan de vrije genade van Israëls God.
4. Door Christus' Geest gescherpt heeft Paulus met ontzetting gezien, hoe het orthodoxe jodendom dat hem zo na aan het hart lag, zich fundamenteel vergiste in het verstaan van de Schriften. Alles in Exodus blijkt gedragen door Gods ontferming. Het is één groot getuigenis hoezeer Israëls God te vertrouwen (geloven) valt. Er ligt een geweldig - ook persoonlijk - drama in de woorden van Paulus: "hoewel (Israël) een wet ter gerechtigheid najaagde, is (het) aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van geloof, maar van vermeende werken"
Rom 9:31v. We zien hier Paulus' ontsteltenis hoe het heeft kunnen gebeuren dat het evangelie van Israël is vervormd tot 'wet van werken'. Dat Gods volk het hart van zijn God zou missen, was voor Paulus de nachtmerrie van zijn leven.
Zoals het dat ook voor Mozes was geweest.