Twee vergelijkbare exegetische problemen
1994-08-26
1 Cor. 2,13- Jaargang 38
- nummer 17
Bij de vertaling van 1 Cor. 2 liepen wij als Commissie voor een Bijbelvertaling in het Gronings dezer dagen tegen een probleem op in v. 13. Paulus zegt daar: "Hiervan (nI. van wat ons door God in genade is geschonken, v. 12) spreken wij dan ook met woorden die niet door menselijke wijsheid, maar door den Geest geleerd zijn". En dan sluit hij deze zin af met een drietal woorden die de uitleggers en vertalers veel hoofdbrekens hebben gekost.
Ik zet de meest bekende Nederlandse vertalingen even op een rijtje:
1) Stat.-vert. "geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende".
2) Luth. vert. "en oordelen geestelijke dingen geestelijk".
3) Leidse vert. "en leggen geestelijke dingen voor geestelijke mensen uit".
4) Prof. Brouwer "doordat wij geestelijke zaken met geestelijke woorden uitleggen" .
5) Canisius "het geestelijke met het geestelijke vergelijkend".
6) NGB "zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken".
7) Anne de Vries "omdat wij over geestelijke dingen spreken tegen mensen die de Geest hebben".
8) Willibrord "geestelijke dingen uitdrukkend in de taal van de Geest".
9) Gr. Nws. "En zo koppelen wij geestelijke woorden aan geestelijke mensen".
(Precies zo de friese vertaling.) 10) Het Boek "Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de gedachten van de Geest over te brengen".
Formeel blijven 1, 5 en 8 het dichtst bij de oorspronkelijke tekst, in zoverre zij, evenals Paulus, zich bedienen van een tegenwoordig deelwoord (resp. 'samenvoegende' , 'vergelijkend', 'uitdrukkend').
Inhoudelijk zijn enerzijds 5 en 6, anderzijds 2 hefdichtst bij de waarheid, als ze het desbetreffende werkwoord resp. weergeven met 'vergelijken' en 'oordelen'. Om precies te zijn betekent het hier door Paulus gebruikte werkwoord namelijk: vergelijkend beoordelen. Het drukt een bezigheid uit die in de oudheid door rhetoren druk is beoefend in de literaire kritiek. Men nam twee vergelijkbare werken, b.v. twee tragedies over dezelfde stof, laten we zeggen: Electra, van twee verschillende dichters, b.v. Sophocles en Euripides, en vergeleek dan de wijze van behandeling van den een met die van den ander, om uiteindelijk tot een oordeel te komen, wie van beide auteurs het beste literaire product had geleverd.
Men zou de slotwoorden van onze tekst dan ook aldus kunnen weergeven: geestelijke dingen tegen geestelijke dingen afwegend".
Gezien deze voor de hand liggende uitleg is het bevreemdend, dat men in de meeste vertalingen m.i. niet te verantwoorden wegen is ingeslagen, hetzij in de weergave van het hier gebezigde werkwoord (1 'samenvoegen'; 3 en 4 'uitleggen'; 7 'spreken tegen'; 8 'uitdrukken'; 9 'koppelen'; 10 'overbrengen') hetzij in de weergave van de derde naamval waarin één van beide keren het 'geestelijke dingen' staat. In plaats van die - zoals voor de hand ligt - met het voorzetsel van het werkwoord ('samen-') te verbinden, en dus te vertalen: 'vergelijken met' of 'afwegen tegen' is men die derde naamval instrumentaal gaan duiden (zo vertaling nr. 10, die kennelijk teruggaat op de opvatting "gedachten van den Geest overbrengen door middel van woorden van den Geest"; evenzo 8 'in de taal van'; en toch ook wel 2, waar 'geestelijk' toch wel zoveel moet betekenen als 'met geestelijke middelen'). Nog vreemder is het, wanneer 3, 7 en 9 die derde naamval niet op zaken, maar op mensen betrekken - al is dat naar de vorm mogelijk voor (of aan) wie de handeling verricht werd.
Let men echter op het voorafgaande vers, dan is het toch, dunkt mij, zonder meer duidelijk, wat de apostel bedoelt, als hij spreekt van het afwegen van geestelijke dingen tegen geestelijke dingen. In v. 12 immers was sprake van twéé geesten: die uit de wereld en die uit God. Welnu, de apostel gaat, zo zegt hij, bij zijn verkondiging de dingen die elk van die twee geesten teweegbrengen met elkaar vergelijken en beoordelen. Hij gaat wat die eerste geest ons inblaast afwegen tegen wat die tweede Geest ons voorhoudt. En het aardige is, dat wij wat Paulus hier over zijn verkondiging beweert kunnen verifiëren aan wat hij in de van hem bewaarde brieven doet: metterdaad weegt hij daarin bij herhaling wat het luisteren naar de geest uit de wereld oplevert, af tegen de vruchten die wij plukken van het luisteren naar den Geest uit God: Rom. 6, 20-23; Gal. 5, 19-22;Ef. 4,17-5,22; Col. 3,5-17.
Gal. 2,19
Was de oplossing in de pas besproken tekst niet zo ver te zoeken - ze lag nl. in het voorafgaande vers - iets moeilijker ligt de zaak in Gal. 2, 19, waar Paulus schrijft: "Ik ben door de wet voor de wet gestorven". Laat ik aanstonds zeggen, dat in het Grieks ook hier, evenals dat in 1 Cor. 2, 13 beide malen vóór 'geestelijke dingen' het geval was, beide malen vóór 'wet' het lidwoord ontbreekt. De Nederlandse weergaven gaan hier niet in die mate uiteen als daareven.
We hebben hier meer te doen met een interpretatie-kwestie t.a.v. woorden die men over het algemeen tamelijk eensluidend vertaalt. Slechts enkele vertalers geven hetzij door een toevoeging ("door de wet zelf", Gr. Nws.) hetzij door een omschrijving ("door te proberen volgens de wet te leven", Het Boek) een bepaalde uitleg aan de te vertalen woorden.
Nu moet men inderdaad wel enigszins in Paulus' taalgebruik thuis zijn om door te hebben, dat hij ook hier bedoelt: door de ene wet (nI. die van Christus) ben ik gestorven voor de andere wet (nI. die van Mozes). Dat Paulus het vrij zijn van de gelovigen van de oudtestamentische wet met klem en bij herhaling naar voren brengt, is nl. wel bekend. Maar dat hij het zich laten leiden door den Geest van Christus hier en daar betitelt als een staan onder de wét van Christus, hebben de meeste bijbellezers wellicht niet zo dadelijk voor de aandacht. Toch doet hij dat. Zo b.v. in deze zelfde brief 6, 2 "Draagt elkanders lasten; dan zult ge zo de wet van Christus vervullen". Zo spreekt Paulus in 1 Cor. 9, 21 van zichzelf als van een 'ennomos Christou', d.w.z. iemand die aan Christus' wet gehouden is. Hij noemt die wet ook wel: "de wet van het geloof", Rom. 3, 27.
Welnu, de apostel heeft in Gal. 2 zojuist gesteld (v. 16), dat wij alleen door het geloof in Jezus Christus, en niet door wetsvolbrenging vrij zijn geworden. Met de uitspraak in v. 19 "Ik ben door de ene wet voor de andere wet gestorven" lijkt mij dan ook precies hetzelfde bedoeld als wat Paulus in Rom. 8, 2 schrijft: "Want de wet van den Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods".