Een eeuw Christelijk Gereformeerd

1994-08-26
  • Jaargang 38
  • nummer 17
Dr. W. van 't Spijker, Drs. J.N. Noorlandt, Ds. H. van der Schaaf (redactie): 'Een EEUW Christelijk GereformeerdAspecten van 100 jaar Christelijke Gereformeerde Kerken' - Uitgave van J.H. Kok-Kampen 1992 - 348 pag. gebonden f 50,-

Dit boek kwam pas later bij mij terecht met het verzoek het te recenseren. Daardoor mee is de bespreking ervan vertraagd. Het is een boek, dat volle aandacht verdient ook buiten christelijk gereformeerde kring. Uitvoerig wordt ingegaan op de geschiedenis van de chr. geref. kerken sinds 1892.
De bekende kerkhistoricus Dr. W. van 't Spijker heeft daqt gedeelte voor zijn rekening genomen (p. 9-133). Uiteraard komen Afscheiding en Doleantie ook in onderlinge verhouding in een breed verband aan de orde. Van 't Spijker geeft een gedétailleerd overzicht van de ontwikkelingsgang der historie waarbij veel belangrijke gegevens worden aangereikt. Er waren er, die in 1892meenden niet te moeten meegaan met de Vereniging. Zij vonden, dat het beginsel van de Afscheiding zó werd verloochend. Wij menen, dat het beter is te spreken van de aanleiding tot en de methode van de Afscheiding.
Voorts past o.i. hier de term spiritualiteit beter dan beginsel] Wij zijn er nog steeds van overtuigd, dat in 1892met alle zonden en gebreken gebouwd is aan de oecumenische kerk van Christus. Twee kerkgemeenschappen
vonden elkaar rondom Schrift, belijdenis en D.K.O. Wij zijn het dan ook niet eens met wat Dr. van 't Spijker schrijft op pag. 33: "De geschiedenis heeft achteraf het onjuiste van de beslissing van de Amsterdamse Synode aangetoond. Na lange jaren van strijd kwam het in 1905tot een compromis, dat echter gekenmerkt werd door een inhoudelijk dualisme, en dat op den duur niet in staat bleek om een kerkelijke eenheid werkelijk te bekrachtigen". Het blijft onze mening, ook na uitgebreide studie van de gereformeerde kerkgeschiedenis van de veertiger jaren, dat wanneer een generale synode niet op een fataal moment de pacificatieformule van 1905 had getransformeerd tot bindende leeruitspraak waarbij het vooral ging om het eerste gedeelte van genoemde formule, door Gods genade ondanks een verschil in visie op Verbond en H. Doop de vrede in de kerken was bestendigd en een scheuring was voorkomen. Wij hebben overigens wél begrip voor de strijd tegen scholastieke denksystemen zoals die gevoerd werd door hen, die 1892 niet konden meemaken. Zij legden de volle nadruk op een eenvoudig leven uit de H. Schrift. Wij twijfelen dan ook niet aan de oprechtheid van hen, die in 1892 besloten christelijk gereformeerd te blijven. Maar aan de andere kant hebben de gereformeerde kerken bij alle moeite en strijd veel goeds ontvangen via de Schriftbeweging van de dertiger jaren met name. Het boek, dat we bespreken, ademt nergens een triomfalistische geest. En wij hebben ook de chr. gereformeerden meer leren waarderen na de Vrijmaking en in de zestiger jaren.
Zij hebben toch ook iets wat wij missen. Een overaccentuering van het Verbondsmatige element in de prediking heeft de Schriftuurlijke bevinding weggedrukt en het is te prijzen, dat ook in vrijgemaakte kring daarvoor weer meer belangstelling wordt getoond getuige o.a. het boek van Dr. C. Trimp 'Klank en Weerklank'. Aan het begin van allerlei samensprekingen bleek er van chr. gereformeerde zijde een bepaalde achterdocht te bestaan t.o.v, ons vanwege de veronderstelde wedergeboorte. Ik kreeg soms de indruk, dat men ons allemaal zag als een stelletje doorgewinterde Kuyperianen.
Hopelijk is die achterdocht na vele ontmoetingen in de loop der jaren verdwenen. Het is fijn, dat ondanks punten, die de zgn. toe-eigening des heils raken, vooruitgang wordt geboekt in plaatselijke kontakten, die mee via kanselruil een bepaalde gestalte krijgt. Dr. J. van Genderen stelt voorts in zijn bijdrage terecht: "Als de kerk trouw is aan haar belijdenis, is het handhaven ervan geen formele aangelegenheid. De belijdenis vraagt altijd om een daadwerkelijk belijden"
(p. 146). Je kudnt om de konfessie in de kerkelijke kontakten niet heen als je tenminste gereformeerd wilt blijven.
Dr. W.H. Velema schrijft over: 'Kerk en verkondiging'. Hij geeft een waardevol overzicht van de ontwikkeling van de chr. geref. prediking. In de jaren dertig en vooral daarna hebben predikanten, aldus Velema, meer oog gekregen voor de innerlijke samenhang van voortgang in de geschiedenis van de openbaring van Gods heil. (p. 163). Dr. W.H. Velema geeft duidelijk aan, dat in de prediking God Zélf tot ons komt en Zijn genade verkondigt aan zondige mensen. Die verkondiging roept om geloof en dient concreet te zijn, gericht op het Koninkrijk Gods. Ze moet de gemeente toerusten om haar taak te kunnen vervullen in deze wereld. De chr. geref. kerken hebben verstaan, dat zending niet een zaak is van enkele enthousiaste hobbyisten, maar opdracht ;van God aan het adres van de totale kerk. Ds. M. Drayer belicht het zendingswerk in breder verband. Wij kunnen hélaas niet aan alle bijdragen aandacht schenken, maar vermelden, dat Ds. J. Brons schrijft over: Kerk en diaconaat. Ds. J. Jonkman over: Kerk en vormende activiteiten, Ds. K. Boersma over: Kerk en jeugd, Drs. J.N. Noorlandt over: Kerk en publiciteit en Ds. H. van der Schaaf over: Kerk en toekomst. Alles bij elkaar interessant materiaal.
Wij willen tot slot nog even ingaan op wat Ds. J.H. Velema opmerkt in het hoofdstuk: Kerk en strijd, waarin hij ook zijn eigen kerkgenoten de kritiek niet spaart. Hij heeft het nl. over de identiteit van de chr. geref. kerken en geeft dan te kennen, dat die bestaat" in de begeerte om Gods Waarheid naar Schrift en belijdenis te belijden, te beleven en te handhaven'. (p. 239). Ik denk, dat ook andere kerken van gereformeerde signatuur zich in deze formulering zullen kunnen vinden.
Daarom acht ik deze omschrijving te beperkt. Het geheel wordt gecompleteerd met een literatuurlijst en registers.
Wij hebben in dit geschrift te doen met een door Kok voornaam uitgegeven boekwerk, dat ons breed oriënteert omtrent het wel en wee van een kerkengroep, die ook vandaag zich weet te handhaven ondanks interne verschillen. Binnen de gereformeerde oecumene neemt zij een eigen plaats in. Daarom is het voor ons van enorm belang dit boek te lezen en te bestuderen. Dus: hartelijk aanbevolen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief