Gods leiding en lijden!
1994-08-26
Vroeger dacht ik altijd dat jezelf in dienst van God stellen gelijk stond aan zelfverloochening, gelijk stond aan zelfopoffering, gelijk stond aan LIJDEN! Dat ging dus niet op voor mij want ik was helemaal niet van plan om te gaan lijden. Het leven was veel te mooi, er waren teveel plannen die eerst nog verwezenlijkt moesten worden.- Jaargang 38
- nummer 17
Absoluut als je bent met zo'n 18, 19 jaar, kun je je niet voorstellen dat er een andere weg is dan die van ja of nee.
Ik voelde me daar wel schuldig over. Als ik keek naar al die 'echtgereformeerde' jongeren die, soms ietwat zalvend, hun 'leven aan de Here Jezus' gaven en ik hun misprijzen als het ware voelde, besloop mij soms toch de twijfel.
Ik wilde niet zo zijn als zij maar wat wilde ik wel! AI eerder beschreef ik hoezeer ik in die jaren buiten de gereformeerde boot viel. Ik wist niet zeker of ze het echt meenden, maar waren ze wel zo hypocriet als ik dacht.
Het vervelende was dat er zo weinig christenen waren in wie ik mijzelf herkende. Onbewust zoek je daar toch naar. Je wilt graag omgaan met mensen die net zo reageren als jij, om dezelfde dingen kunnen lachen, dezelfde zaken ernstig willen nemen. Later heb ik die mensen trouwens wel gevonden maar in de jaren van mijn prille volwassenheid was er een gapend gat. Hoe het niet moest zag ik bij studiegenoten die van de hand in de tand leefden, de ene relatie na de andere aangaand en daar ook niet gelukkiger van werden. Maar wat moest ik doen zonder van mezelf een schijnheilige te maken.
Onlangs las ik het boek 'Door zijn hand', van Pieter van Kampen. Het gaat over Gods leiding in ons leven.
(ook de subtitel van het boek) Hij vertelt daarin de levensverhalen van allerlei verschillende christenen die op de één of andere manier de leiding van God daadwerkelijk hebben ervaren en erkend. Om dat laatste gaat het natuurlijk want in elk mensenleven dat in het teken van het geloof staat, zal God zich ook daadwerkelijk laten zien.
Het bracht me tot het bespiegelen van mijn eigen leven. Soms lijken er in je leven van die wonderlijke 'toevalligheden' te zitten. Mensen die op je weg komen, omstandigheden die zich voordoen. In die jonge jaren liet ik de dingen als het ware gebeuren, ik zag er geen tekenen van God in. Naarmate het leven vorderde en de levenswijsheid groeide, begon ik er meer open voor te staan. Eén gevaar bespeur ik wel, het komt ook in het boek een beetje naar voren, nl. de 'overgeestelijkheid'. Het werkelijk in alle dagelijkse dingen beslissingen uitstellen, eerst in gebed, eerst afwachten of er wel echt een teken van God komt en dan in feite je handelen uitstellen. Eén voorbeeldpersoon in het boek leefde mij een beetje teveel op die toer. Ik bespeur dan irritatie, kom op, ga eerst maar eens aan het werk, denk ik dan. Als je eenmaal een bepaalde keuze hebt gemaakt en daarmee bezig gaat, merk je snel genoeg of je op de goede weg bent.
De 'bid en werk' types spreken mij dan het meest aan. Praktisch ingestelde mensen die doen wat op hun weg komt en om Gods hulp bidden om die weg te bi ijven zien en hun talenten daar ook te kunnen gebruiken. Af en toe kom je dan a.h.w. op een tweesprong waarbij het gaat om een nieuwe keuze, een andere richting. Ik denk dat dat bij mij ook gebeurd is. Van het zomaar leven werd mijn leven geleidelijk doelgerichter, ook Godgerichter. Het krijgen van kinderen heeft daar in belangrijke mate toe bijgedragen. Je wilt voor jezelf duidelijk vaststellen wat je wel en niet wilt overbrengen. Zo formuleer je steeds meer je eigen normen en waarden.
Dat is natuurlijk ook de vraag waar jongeren zich voor gesteld zien. De één zal sneller dan de ander tot een keuze (kunnen) komen. Sommige mensen zijn daar zelfs een groot deel van hun volwassen leven mee bezig en soms komt het er nooit echt van. Maar volgens mij is de tienerleeftijd toch de moeilijkste periode wat het geloof betreft.
Het Rindergeloof is verdwenen, de simpele overtuiging dat alles zo is als je ouders je zeggen, dat alles zo is als het in de Bijbel staat. Het is voortdurend: waarom dan, hoe dan, hoe kan dat nou, is het wel zo, stel je eens voor dat... Ik hoorde onlangs een prachtige lezing van Wim de Knijff (van Ronduit tv) over de relatie ouders-jongeren nu.
Net als vroeger blijven opgroeiende kinderen hun ouders nodig hebben, al lijken ze veel onafhankelijker dan vroeger.
Kon je je vroeger eenvoudig op je gezag als ouder beroepen, nu ligt het subtieler. De jongere wil een voorbeeld, een voorlever. Hij wil vooral iemand die doet wat hij zegt en staat voor zijn overtuiging. Hypocrisie valt in deze tijd nog sneller door de mand dan vroeger. Als je op jonge leeftijd tot de conclusie komt dat God volgen alleen maar lijden inhoudt, allerlei dingen moeten opçeven. dan duurt het veel langer voor je tot een positieve keuze komt. Dat is ook het punt waar veel jongeren de kerk en het geloof de rug toekeren. Dat dat bij mij niet gebeurd is mag dus gerust aan Gods hand worden toegeschreven.
Maar wel jammer omdat je soms een aantal jaren 'mist'. Ik had het wel fijn gevonden als ik wat eerder wat zekerder was geweest. Ik wil hier dan ook pleiten voor veel geduld en liefde voor de 'probleemjongeren' van nu. Misschien zijn zij vaak degenen die het meeste nadenken, het meeste bezig zijn met de waarden van het Koninkrijk.