Past geweld bij een God van vrede?
2007-07-06
In een wereld vol geweld laten wij ons als christenen gezeggen door een boek vol geweld, de bijbel. Geen enkele serieuze bijbellezer ontkomt aan vragen als: ‘Hebben al die teksten waar geweld een rol in speelt voor ons heden nog iets te zeggen? Zo ja, wat dan?’ ‘God is een God van vrede, verhoudt zich dit gegeven met het beeld van God als iemand die Zijn volk zelfs tot oorlogen aanzet?’ Op deze vragen probeert dr. K.A.D. Smelik, hoogleraar Oud-Testamenische vakken aan de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid van de universiteit van Brussel, antwoorden te vinden. Uit zijn vlot en goed leesbaar geschreven boek filterde ik drie kerngedachten.- Jaargang 51
- nummer 14
Geschreven door verliezers
Wie tot een goed verstaan van de geweldsteksten in de bijbel wil komen, moet zich realiseren dat juist de bijbelboeken waarin oorlog een centrale rol speelt vooral in de tijd van de Babylonische ballingschap zijn ontstaan, stelt Smelik nadrukkelijk. In de zesde eeuw voor Christus dus. Het volk Israël, waartoe de auteurs behoorden, was zijn onafhankelijkheid kwijt geraakt. Het bezat geen staat, geen koning en geen leger. Die bijbelboeken zijn geen teksten van dáders van geweld, maar van sláchtoffers. Slachtoffers die reflecteren op het gewelddadige verleden. Vanuit dit standpunt valt er, in vergelijking met oorlogsberichten van andere oosterse volken uit die tijd, eigensoortig licht op het gebruik van geweld in de Bijbel. Opvallend daarbij is dat geweld niet verheerlijkt wordt. Integendeel.
oorlog wordt gezien als hard en wreed. De bijbelschrijvers nemen stelling tegen de vanzelfsprekendheden van hun tijdgenoten. Smelik noemt tal van voorbeelden om dat te illustreren.
Een koning als Achab die militaire successen gebruikt om aan zelfrealisatie te doen, wordt negatief beoordeeld. Eenzelfde negatieve beoordeling valt koning Joram ten deel, die ethische regel van ‘vruchtbomen van vijandige volken sparen’ aan zijn laars lapt. Ook de andere voorschriften: Wie angst voor het slagveld kent of belangrijk werk te doen heeft, mag dienst weigeren. Alvorens een stad in te nemen, moet haar eerst vrede worden aangeboden en aan buitgemaakte vrouwen worden rechten toegekend. Hoewel de bijbelschrijvers Israëls vijanden vaak als ‘bad guys’ afschilderen, wordt er ook melding gemaakt van uitzonderingen zoals Rachab uit Kanaän, Naäman uit Aram en de bekering van de Ninevieten ten tijde van Jona. Meer dan eens lees je hoe God zelfs bewust oorlogen voorkomt of de strijd middels een minimum aan geweld beslecht, zoals bijvoorbeeld door het zingen van liturgische liederen of het voorschotelen van een maaltijd.
In de literatuur van de volken die Israël omringen en overwonnen hebben, valt de nadruk op het verheerlijken van geweld. In de Bijbel, de lectuur van de verliezers, valt het accent op gerechtigheid: God zal de overwinnaars hetzelfde doen lijden als de verliezers door hen hebben geleden. De apocalyptische teksten van het Nieuwe Testament worden gekenmerkt door ditzelfde motief.
Verkiezing als motief
Wie in de Bijbel over oorlog leest, zal moeten beseffen dat de notie van verkiezing daarbij vaak de leidraad is.
Wanneer God bij oorlogshandelingen is betrokken, handelt Hij uit liefde voor zijn volk: ‘De HEER is geen oorlogszuchtig god in de stijl van Isjtar, Ares of Mars, maar Hij wil Israël niet onbeschermd laten in een wereld die wordt beheerst door de grootmachten van die tijd: Egypte, Assur, Babel en later de hellenistische rijken en Rome. Hij verdedigt met eigen hand zijn volk en vernietigt de vijand, zoals een man zijn gezin en zijn land verdedigt, wanneer zij worden bedreigd. De teksten over oorlog staan in de Bijbel dus niet in de màrge van de bijbelse verkondiging, zoals men stelt, maar in het hàrt. De God van Israël is de krijgsman die zijn volk beschermt, sterker nog: Hij is de enige toeverlaat voor het volk in tijden van oorlog. Wanneer de strijdwagens falen, wijkt de HEER niet. (71).
De ballingschap heeft het volk aan zichzelf te danken. Vanwege ontrouw en ongeloof schakelde de HEER andere volken in om zijn volk te straffen. Maar in de weg van dit onheil ligt het heil van de terugkeer besloten.
Omdat God, in het kader van het beschermen van zijn volk, bereid is tot het gebruiken van veel geweld, kan de bijbellezer niet anders dan concluderen: aan Gods uitverkiezing valt niet te tornen. Smelik: ‘Vooral voor de controverse tussen kerk en synagoge is dit een belangrijke vaststelling’. Wie zo tegen God aankijkt zal Hem niet als een abstracte oerkracht of hoger principe beschouwen, maar als een persoonlijke God, die gedreven wordt door zeer sterke emoties. Aan dit Godsbeeld hecht Smelik zeer.
Strijd tegen de afgoden
De strijd tegen de afgoden vormde het belangrijkste motief in de oorlog tegen de inwoners van Kanaän. Zij moesten met de ban worden geslagen. D.w.z. totaal worden vernietigd. Vooral zogenaamde gemengde huwelijken vormden een bedreiging voor de heiligheid van Gods volk. Want het dienen van Israëls God laat zich niet verenigen met het dienen van welke afgod dan ook. Smelik: ‘Wie in het kamp van Israëls God wil verkeren, kan niet tegelijk in het kamp van het syncretisme, materialisme of enig ander isme te vinden zijn. De HEER zondert mensen af om hun taak in zijn grote plan op zich te nemen. In die afzondering ligt hun kracht. Wanneer zij zich tegelijk in de armen van de Grote Moedergodin willen storten of in de klauwen van de Mammon, schuilen zij niet langer onder de vleugelen van Israëls God.
Het is of het één of het ander. (156) Smelik proeft in deze boodschap een pleidooi voor een krachtig, zij het geweldloos, verzet tegen de afbraak van het bijbels godsgeloof. ‘Er is geen alternatief voor voor de partijdige God van Israël, er is geen alternatief voor de particularistische bijbel. En daarom ook geen alternatief voor de vele geweldsteksten in de Schrift – zij behoren tot het geheel. Ze stellen ons indringende vragen over goed en kwaad, over oorlog en vrede, over
bezetting en bevrijding.’ (213)
Dubbel gevoel
In zijn boek laat Smelik duidelijk zien welke plaats (oorlogs)geweld in de bijbel inneemt. God is een God van vrede, maar wanneer men aan Zijn volk komt, komt men aan Hem en komt Hij in het geweer. Zijn heiligheid staat het incorporeren van religieuze elementen uit andere religies niet toe.Zijn heiligheid, Zijn apart zijn, beïnvloedt in sterke mate de wijze waarop zijn volk met geweld moet om gaan. Duidelijk anders dan de andere volken uit de tijd van de bijbel.
Deze en andere gedachten uit het boek zijn inzichtgevend en helder geformuleerd. Jammer vind ik dat het punt van de ban, waarover nog niet zo lang geleden in Opbouw breed werd gediscussieerd, summier aandacht krijgt. Want juist hierover leven veel vragen.
Een ander lastig punt vind ik de achterliggende visie op het tot stand komen van de canon. Weinigen zullen ontkennen dat er in de Babylonische ballingschap sprake is geweest van redactie van al bestaande geschriften, waaraan mogelijk hier en daar wat is toegevoegd. In de reformatorische traditie zeggen we daar dan bij: dit alles geschiedde onder leiding van de Heilige Geest. Precies die notie ontbreekt bij Smelik. Wat mij betreft is de bijbel bij hem te veel: gelovige reflectie op het verleden.
Klaas A.D. Smelik (2005), Een tijd van oorlog, een tijd van vrede (bezetting en bevrijding in de bijbel). Uitg.
Boekencentrum. 220 blz; € 19,90.
Ds. C.T. de Groot is predikant van de NGK te Zeewolde.