Begeleidend Schrijven
1994-09-09
Begeleidend Schrijven. 25 jaar Theologische Studie Begeleiding. Buijten en Schipperheijn. Amsterdam. 1994.240 pp. prijs 34,90.- Jaargang 38
- nummer 18
Officieel’ten doop gehouden’
Naar ik veronderstel, is het instituut 'Theologische StudieBegeleiding' in onze kerken genoegzaam bekend. Het behoeft dan ook geen nadere toelichting in deze recensie. Zoals ook bekend zal zijn, is het dit jaar 25 jaar geleden dat met het werk van de TSB begonnen werd. Op de laatste Ontmoetingsdag van de Nederlands Gereformeerde kerken in Barneveld werd het drietal begeleiders van de TSB gepast in het zonnetje gezet. De predikanten De Jong, Mooiweer en Smit, die al weer vele jaren het werk van studiebegeleiders verrichten, werden niet alleen bedankt voor het zeer vele werk dat ze hebben gedaan. Er werd ter gelegenheid van het lustrum ook een boek overhandigd, dat voor een groot deel uit hun eigen bijdragen bestaat, aangevuld met die van een aantal oud-leerlingen, die inmiddels allen ook al weer geruime tijd in de pastorie huizen. Dat boek ligt nu voor me, want het vraagt om recensie in ons blad.
Ondoenlijk
Om maar met de deur in huis te vallen, 't is ondoenlijk om een boek als Begeleidend Schrijven naar behoren te recenseren! Het aanbod aan artikelen is zo geschakeerd, de stijl en de thema's zijn zo uiteenlopend dat men een en ander onmogelijk in een recensie recht kan laten wedervaren. Laat ik erkennend dat dat tamelijk willekeurig is - daarom een paar artikelen in enig detail bekijken, maar tegelijk wel melding maken van het totale aanbod in deze keurig uitgevoerde bundel. Na de inleiding, van de hand van de Kampense predikant ds Jan Bouma treffen we drie hoofdgedeelten, van ongelijke lengte.
Het eerste deel is getiteld HET WOORD en bevat zeven lezingen c.q. artikelen. Op een na zijn ze alle van de hand van drs De Jong. Dat is, eerlijk gezegd, het gedeelte dat mijzelf het meest heeft geboeid. Daarbij erken ik gaarne dat die uitspraak een subjectieve kant heeft. Het tweede deel heet DE LEER en de zeven bijdragen in die sectie zijn, op het laatste verhaal na, alle van de hand van drs Smit. Het derde deel, DE PRAKTIJK, bestaat uit drie bijdragen; twee daarvan zijn geleverd door drs.Mooiweer, de laatste door een van de 'leerlingen'. Zo heeft iedere sectie één bijdrage van predikanten uit ons midden, te weten: drs Albert van Leeuwen, dr Ad van der Dussen en dr Bob Wielenga, die, zoals bekend, in Zuid-Afrika werkzaam is in dienst van de zending. Als ik nu, noodgedwongen, een paar bijdragen voor nauwgezetter bespreking selecteer, is dat dus nauwelijks fair. Het kan een flagrante miskenning lijken van de bijdragen van ieder van de voortreffelijke begeleiders. Daarom hoop ik de volgende keer iets over de rest van het boek te vertellen. Na de inleiding, waarin ds. Bourna het hoe en waarom van de TSB schetst, is het woord aan ds. De Jong, voor lezers van ons blad uiteraard geen onbekende.
Bijdrage 4 en 6 in zijn deel van het boek hebben me onmiddellijk het meest geboeid. Dat zijn dan de bijdragen onder de titel: 'Over de verhouding van het Oude en het Nieuwe Testament' en 'De Verjoodsing van.het Christelijk Geloof en Joods Bijbellezen'.
Het zandlopermodel
In het eerste verhaal schetst ds. De Jong het 'zandlopermodel' van het Oude Testament. Beginnend bij de belofte van de HERE aan Abraham (Genesis 22) bespreekt hij de tekst ..In Isaäk zal uw nageslacht geroepen worden" (Genesis 22:1). Hij begint met: ..'In Isaäk', dat geeft een beperking aan: niet in Ismaël; de bedding van Abrahams zaad versmalt zich, maar tegelijkertijd betekent dit verruiming, wat blijkt uit het woord 'geroepen'. Dat is breder dan geboren, want 'geroepen' heeft hier de betekenis van 'in het leven geroepen' door Hem die het niet-zijnde tot aanzijn roept (Rom. 4:17). God kan in Isaäk zelfs uit stenen Abraham kinderen verwekken (vgl. Mat. 3:9). Vandaar dat op het laatst van het hoofdstuk door de Here God gezegd wordt: .....en met uw nageslachtof: in uw nageslacht, dat wil zeggen: in de geestelijke sfeer die nu rondom Isaäk opgeroepen is - zullen alle volken van de aarde zichzelf en elkander zegenen" (vs.18), wat teruggrijpt op en tegelijk verder gaat dan het beginwoord tot Abraham: .....en in u zullen . alle geslachten van de aardbodem gezegend worden" (Gen. 12:3). Ook hier doet zich namelijk een beperking voor: niet in Abraham, zoals in hoofdstuk 12, maar in Isaäk (wat een smallere baan aangeeft), en tegelijk is de participatie van de volken der aarde intenser: zich en elkaar zegenen in plaats van gezegend worden. Zo wordt in Genesis 22 het volk van God door de engte van Isaäk en zijn offer heen, de ruimte van de mensheid in gedreven.
Op gelijke wijze komt in dit hoofdstuk, Genesis 22, echter de belofte van het land in de crisis ... Het land dat Ik u wijzen zal" (Gen.12:1) vernauwt zich hier tot één der bergen die Ik u noemen zal" (Gen.22:2). In dat versmallen en vernauwen schuilt, zo lezen we verder, Gods zien van de toekomst ..Genesis 22 is trouwens vol van het zien des HEREN, zie vs. 8,14. Dat geeft aan dit hoofdstuk het karakter van een goddelijk visioen; de HERE God ziet iets vóór Zich en daar betrekt Hij Abraham op een zeer intense wijze bij door hem te bevelen zijn zoon te offeren.
..Zo Abraham, zoals jij met je zoon moet doen, zo zal Ik eens ...lk zie dat vóór Mij: Moria." Moria is de berg waar later de tempel op gebouwd is (2 Kronieken 3:1) en voor Israel de verzoeningsdienst gehouden werd als voorafschaduwing van het verzoeningsoffer op Golgotha.O We mogen op grond van dit alles zeggen dat het in de belofte aan Abraham van het land uiteindelijk om die plaats Moria ging. Vanuit Ur werd hij dààrheen geroepen.O Kanaän vond zijn eigenlijke 'raison d'être' in de plaats der verzoening. En door deze versmalling van land naar plaats heen komt er dan vervolgens verbreding. Dezelfde beweging dus als ten aanzien van het volk: door versmalling en verenging heen naar verbreding.O In dit geweldige hoofdstuk vertoont de geschiedenis van Gods volk de figuur van een zandloper: via een versmalling naar een verbreding. En op deze beweging stuit je voortdurend, het hele Oude Testament door. En het is precies krachtens deze beweging dat Oude en Nieuwe Testament bij elkaar passen als knoopsgat en knoop.' (pp.49-51) Ook op p.57 gaat het over de ..concentrerende beweging die er in het Oude Testament zit" ...Het gaat van de wereld naar Israel en het gaat van Israel naar Jeruzalem."
Inzicht en uitzicht
Op nauwelijks meer dan twee pagina's tekst vinden we al een aanzienlijke hoeveelheid Schriftgegevens, maar vooral duiding van de Schrift; de teksten worden in een zodanig duidelijk, en ook overtuigend, verband geplaatst dat ze voor menige lezer verrassende inzichten (en ook vergezichten) bieden.
Dat vind ik kenmerkend voor de hele bundel; dat maakt 't ook tot zo'n aardige en nuttige bundel. Overal tref je 'goudklompjes' aan die tot verdere studie of tot verder nadenken stemmen. Ds De Jong borduurt in de rest van zijn betoog voort op Gods verkiezing: eerst dus het nageslacht van Abraham, dan de stam van Juda, dan het huis van David, uitlopend op de Christus. Een uitspraak luidt: ..Maar wat wel opvalt is dat de verkiezing van de Sionsberg nu in de psalm (78, PJvK) voorafgaat aan de verkiezing van David. 0 Gods verkiezing van David in plaats van Efraïm neemt haar weg over het heiligdom Sion. En dat betekent dat David vanuit de hemel een bodem onder de voeten geschoven krijgt. Het heiligdom Sion is namelijk, vanwege de verzoening die daar plaatsvindt, een stukje nieuwe aarde."(61) Meer zou uit dit ene hoofdstuk alleen al te citeren zijn, maar dat laat ik na. Zo laat ik hier ook verder onuitgewerkt het onderscheid dat ds. de Jong aanbrengt tussen schriftverband en tekstverband, en nog vele andere zaken die onze aandacht zeer waard zijn.
Verjoodsin9
Het tweede artikel dat me zeer boeide heet 'De Verjoodsing van het Christelijk Geloof en Jo01s Bijbellezen'. Ook hier doet ds De Jong zich kennen als een zeer deskundig en ook geharnast strijder voor het Gereformeerde Schriftverstaan. Wat opvalt is hoe al in de eerste zin van het artikel het woord 'dwalingen' aangetroffen wordt! "Wij leven in een tijd dat oude dwalingen die in de geschiedenis van de christelijke kerk zijn opgetreden, onderkend en afgewezen, weer opnieuw opgeld doen."
Genoemd worden dan de invloed van Pelagius en Arius. Is dat de eerste stelling (van de vijf) waarmee het artlkei opent, de tweede stelling luidt: "Een en ander blijkt hieruit dat in het christelijke denken de menselijke mogelijkheden om God te behagen worden opgehemeld (Pelagius) en dat parallel daarmee op het waar God-zijn van onze Verlosser wordt afgedongen (Arius)."
De derde stelling luidt: "Dit levert een leerstellige sfeer op die verwant is aan die van het jodendom (waarvan ten onrechte beweerd wordt dat het ondogmatisch is.)"
Stelling 4 is: "Hierin ligt voor een groot deel de verklaring voor het hedendaagse toenadering van kerk en synagoge die:- op enkele uitzondering na - eenzijdig kerkelijk is."
Stelling vijf luidt: "Ten onrechte worden de oudchristelijke dogma's inzake de Drieënigheid Gods, de twee naturen van Christus en de verdorvenheid van de menselijke natuur afgedaan als vormen van 'grieks' denken. In werkelijkheid zijn het gecomprimeerde samenvattingen van conclusies waartoe gezond Schrift-lezen ons brengt.()"
Na op deze wijze zijn wapens geslepen en al op tafel te hebben gelegd, gaat ds De Jong vervolgens aan de slag om ze ook te gebruiken en, zoals we dat van hem gewend zijn, dat doet hij met verve, vastberadenheid en ook verdienste. Wat mij betreft, 'scoort hij veel punten' in het debat, zodat ik het moeilijk vind om me zijn overtuiging 'van het lijf te houden'. Voor het geval iemand daaromtrent enige twijfel zou hebben, is het goed te melden dat het niet zozeer de Joodse theologie is waartegen hij zich richt als wel de christelijke theologie die zich te sterk naar het Jodendom richt en in die gerichtheid voor het Jodendom 'capituleert' . Ook is het goed om hier op te merken dat ds De Jong aan de 'oecumenischen' met hun 'leerhuizen' etc. denkt en niet zozeer aan Christenen met 'chiliastische Israelvisie'. Althans, dat was mijn conclusie. Over de Joodse uitleg heeft De Jong overigens veel positieve dingen te zeggen. Zo merkt hij op: "De joodse bijbeluitleg blijft doorgaans met beide benen op de grond en vormt daardoor en heilzaam tegenwicht tegen een vergeestelijkingsdrift die de christelijke bijbel uitleg vaak ontsiert." Het is ook eigen aan de joodse exegese "dat ze doorgaans van nuchtere, menselijke wijsheid getuigt". Niettemin, "de joodse bijbeluitleg ademt een sfeer van gemeenzaamheid met God die ons niet alleen niet vertrouwd is, maar ook op gespannen voet staat met de eerbied welke wij aan de hemelse majesteit Gods verschuldigd zijn." En: "Het diepste verschil tussen de joodse en de christelijke schriftuitleg betreft de verzoening. Bij alle goede dingen die van joodse zijde over de verzoening gezegd zijn en worden, bereikt men de diepte van Genesis 22 (8 en) 14 en Levitikus 17:11 niet. De verzoening is in de Schrift (Oude en Nieuwe Testament), anders dan in het jodendom, een aangelegenheid die geheel van God uitgaat." (p.85) Het valt te bezien of Joden het met die zienswijze eens zullen zijn, maar het valt niet te ontkennen dat ds De Jong de centrale positie van Christus en van de verzoening uitermate overtuigend en getuigend toont. Verderop stelt hij: "Het joodse nomisme (wetsvisie, PJvK) is de eigenlijke maatstaf van de schriftbehandeling." Wat de christelijke uitleg betreft, stelt hij: "Het heil van Christus is de eigenlijke maatstaf van de schriftbehandeling."
Of, heel fraai geformuleerd: "Volgens het evangelie is God in Christus mens geworden. Volgens het talmoedische jodendom ls God in de wet menselijk geworden." (86) Later (op p.98) herhaalt hij die stelling: "Wat Christus voor ons is, is het nomisme voor de joden." (Op p.100, staat er 'monisme' i.p.v. 'nomisme', wat een storende drukfout moet heten, maar dat terzijde.)
In dit artikel is De Jong ongemeen helder in zijn formuleren en ook zeer duidelijk in zijn afwijzing. Er is alle reden om het te lezen en te herlezen en al doende de inhoud grondig te overwegen. Alleen al deze artikelen, met de vijf andere in het eerste deel, wettigen de aanschaf van deze bundel. (In een volgende artikel hoop ik beide andere delen van het boek meer recht te doen.)
N.B.
Op zaterdag 10 september a.s. - de dag nadat u dit nummer van 'Opbouw' meestal ontvangt, is er een gesprek op de EO-radio (Nederland 5) met ds De Jong, met name ook over deze materie. Het betreft een gesprek van een uur lang, van 11.02 tot 12.00. Wie dat gesprek, dat ik zelf heel boeiend vond, beluistert zal wellicht nog extra reden vinden om de hier genoemde bundel aan te schaffen. Dat is dan een heel goede reaktie!