De man naast Jezus aan het kruis

1994-10-07
  • Jaargang 38
  • nummer 20
Wie over de muren van een gevangenis kan kijken, leert dat gevangenen meer zijn dan datgene waarvoor ze gevangen zitten. In Hebreeën 13staat: 'Denkt aan de gevangenen, alsof gij met hen gevangen waart'. Durven wij die gedachte wel aan? Gedenken wij de gevangenen wel genoeg? Een gesprek met Lies Dieleman (52), voor wie het verschil tussen achter de deur en ervoor maar een paar centimeter is.

In Sittard is De Geerhorst gelegen, een penetentiaire inrichting die zo'n 250 mannelijke gedetineerden herbergt.
Lies Dieleman werkt daar sinds de oprichting van de instelling in 1989 als 'PIW-er', penetentiairinrichtingswerker, voorheen vaak 'bewaarder' genoemd. Zij doet dienst op een afdeling waar 49 langer-gestraften verblijven. Lies begint haar dienst doorgaans 's morgens rond half acht en leest dan eerst de aantekeningen door van collega's over de gedetineerden om te kijken of er onlangs nog iets belangrijks is gebeurd. Daarna worden de gedetineerden uit hun cel gelaten.
Sommigen gaan dan naar de werkafdeling om daar wat eenvoudige arbeid te verrichten en zo de tijd te doden. Anderen worden 'gelucht' op de binnenplaats, waar men rondjes loopt. 'Tegen de klok in, zoals in elke gevangenis', zo vertelde een bewaarder mij. 's Middags zijn er dezelfde of soms andere activiteiten, zoals studie of creatief bezig zijn: Een paar keer per week mogen ze worden bezocht. Toch verblijven de gedetineerden een groot deel van de tijd in hun cel. Daar slaapt men, eet men en wordt uiteindelijk de straf uitgezeten die volgde op hun misstap waarvoor ze werden berecht. Wat Lies doet, is hoofdzakelijk maatschappelijk werk. Natuurlijk zijn er een aantal praktische taken, zoals 'sleutelen', het openen en sluiten van de celdeuren. Maar de meeste aandacht wordt besteed aan het begeleiden van de gedetineerden. Zij is voor velen een vertrouwenspersoon, een gesprekspartner. Met haar worden allerlei zorgen gedeeld over bijvoorbeeld thuis of hoe het straks zal moeten als de straf is uitgezeten. Door dit werk werd ze zich ervan bewust dat ook hier taken voor een christen liggen. En dat de gevangenis voor veel christenen een onbekend, zo niet, vergeten terrein is. Ten onrechte.

Hoe probeer jij invulling te geven aan je christelijk geloof tijdens je werk?
Van mijn collega's ben ik de enige praktiserende christen. Zij hebben vaak wel een katholieke achtergrond, maar doen daar niet zo veel meer mee. Daarom neem ik regelmatig de zondagsdienst voor mijn rekening en begeleid de christen-gedetineerden naar de kerkdienst die in De Geerhorst wordt gehouden. Maar vooral in je omgang met gedetineerden probeer je uiting te geven van je geloof. Ik laat merken dat ik niet op ze neer wil kijken, dat ik er niet van uitga dat ik beter ben dan zij. En wat ik voor ze kan doen, dat doe ik voor ze. En dat merken ze ook wel, ze weten dat ik mij tot het uiterste voor ze inzet. Als ze dan vragen waarom ik dat doe, dan antwoord ik: 'Luister, ik heb zelf ook groen koren op het veld. Ik heb kinderen, en als hen wat overkomt, als zij nog eens in de gevangenis mochten belanden, dan hoop ik dat er voor hen ook iemand is die hen helpt. Want het verschil tussen voor en achter de deur is maar drie centimeter.'

Ga je vanuit je christelijke levenshouding milder met de gevangenen om?
Ja, mijn collega's hebben een wat hardere aanpak. Maar dat weten we van elkaar, en dat accepteren we ook van elkaar.

En de christelijke gedetineerden, onderscheiden die zich van hun medegevangenen?
Ik heb meegemaakt dat christengedetineerden heel erg kunnen worstelen met de vraag hoe zij hun daden voor God moeten verantwoorden. Eén van hen schreef een gedicht met daarin de volgende strofen: 'Heer ontferm U/ De man naast U aan het kruis/ was toch ook een moordenaar?' Wat dat betreft hebben ze een dubbele straf: een maatschappelijke, en een straf die het geloof hen oplegt. Ze weten heel goed dat ze een grote misdaad begaan hebben. Ze beseffen dat ze daarvoor een maatschappelijke straf opgelegd hebben gekregen van een aantal jaren. Maar wat er dan nog bij kan komen: uit je kerkelijke gemeente gestoten, uit je familie gestoten, want 'dat soort hoort niet bij ons'.
Dat ervaren ze vaak als veel erger dan de vijf of zes jaren die ze van de rechter hebben gekregen.

Schiet de omgeving, ook de kerkelijke, tekort bij de opvang van ex-gedetineerden?
Ze zeggen wel eens: 'Lies, die jaren gevangenis, daar kom ik wel over heen, dat moet gewoon zijn tijd hebben.
Maar wat ik dán krijg, dat duurt mijn hele leven. In mijn familie, in mijn kerkelijke gemeenschap, heb ik levenslang.' Daar kan ik om stampvoeten. Dan denk ik: er is iets mis met onze kerkelijke en christelijke beleving.
Want dit mág niet. Zo'n knul krijgt inderdaad levenslang! Natuurlijk is het delict dat hij heeft begaan erg, soms zijn zelfs heel ernstige misdaden begaan. En dan praat ik ook over het begaan van een moord. Toch zeg ik: er is bij ons iets mis, zo mogen we niet reageren.

Een gevangene is meer dan datgene waarvoor hij vastzit?
Inderdaad. Gevangenen die hun straf hebben uitgezeten, keren terug naar een kerkelijke gemeenschap die aan hen levenslang heeft opgelegd. Er is dan bijna geen helpende hand, nauwelijks iemand die zegt: ook voor jou is er vergeving, ook jij bent een mens. Dat is natuurlijk ook moeilijk, maar het moet wel. Kijk, het zijn natuurlijk geen lieverdjes. Van sommigen geldt zelfs dat het beter is voor de maatschappij, dat ze nooit meer vrijkomen. Tegen zulke verwrongen personen moet je de maatschappij beschermen. Bij hen vind ik het ook wel eens moeilijk toch een zwakke plek, iets goeds te ontdekken.
Toch horen ze er ook bij... Ja, dat zijn dingen, daar tob ik wel eens over.

Hoe denkt men binnen je eigen kerkelijke omgeving over gedetineerden? Is ook daar wel eens sprake van snelle oordeelvorming?
Het komt natuurlijk niet vaak voor dat je direct in contact komt met gevangenen. Mijn gemeente in Maastricht kent geen gedetineerden of ex-gedetineerden. Maar ik houd het wel voor mogelijk, dat men heel wat moeite zal hebben met begripsvol en hulpvaardig reageren zodra de situatie zich voordoet. Typerend is alleen al een opmerking als 'zitten er ook gereformeerden?' Daar moet ik altijd even bij slikken. Nog steeds bestaat de opvatting 'dit gebeurt niet bij ons soort mensen', of 'ons soort mensen pleegt geen moorden, geen incest..', noem het maar op. Dan vraag ik mij wel eens af: willen ze het soms niet weten? Want het gebeurt! Ze zitten er ook!

Bij het plegen van een delict speelt niet zelden ook de achtergrond een rol, zoals opvoeding, milieu. Dat zijn factoren die de vrijheid van je keuze (voor goed en kwaad) kunnen beperken. Hoe ervaren gedetineerden dat?
Op het moment bestaat er een tendens, zo van 'als je zielig bent, je bent vroeger geslagen, dan scheelt dat snel een jaar straf'. Maar daar prik je vaak wel doorheen. Maar er zijn thuissituaties, sociale omstandigheden, ook in een beschaafd land als Nederland, waar je nauwelijks weet van hebt. Wat er zich daar afspeelt, dat is onvoorstelbaar.
Dat je dan de mist ingaat, ja, dat is strafbaar en dan overtreed je wetten. Toch denk ik dan wel eens, gezien die bepaalde achtergrond: 'jongen, ik had het verschrikkelijk knap gevonden, als je erbuiten was gebleven'.

Bedoel je dat ook, als je zegt dat het verschil tussen voor en achter de deur maar 'drie centimeter' is?
Precies. Men denkt er te gemakkelijk over, zo van 'mij gebeurt dat niet'. Maar ik ben heel voorzichtig met zo'n uitspraak.

In Hebreeën 13 staat, dat we de gevangenen moeten gedenken, alsof we één van hen zijn. Doen we dat wel voldoende?
Veel mensen gooien het van zich af. Dat is vaak mijn vraag: weten ze het echt niet, of willen ze het niet weten?
Ik denk dat het laatste vaak het geval is. Wie zegt mij, dat er met mijn jongens eens een keer iets gebeurt, waarvan je dan denkt hoe dat mogelijk is? Je tracht een goede opvoeding te geven, maar wil dat zeggén dat er bijvoorbeeld straks toch een niet eens een keer een borrel te veel opheeft en iemand anders te pletter rijdt? Durf jij je handen daarvoor in het vuur te steken?
Ik niet. Ik hoop, dat het niet gebeurt. Daarom vraag ik me af of mensen echt met een blinddoek oplopen.

Schermt de gereformeerde wereld zich toch teveel af voor dit verschijnsel?
Ik denk het wel. Men heeft een heel bepaalde belevingswereld, een soort afzondering. Je bent niet van de wereld, inderdaad, maar je staat er wel midden in hoor. En daar wordt je in het gevangeniswezen heel erg, als christen-mensen, met je neus boven op geduwd. Dat er ook in de gevangenis christenen, ook gereformeerde christenen, zitten. Die vallen buiten die beschermde wereld, maar dat is ook jou pakje aan. Je kunt daar echt niet omheen.

Er heeft eens iemand gezegd, dat de menselijke geest lijkt op een parachute: hij werkt alleen als hij open is.
Ben je het daarmee eens?
Zo is het. Die moet ik trouwens onthouden. Daarom vind ik het ook jammer dat predikanten wel eens vergeten te bidden voor de gevangenen. Het is veel gemakkelijker de verdrukten te herdenken en voor hen te bidden, dan de gevangenen dichtbij. Dat is te onbekend gebied. Onwetendheid speelt daarbij een grote rol. Ik heb eens een stukje over mijn werk in ons kerkblad geschreven en daar kreeg ik leuke reacties op. Toch geloof ik dat het niet echt doordringt, dat het de mensen niet wakker schudt. Mensen zijn er te weinig bij betrokken. Het lijkt er dan wel eens op dat de mensen hun beeld van de gevangenen gewoon vast willen houden.

Zie je mogelijkheden voor evangelisatie binnen je werkterrein?
Om te beginnen door je eigen werkwijze. Als er bijvoorbeeld een nieuwe gedetineerde op de afdeling komt, dan probeer ik die zo onbevangen mogelijk tegemoet te treden. Anderen willen vaak eerst de reden van hun straf weten, maar dat is niet mijn werkwijze. Ik wil juist niet direct weten waarvoor iemand vastzit, dat komt later wel. Dat kan mijn beeldvorming van iemand teveel negatief beïnvloeden. In je omgang met gedetineerden kun je veel tot uiting brengen. Dat valt de gedetineerden wel eens op, en daar stellen ze dan wel eens vragen over. Ik kom niet snel met bijbelteksten, maar als er een in de problemen zit, dan vraag ik wel eens of ze van Jezus gehoord hebben, die je zonden kan vergeven.
Vaak hebben ze er wel eens van gehoord, en de reacties zijn verschillend. Sommigen willen er niets van weten, anderen willen er juist wel meer van weten en zijn nieuwsgierig. Ik ben niet iemand om langs de deuren te gaan evangeliseren, maar hier, waar het zo op je bordje wordt gegooid, dat vind ik te gek! Sommigen vertellen je wel eens dat zij zich in hele moeilijke tijden toch konden vastklampen aan het geloof. Soms hebben ze wat gehoord van iemand van het Leger des Heils, ' en dan is er daarvan toch iets blijven hangen. Dat kunnen aanknopingspunten voor een gesprek zijn, en dat zie ik ook als mijn weg. Als ze zich afvragen hoe het straks, buiten de gevangenis, verder moet, hoe ze hun gezin weer onder ogen moeten komen, dan vertel ik hen over de liefde van Jezus en over Zijn vergeving van onze zonden.
Men kan zo ontzettend in de knoop zitten.

Het heeft dus ook zin dat er een kerkdienst wordt gehouden?
Als je ze zondags in de kerk zo bezig ziet, dan zie je ze soms helemaal veranderen. Sommigen die in de week ervoor het heel moeilijk hadden, ervaren het kerkbezoek als heel bevrijdend. De kerkruimte biedt mogelijkheid tot bezinning, het is een stiltecentrum dat in een behoefte voorziet. Tijdens de kerkdienst kunnen ze zich ook zo emotioneel en spontaan overgeven, ze luisteren zo intensief en zingen en bidden zo mee. Soms bekruipt mij wel eens een gevoel van schaamte en jaloezie, als ik zie hoe intens zij de hulp van de Heer moeten verwachten en dat ze niets anders hebben om zich aan vast te klampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief