Verootmoediging (2)
1994-10-07
Waardoor is het verval dan binnengeslopen? Er zijn immers verschillende deformatieverschijnselen waar te nemen.- Jaargang 38
- nummer 20
1. Men meent het eindstation bereikt te hebben; we zijn gearriveerd. Hier is dan geen 'werkplaats', maar een 'rustoord' te vinden. Het 'wij' kwam op de voorgrond. Het leidde tot overdreven zelfbewustheid. We gingen denken in machtsverhoudingen. We hadden het over 'onze grote kerk', en 'onze synode'. Jeschurun werd vet, d.w.z. het vergat de realiteit der genade. Er ontstond aversie tegen elke reformatie. Maar reformatiemensen arbeiden en hebben geen tijd voor genot. Hun leven staat in het teken van het offer. We moeten niet rusten in de luxe.
2. Er vindt een verschuiving plaats van de hoofdzaken naar de bijzaken. Van Christus de Heer van de Kerk naar onszelf. Onze lampions en vlaggen dienen om het leven te versieren. Het is: onze kerk, onze school, onze Vrije Universiteit, onze A.R. Partij. Sikkel zei eens in een preek: "God mag 'onze' kerk afbreken, als Zijn Kerk maar gebouwd wordt.
3. We zijn helemaal opgegaan in de succesvolle strijd in het volksleven.
We werden rijk en we gingen jagen naar succes. Naar buiten was alles punctueel in orde, maar achter deze camouflage lag vaak de werkelijkheid van een harde verzaking van het geestelijk leven.
4. Er is een groot tekort aan eschatologisch besef: we leven niet meer elke dag uit de verwachting van de komst van onze Here Jezus Christus die het heerlijke rijk van God volmaken zal.
5. Er is gemis aan verdrukking: het kruisdragen achter Christus aan was geen element van ons leven meer.
Vreemd, want 'in de wereld zult gij verdrukking hebben' ...
6. Er is een praktisch materialisme ingeslopen in onze gelederen; belangrijke zaken werden emeritaatsgelden en traktementen. In plaats van te staan in het geloof.
7. Er is verwereldlijking: eerlijkheid moet wijken voor diplomatie en tactiek. En dat in de Kerk des Heren!
8. De geestelijke antithese ontbreekt.
9. We gaan mank aan geestelijke hoogmoed en we beseffen niet een deel van Gods wereldkerk te zijn. We zijn zo op weg naar de sekte.
10. Er is een grote afstand ontstaan tussen 'geestelijken' en 'leken '. De dominee is de 'heer'. Ook afstand tussen academisch gevormden en de andere leden van de kerk.
Zo hebben we ons leven willen behouden, maar we zijn bezig het te verliezen. We verliezen elkaar. We zijn niet waarachtig als priesters opgetreden. We hebben gefaald. Dan grijpt God in: de verwording wordt openbaar! Wat nu? Zo kunnen we de nieuwe tijd niet in. Nu moeten we ons bekeren en weer bidden om trouw te zijn (Micha 6). We moeten weer kerk zijn. In het ambt van alle gelovigen.
Dit stuk is een samenvatting van een gedeelte van de openingstoespraak, die Ds. H. Knoop, destijds predikant te Rotterdam-Delfshaven, op de zgn. Vrijmakingvergadering in de Lutherse Kerk te Den Haag d.d. 11 augustus 1944 heeft gehouden. Wij kwamen het tegen in de 'Gereformeerde Kerkbode'. orgaan van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken in Groningen. Friesland en Drenthe. Hier vinden wij duidelijk de verootmoediging ingevuld. En daar gaat het immers om. Anders blijven het slechts holle klanken. De inzet van de Vrijmaking was dus goed! Maar helaas heeft door een overspannen begrip van het ware kerk-zijn en doordat men zich sterk afzette tegen de zgn. synodalen een triomfalistische geest zich meester gemaakt van de vrijgemaakte kerken. Triomfalisme bergt het gevaar van sektarisme in zich. Daardoor hebben de vrijgemaakte kerken velen van zich vervreemd. Uiteraard is hier voor allen. die hun wortels in de Vrijmaking hebben. sprake van een bepaalde solidariteit in de schuld. Concrete verootmoediging is een schriftuurlijke vereiste. Alleen in die weg wil God zijn volle zegen aan zijn volk kwijt! De volgende keer nog iets over dit belangrijke thema.