Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht
1994-10-21
Hoe dienen we met ons geld om te gaan? Geldzucht kan zich van ons meester maken. Vandaag zijn er vele verleidingen, denk alleen maar aan de nieuwe rage: de krasloten.- Jaargang 38
- nummer 21
Nu waren er broeders en zusters in de eerste gemeenten die de woorden van onze Heiland niet goed ter harte hadden genomen. Mensen die het spoor der waarheid bijster waren geraakt. Mensen die meenden dat christen zijn een middel was om te verdienen. Ze dachten er financieel voordeel bij te hebben. Inderdaad, de godsvrucht, het leven als volgelingen van Christus, een nederige en eerbiedige houding tegenover de HERE, het leven als kind van God brengt grote winst. Geen financiële winst, maar een ander soort winst. Maar die winst komt er alleen als de godsvrucht gepaard gaat met tevredenheid. De vertaling 'met tevredenheid' van het Griekse woord is niet zo gelukkig. Eigenlijk betekent het in het Griekse spraakgebruik: onafhankelijk zijn, voor jezelf kunnen zorgen, op jezelf kunnen staan. Je hebt niemand nodig. Hier betekent het dan dat je voor jezelf kunt zorgen, onafhankelijk bent als je de HERE volgt. Dan heb je geen andere zaken nodig. Het enige waaruit je mag en kunt leven is Gods Woord. Je hebt er niets aards bij nodig. Zo wordt het in vers 7 ook duidelijk gemaakt. 'Want wij hebben niets op de wereld meegebracht; wij kunnen er ook niets uit meenemen.' De mens moet niet menen dat hij afhankelijk is van geld en goed, dat dat iets zou kunnen bijdragen aan zijn heil. Hoe vaak lezen we dit niet in de Bijbel? Wanneer brengt de godsvrucht winst?
Alleen als we ons afhankelijk weten van de HERE. Als we ons voegen naar de gezonde woorden van onze Here Jezus.
Meer hebben we niet nodig. Wij hebben natuurlijk wel iets nodig om hier te kunnen leven: onderhoud en onderdak zoals het in onze tekst staat. Eigenlijk staat er levensonderhoud (eten) en een deksel. Onder dat laatste zullen we in eerster instantie kleren moeten verstaan, maar ook een woning. Als we dat hebben, dan moet ons dat genoeg zijn. Dat krijgen we van de HERE en dat is genoeg om hier te leven. Denk maar aan de bekende passage uit de bergrede: 'Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? .... Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.' Wij moeten tevreden zijn met wat De HERE ons gegeven heeft. We moeten genoeg hebben aan eten en onderdak. Het begeren naar meer kon wel eens een valstrik worden.
'Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang.' Er staat: wie rijk wil zijn, niet wie rijk is.
Wie alles op alles zet om rijk te worden, die leidt een verkeerd leven. Ja, daar loopt het verkeerd mee af. Als de mammon je in zijn greep heeft, dan is het heel slecht gesteld.
'Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.' Ook in 1Timotheus wordt dat duidelijk. Wie rijk wil zijn, valt in verzoeking. Als je eenmaal in de ban van het geld bent geraakt gaat het van kwaad tot erger. Dat was toen het geval en ook nu. Wij zien de schadelijke gevolgen. Iemand die begint met gokken, raakt eraan verslaafd en geeft uiteindelijk al zijn geld eraan. Daarom zijn amusementhallen, fruitautomaten, lotto's, krasloten en noem maar op, zo gElvaarlijk. Die begeerte doet de mensen wegzinken in verderf en ondergang. Zij kunnen er niet meer van los komen, het wordt een verslaving. De band met de HERE snijden ze door, want alles draait om de mammon, om het geld. Paulus komt dan met een gezegde: 'Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht.' Zonde kan natuurlijk ook andere wortels hebben. De zin is evenwel duidelijk. Geldzucht leidt tot kwaad. Het is de wortel van al het kwaad. Bij het karakter van de geldzucht hoort dat zij niet te verzadigen is. Het gaat echt van kwaad tot erger. 'Gij daarentegen, 0 mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid.' Mens Gods. d.w.z. mensen die bij God horen en dat willen we toch zijn, mensen die naar Hem willen luisteren. De HERE verwacht heel wat anders van ons. Hem dienen en niet de mammon.
Laat in ons leven te merken zijn dat we willen leven naar Gods Woord. Laat bij ons de godsvrucht, de liefde, geloof te vinden zijn.
Wat moeten wij dan met het geld dat we verdienen, met kapitalen die we misschien op de bank hebben staan door bijvoorbeeld een erfenis? Mogen wij niet rijk zijn? Mogen we als we een bedrijf hebben, geld verdienen, en veel winst maken?
De verzen 17 en volgende gaan daar op in. 'Hun, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen niet hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet op onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft, om wel te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam.' God is het die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft. We hebben alles van onze Schepper gekregen. Zo mogen, zo moeten wij het zien. Wat we hebben, hebben we van de HERE gekregen. En wij hebben veel gekregen: we hebben niets te klagen als we dat vergelijken met mensen in Afrika of Azië.
Maar gebruiken wij ons geld goed? Wij mogen er niet op vertrouwen. Onze hoop mogen we daar niet op vestigen.
God gaat voor alles en boven alles. Onze hoop moet op Hem gevestigd zijn. Zoek eerst Gods koninkrijk. Vanuit dat geloof kunnen we pas goed met ons geld omgaan. We moeten iets doen met het geld dat we hebben: wel doen, rijk zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam.
We hebben een grote verantwoordelijkheid. Met onze rijkdom moeten we iets doen. Vrijgevig zijn en mededeelzaam.
Een deel weggeven, want het is ons ook maar geschonken door de HERE. Wij moeten een beleid hebben als we rijk zijn. Wat is de bedoeling van ons geld: Onszelf nog veel meer verrijken, proberen zo aan aardse zekerheden te bouwen?
Het zo beleggen dat je steeds meer geld krijgt? Als u dat laatste doet om dat meerdere geld ook uit te delen dan is daar iets voor te zeggen, maar als het alleen maar is om jezelf te verrijken, dan kan daar geldzucht achter zitten.
In het bedrijfsleven is het niet gemakkelijk om goed met geld om te gaan. Je hebt nu eenmaal geld nodig om te investeren om aankopen te doen. Je moet vooruitdenken, plannen, beleggen. Maar ook daar geldt dat de geldzucht niet het beleid mag zijn. Een directie zal op een goede manier met het geld om moeten gaan en als het christenen zijn ook wel doen en vrijgevig en mededeelzaam zijn. Dat geldt niet alleen voor ons persoonlijk.
Veel gemeenten hebben een potje. Ze krijgen eens een erfenis, of zelfs een paar keer en zitten zo goed bij kas. Dat is op zichzelf niet verkeerd. Maar ik denk dat je als gemeente steeds een beleid moet hebben met dat geld, dat je het niet zomaar op de bank kunt zetten. De bedoeling zal moeten zijn om wel te doen, vrijgevig en mededeelzaam.
Ook als gemeente kun je het gevaar lopen om geldzuchtig te worden. Om ervoor te zorgen zoveel mogelijk bijeen te vergaren. Maar alles komt van God, het wordt ten gebruike gegeven. God is heel royaal, Hij vraagt van ons ook royaal te zijn.