Liedboek-2000?

1994-10-21
  • Jaargang 38
  • nummer 21
Johan Klein uit Rijswijk heeft in een zestal lezenswaardige artikelen zijn mening over de ontwikkeling van het kerklied in reformatorische kring uiteengezet. De behandeling van dit onderwerp op de Landelijke Vergadering op 17 november a.s. vormde daarvoor een belangrijke aanleiding.

Hierbij wil ik de lezer van Opbouw mijn reactie daarop laten weten. Daarbij betrek ik ook de reactie van collegaorganist Bart van Buitenen uit Zwijndrecht. Eerst wil ik u iets vertellen over de gang van zaken in mijn eigen gemeente, die van Den Haag. Sinds 1984 maken we gebruik van het Liedboek voor de Kerken. Ook de gezangen worden regelmatig (gemiddeld 1 à 2 per dienst) gezongen. De selectielijst van de Landelijke Vergadering speelt bij de keuze van de liederen wel een rol, maar is niet beslissend. Enkele jaren geleden kwam in de gemeente de vraag naar voren hoe de kinderen beter bij de diensten betrokken zouden kunnen worden. Als uitvloeisel van de gesprekken daarover is een eigen (losbladige) kinderbundel, de zgn. paarse bundel, ontwikkeld. Met opzet is niet gekozen voor een bestaande bundel. De voorkeur zou dan mogelijk uitgegaan kunnen zijn naar de bundel Alles wordt nieuw. Juist in die periode kwam uitgever Callenbach met een speciaal aanbod voor kerkelijke gemeenten. We hebben besloten na te gaan welke liederen gemiddeld het meeste werden gezongen op een aantal basisscholen. Na inventarisatie bleek dat een 20-tal Iiederen voor het opnemen in de bundel in aanmerking kwamen, naast een 10-tal van uiteenlopend herkomst. Uitgever Callenbach was bereid toestemming te verlenen voor het opnemen van de liederen in de bundel, onder de voorwaarde dat deze alleen in eigen kring zou worden gebruikt.
Bewust is gekozen voor een losbladige uitgave. Wat nl. op een bepaald moment populair is, kan na een aantal jaren weer uit de gratie zijn, en andersom natuurlijk. Af en toe wordt een lied uit de bundel voor of tijdens de dienst gezongen.
Het afgelopen jaar kwam de wens naar voren om meer dan alleen bij speciale gelegenheden liederen te zingen uit de Opwekking-cyclus. Kort geleden is - als resultaat van gesprekken tijdens een gemeentevergadering en overleg binnen de kerkenraad - een commissie in het leven geroepen die een keuze zal maken. Het resultaat zal een plaats krijgen in de zgn. paarse bundel. Binnenkort bespreekt de kerkenraad de Aanvullende liederenbundel. Het zal mij niet verbazen als een aantal van de liederen een plaatsje krijgt in de inmiddels al aardig gevarieerde eigen liederenbundel.
Voor de duidelijkheid: De Paarse bundel mag niet mee naar huis genomen worden. Ik heb begrepen dat verschillende andere gemeenten ook eigen bundels hebben gemaakt voor gebruik voor en/of tijdens de dienst.
Waarom vertel ik u dit? Om aan te geven dat ik van mening ben dat de keuze voor de liederen, andere dan de psalmen, wordt gemaakt aan de basis, nl. binnen de gemeenten. Dat is ook al gebeurd na de invoering van het Liedboek voor de Kerken. Geen enkele gemeente zingt alle 194aanbevolen gezangen. Na verloop blijkt maar een deel regelmatig aan bod te komen.
Welke dat zijn heeft verschillende redenen. De meest gezongen liederen genieten de voorkeur van de gemeente, maar ook (soms voor een te belangrijk deel) van de predikant. Ik ben van mening dat voor zover mijn informatie reikt Nederlands Gereformeerd Nederland nog lang niet uitgekeken is op het Liedboek. Het lijkt mij zelfs noodzakelijk dat een - nog - beter gebruik gestimuleerd zou moeten worden. Johan Klein spreekt de vrees uit dat als t.z.t. het Liedboek-2000 wordt ingevoerd het Liedboek niet meer zal worden gedrukt.
Ik zie het probleem niet zo. Ik betwijfel nl. ten zeerste of dat nieuwe liedboek er ooit komt. En dan nog? Als er in onze kring dan behoefte bestaat aan nieuwe exemplaren, dan weet ik nog wel een paar (leeggelopen) kerken waar men graag van de voorraad af wil. Bovendien zie ik tegen die tijd geen N.G.-kerkenraad het besluit nemen tot het in gebruik nemen van het Liedboek.
Die keuze is voor het merendeel de afgelopen jaren al gemaakt. Ik ben het helemaal eens met Johan Klein als hij zijn vrees uitspreekt over de te verwachten inhoudelijke kwaliteit van het Liedboek-2000. De theologische geesten van deze tijd zullen daarin krachtig waaien. Ik schrijf met opzet geesten (mv.). Binnen de grotere kerkgenootschappen is sprake van een veelheid aan gedachten en gevoelens.
Gecombineerd met het feit dat steeds vaker wordt gezegd dat men zich individueel wil herkennen in de liederen levert dat een onwerkbaar geheel op voor de keuzeheren van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied. Wie de laatste Liedboekdag (28 mei jl. in Deventer) heeft meegemaakt, heeft kunnen proeven hoe groot de verdeeldheid is. Bovendien wil men nauwelijks meer naar elkaars argumenten luisteren. Ook muzikaal gezien levert dat een bonte verzameling aan toonzettingen op. En ik betwijfel of de behoefte van de gemeenten daarvan de oorzaak is. Omdat te verwachten valt dat (als er een Liedboek-2000 komt) het resultaat voor onze kerken over het algemeen niet aanvaardbaar zal zijn, zie ik het nut van het meedoen aan de voorbereiding van die bundel niet in. Maar ook zie ik weinig heil in (nieuwe) pogingen te komen tot een reformatorische bundel, bestemd voor het gebruik in de erediensten. Ik vind het wel een goed streven, maar ik verwacht niet dat een dergelijke bundel door een voldoende aantal synoden of andere kerkelijke vergaderingen aanbevolen zal worden aan de gemeenten. Als ik alleen al zie hoe verschillend over het onderwerp gezangen wordt gedacht binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken, dan denk ik dat we ons niet moeten bezighouden met een illusie. Ook in Den Haag speelt het zingen van liederen een rol bij de samenspreking.
Daarnaast speelt ook een belangrijke rol dat binnen veel reformatorische gemeenten de liturgie in het algemeen en het lied in het bijzonder weinig aandacht krijgt. Over de oorzaken daarvan zal ik hier niet ingaan.
Daarnaast moeten we ons realiseren dat binnen onze gemeenten heel verschillend wordt gedacht over gewenste inhoud en muzikaal karakter van (aanvullende) liederen. Ook om die reden verwacht ik niet dat voor welke bundel dan ook in onze eigen kring voldoende steun gevonden zal kunnen worden. Ik zou de Landelijke Vergadering daarom willen adviseren geen tijd en energie te besteden aan het realiseren van nieuwe bundels. Ik zie meer heil in een commissie (of werkgroep) ten dienste van de gemeenten. Een belangrijke taak kan zijn het inventariseren wat er aan bruikbaar materiaal is ontstaan binnen de reformatorische kerken. Wat mij betreft gaat het vooral om nieuw materiaal, dat nog niet gebundeld is. Te denken valt ook aan nieuwe muzikale vormen, zoals de nieuwe melodieën voor de psalmen, waarvan enkele zijn gezongen tijdens de laatste vrouwencontactdag. Een goed advies en misschien een suggestie voor iemand die een koortje zou kunnen leiden. Een dergelijke commissie zou een bijdrage kunnen leveren aan verbetering van de cultuur binnen onze gemeenten. We kunnen nog zoveel van elkaar leren.

(Tussen haken: De L.V. zou ook moeten aanbevelen dat de verschillende predikantsopleidingen veel meer moeten doen aan liturgische scholing.) Mijn advies aan de L.V.: Laten we onze tijd voorlopig niet besteden aan weer een oecumenische of reformatorische bundel, maar aan het steunen van de individuele gemeenten.

(In het volgende nummer zal Johan Klein reageren op dit en vorige artikelen over het Liedboek-2000.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief