Ik leg het U voor en zie uit...

1994-10-21
  • Jaargang 38
  • nummer 21
Hebben Anne Frank en koning Hizkia iets met elkaar gemeen? Wat mij betreft: ja. Ik heb ze namelijk nageaapt.
Om te beginnen Anne Frank. We lazen haar dagboek op school. Ik was toen nog veel te jong om te beseffen hoe dramatisch de tijd was waarin dit geschreven werd. Trouwens hoe zou iemand die het niet meegemaakt heeft, ooit kunnen beseffen wat het is om zo lang ondergedoken te zijn. En dan uiteindelijk toch nog niet te overleven. Maar wat mij toen aansprak, was het feit dat Anne alles had opgeschreven. Een dagboek in de vorm van brieven aan Kitty, die helemaal niet bestond. Dat leek mij wel wat. Je kunt dan rustig alles opschrijven. Ik was zelf nooit op dat idee gekomen. Voorlopig wist ik nog niet hoe ik mijn penvriendin zou noemen. Dus begon ik maar met 'Hallo'. In de eerste jaren versloeg ik al mijn verliefdheden, school problemen en vriendinnendrama's. Op een echt dieptepunt in mijn bijna-volwassenheid, werd de toon serieuzer en was alles opschrijven voor mij echt een 'must' geworden. In de loop der jaren heb ik heel wat lief en leed aan het geduldig papier toevertrouwd.
Niet voor niets geven psychiaters en dominees mensen die in de knoei zitten vaak het advies 'alles eens op te schrijven'. Dat lucht enorm op, en het kan je ervan weerhouden teveel en te intieme dingen aan anderen te vertellen.
Heel vaak heb je later spijt van je openhartigheid. Mensen weten iets van je. Ook al is de luisterende vriend( in) nog zo vertrouwd, je hebt altijd het gevoel jezelf uitgeleverd te hebben. Ik weet dat dit lang niet voor iedereen opgaat. Jezelf uitspreken kan ook een levensbehoefte zijn. Maar wat mij betreft: ik schrijf liever. Daarbij heeft de geschiedenis van Hizkia, die met een brief van zijn vijand Sanherib naar de tempel gaat en die brief daar dan uitspreidt voor het aangezicht van de Here, mij altijd erg aangesproken. Wat kunnen mensen uiteindelijk voor je doen. Het heeft mij in ieder geval altijd erg geholpen om de crises in mijn leven door te komen. Ik leg het U voor en zie uit...

Nu las ik in de afgelopen vakantie het boek van de brieven van koningin Sophie der Nederlanden aan lady Malet. Daar ontrolt zich dan een leven voor je, zó triest, zó eenzaam en zó haaks op het leven van haar opvolgster koningin Emma, dat je er droevig van wordt. Bepaald geen lichte vakantielectuur. Maar wel een geschiedenis die je niet zo gauw loslaat. Uiteraard zijn dergelijke vondsten - brieven of dagboeken van bekende mensen - van grote historische waarde. Het was wel bekend dat het eerste huwelijk van koning Willem de Derde geen 'happy marriage' was, maar door de ontdekking van deze brieven is de werkelijkheid nog schrijnender aan het licht gekomen. De koningin had gedurende de lange jaren van correspondentie met lady Malet herhaaldelijk aangedrongen dat deze haar brieven zou verbranden. Zij zou het ook doen met de brieven die lady Malet aan haar schreef. Maar de lady heeft daar geen gehoor aan gegeven. Misschien deed ze het in de hoop dat ooit iemand ze zou lezen. Een soort historisch besef. Dan zou de wereld weten dat Sophie een beroerd leven heeft gehad met Wiliem. Maar misschien bewaarde ze de brieven ook wel uit ijdelheid. Het is niet niets als je met een koningin correspondeert.
En zo leest de natie over haar schouder mee wat deze vorstin schreef. Zo hebben wij ook meegelezen met Anne Frank, met Etty Hillesum. Vooral bij de laatste heb ik het gevoel gehad een 'voyeur', te zijn. Wie geeft mij - ons - de samenstellers het recht in iemands dagboek te lezen? Mag dat omdat hij of zij dood is?

Nu roept iedereen natuurlijk: 'ja, maar als we Anne Frank niet hadden gelezen, of Etty Hillesum, of al die andere brieven en dagboeken die boven water komen, hoe hadden we dan zoveel kennis kunnen krijgen van die periode in de geschiedenis?' Dat is natuurlijk wel waar, en het nut van publicatie is waarschijnlijk groter dan wanneer alles verborgen was gebleven. Maar ik ben ervan overtuigd, dat als aan koningin Sophie was gevraagd of haar brieven gepubliceerd mochten worden vanwege het historisch belang, zij pertinent geweigerd had. En dat hadden Anne en Etty ook gedaan. Ik heb iemand gekend die jarenlang een dagboek bijhield. Hij deed dat openlijk. Na zijn dood liet hij het aan zijn kinderen na, die er dan ook dankbaar in gelezen hebben. Dat kon, want hij schreef 'oppervlakkige dingen' d.w.z. de dingen van de dag, het weer, een kind dat geboren werd of jarig was. En vooral de ontwikkelingen op het kerkelijk erf. Zulke aantekeningen zijn later van onschatbare waarde voor die kinderen. Zelfs al zouden ze gepubliceerd worden voor een breder publiek, dan zou er niets ontluisterd worden. Zonder me iets te verbeelden heb ik daar toch wel lering uit getrokken. Want wie schrijft, blijft. Maar wie op tijd schaar en lijmpot gebruikt, hoeft niet bang te zijn dat ooit nieuwsgierige ogen gaan over woorden die alleen maar werden geschreven voor Gods aangezicht. Dus heb ik, thuisgekomen van vakantie, mijn dagboeknotities kritisch doorgelezen.
En ik heb bewaard wat ik van belang achtte voor mijn kinderen. Misschien hebben ze er ooit iets aan voor hun eigen leven. Tegelijkertijd heb ik me, al lezend, zitten verwonderen. Om met de psalmist te spreken: 'over wat mij God deed ondervinden. Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest'. En daar ben ik nu gewoon heel dankbaar voor. Ik leg het U voor en zie uit...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief