Aforismen

1994-10-21
  • Jaargang 38
  • nummer 21
In 1993 verscheen het boek 'Beeldenstorm', waarin een aantal aforismen, kernachtige spreuken, van de in 1992 overleden Okke Jager zijn bijeengebracht. Ik wil er een aantal hier doorgeven.

Wij mogen niet zeggen: ik ken God goed, alsof ik dagelijks bij zijn zoon over de vloer kom. Wij mogen wél zeggen: ik ken God goed, omdat zijn zoon bij mij over de vloer komt. Op deze twee gedachten hinkt de theologie.

Wij hebben niet meer het 'met-alle heiligen-gevoel van de eerste christenen. Wij zeggen niet meer: samen uit, samen thuis.

Met een bewogen God komt de kerk in beweging.

Door al ons 'bomen' zien wij het bos niet meer.

Een lied doet soms meer recht aan een bijbelstuk dan een exegese, omdat het niet 'naar buiten voert', maar naar binnen, niet uiteenzet maar samenvoegt.

Wanneer iemand in een gesprek van vijf minuten vijf keer zegt: 'daar zit toch een gevaarlijke kant aan', dan is zo iemand - tien tegen één - Gereformeerd.

Zij die klagen dat ons zoveel wordt afgenomen van wat de vaderen nog geloofden, vergeten dat juist die vaderen zelf zoveel hebben losgelaten van wat de eerste christenen nog geloofden.

Hoge bomen vangen veel wind, en geen boom is zo hoog als de toren van de kerk. Als de kerk geen wind meer zou vangen, zou ze uit het gezic'ht verdwenen zijn. En de kerk mag ook niet boven de boomgrens staan.

Wij horen in de kerk thuis waar wij ons het minst op ons gemak voelen. Moet er dan niet één Kerk zijn? Jawel, maar dan een Kerk waar de Bijbel in plaats van bij onze stokpaardjes opengaat bij de teksten waarmee wij het aan de stok hebben, en in plaats van bij de woorden die wij kennen van haver tot gort, bij die andere die wij te gortig vinden.

In de gemeente moeten wij kunnen ervaren dat de verschillende genadegaven elkaar niet alleen aanvullen, maar ook wederzijds verootmoedigen.

Het Evangelie is het oude woord voor de jonge Kerk, maar niet minder het jonge woord voor de oude Kerk.

Als wij niet steeds nieuwe vormen vinden, staan wij wellicht nog wel op de Weg, maar dan lopen wij er niet op.

Wie zich wachter voelt op Sions muur, is geneigd te denken dat hij Sion kan overzien.

AI gauw zijn de 'kleine luyden' 'luide kleinen' geworden, die zichzelf, toen ze eenmaal geëmancipeerd waren, nogal triomfalistisch op de borst sloegen.

Als de kerkelijke tucht haar steken wat meer onder water had gehouden, zou de jeugd van de Kerk der váderen nu niet zo smeken om een Kerk als moeder.

Het zijn niet méningen die binnen één kerk op elkaar botsen; het zijn gebéden die haaks op elkaar staan.

Mensen die in brood en wijn niet meer hun symbolen zien, vieren dan het Avondmaal alleen nog omdat het moet.

Wanneer er in de eredienst te vaak een formulier wordt voorgelezen, wordt aan de inhoud van dat formulier te kort gedaan.

Formulieren kunnen een schaduw werpen over het feest van doop en avondmaal. Wij hopen niet op een gewijde herhaling, maar op een woord-voor-vandaag. Een woord van God is nooit oudbakken. Het is nooit zoiets als een opgewarmd restje van een vorige maaltijd. Het heilige brood is vers brood.

De Kerk heeft zich vanouds meer thuis gevoeld bij het dogma dan bij het beeld, hoewel Christus niet al/een het Woord Gods, maar ook het Beeld Gods wordt genoemd.

Dogmatisme is een geloof dat op instorten staat.

Ook de angst voor dogma 's kan een dogma worden.

Wij hebben dankzegging ná het Avondmaal, maar Jezus houdt dankzegging vóór het Avondmaal.

Wie niet naar het avondmaal durft gaan, zou ook niet kunnen sterven. Hij kan God niet ontmoeten. Hij kan dus niet bidden. Niet bijbel/ezen. Niet meezingen.
Wie niet naar het avondmaal kan gaan, kan niet meer léven.

De diepste oorzaak van de onkerkelijkheid is de ontrouw van de kerk, die steeds weer partij koos voor de heersende machten.

Waar vooral jongeren de kerk verlaten, heeft de kerk vaak al eerder de jongeren verlaten.

En hiermee laat ik het voor deze keer. Je hoeft het niet met alle uitspraken eens te zijn, maar ze geven wel allemaal stof tot nadenken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief