Kinderen en avondmaalsonderwijs (1)

1994-11-04
  • Jaargang 38
  • nummer 22
Van kindsbeen af
Kinderen behoren in de gemeente van Jezus Christus niet minder dan volwassenen betrokken te worden bij de hele dienst van de HERE. In de prediking wordt geprobeerd het Evangelie voor hen verstaanbaar te houden. In de catechese krijgen zij op hun eigen niveau onderwijs in de leer van de Heilige Schrift en de belijdenis van de kerk. Met de bedoeling dat zij toenemen in kennis en met de bede dat zij groeien in geloof. In dit verband zijn de woorden van Paulus aan Timotheüs hoopgevend: "...en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus" (2 Tim. 3:15). Het is niet gezegd, dat onze kinderen later de fakkel van het geloof zullen overnemen. Er kunnen verschillende factoren een rol spelen, waardoor zij als jonge volwassenen toch afhaken.
Maar de kerk heeft altijd terecht begrepen, dat onderwijs aan de kinderen de aangewezen weg is naar persoonlijk en praktisch geloven. Daarbij is van belang dat God door Zijn Woord machtig kan werken. Dat geeft een zekere ontspanning. Niet onze methode, hoe belangrijk ook, is doorslaggevend, maar de Schrift zelf, mits in alle rijkdom en eenvoud ter sprake gebracht. De heilige schriften kunnen wijsmaken tot zaligheid, want zij brengen onze kinderen bij Christus Jezus.
Zij getuigen van Hem (Joh. 5:39). Vreemd genoeg worden kinderen steeds vaker uit de kerkdienst gehaald en dan nog wel tijdens het hoogtepunt: de bediening van Gods Woord! Terwijl zij op school soms worden geconfronteerd met onderwerpen die het kinderniveau overstijgen, worden zij in de kerk gedurende enkele jaren onderschat in het opnemen van de prediking van het Evangelie. Kinderen hebben juist zo'n scherpe antenne voor de Bijbelse geschiedenis! Wanneer die niet overkomt, kon het weleens meer liggen aan de zenders dan aan de ontvangertjes. Mijn inziens moeten de kinderen stante pede terug in de wekelijkse eredienst van Gods verbondsvolk, waar de HERE zich richt tot Zijn héle gemeente. Als dan maar de Schriften mogen spreken en de tekens en zegels hun werk mogen doen. Het is intussen ook vreemd dat kinderen met betrekking tot de prediking worden onderschat, terwijl van hen teveel wordt gevraagd bij het heilig avondmaal. Dat is een tegenstrijdigheid: kindernevendienst en kinderavondmaal.

Pascha en avondmaal
Ik zou in dit verband willen stellen, dat de kinderen wel degelijk óók betrokken dienen te worden bij de viering van het heilig avondmaal. Zoals zij dat ook werden bij het Pascha. Betrokken, zeg ik, maar (nog) niet deelnemen.
Er wordt nogal eens een is-gelijkteken geplaatst tussen Pascha en avondmaal, waarbij dan gezegd wordt: onder Israël deden de kinderen mee aan de Pascha-maaltijd, dus mogen zij nu deelnemen aan het heilig avondmaal.
Immers: het avondmaal is in de plaats van het Pascha gekomen, zoals de doop in de plaats van de besnijdenis.
Toch is deze gelijkschakeling niet juist. Het Pascha werpt een blik terug en vooruit; het is gedachtenis en profetie.
"En deze dag zal u een gedenkdag zijn, gij zult hem vieren als een feest voor den HERE; in uw geslachten zult gij hem als altoosdurende inzetting vieren" (Ex. 12:14). Daar zien we de spits naar achteren en naar voren.
De machtige redding uit het diensthuis van de slavernij moet het volk middels het Pascha jaarlijks brengen tot dankbare gedachtenis tegenover de HERE. Maar tegelijk behoort het Pascha tot de schaduwen van het toekomstige werk van Christus. Aan de vooravond van Zijn sterven kon Christus met de Zijnen het Pascha voor de laatste keer vieren. Hij zou het enkele uren later vervullen aan het kruis. Johannes de Doper had Hem drie jaar eerder al aangewezen als het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt (Joh. 1:29). Is het avondmaal dat de Heiland instelde nu een nieuwtestamentische kopie van het Pascha? Volgens mij niet. Pascha is niet vervuld in het heilig avondmaal, maar in de offerdood van Christus op Golgotha. Maar het avondmaal heeft wel dat dubbele karakter van het Pascha behouden. Ook de maaltijd des Heren heeft die dubbele blikrichting van gedachtenis en profetie. "Want zo dikwijls gij dit brood eet en den beker drinkt, verkondigt gij den dood des Heren, totdat Hij komt" (1 Kor. 11:26). Je kunt daar een eenvoudig catechetisch rijtje van maken: exodus ß pascha à kruis ß avondmaal à wederkomst. We zullen het meerdere van het avondmaal ten opzichte van het Pascha moeten laten wegen in onze benadering van de kinderen. Er is al vaker op gewezen, dat wat de apostel beveelt in 1 Kor. 11:28 - "Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit den beker" - niet van de kinderen geëist kan worden. "Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt" (1 Kor. 11:29). Onze kinderen zullen nu juist in de catechese van jaren voorbereid moeten worden op de viering van het heilig avondmaal, ook om het lichaam van de Here te leren onderscheiden.

Pascha en onderwijs
In Exodus 12en 13vinden we bepalingen ten aanzien van Pascha en de lossing van de eerstgeborene. De HERE gaf daarbij opdracht tot huiscateche aan de kinderen. "En wanneer uw zonen tot u zeggen: Wat betekent deze dienst van u? - dan zult gij zeggen: het is een Paasoffer voor den HERE, die in Egypte aan de huizen der Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren sloeg, maar onze huizen spaarde" (Ex. 12:26,27). Pèsach betekent letterlijk 'voorbijgaan'. Opvallend is de vraag van de kinderen: "Wat hebt gij daar voor een dienst?" (SV). Er is kennelijk nog een zekere afstand. Het is de dienst van de vader des huizes, waarover het kind uitleg moet ontvangen. Er is een verschil tussen de vader en de zoon. Ook bij het Pascha zien we een toenemen in kennis. Maar daarmee gepaard ook een groeien in geloof. In Exodus 13:8 is geen sprake van een vragend kind, maar daar draagt de HERE de vaders op: "En op dien dag zult gij uw zoon uitleggen: Dit is terwille van wat de HERE mij heeft gedaan bij mijn uittocht uit Egypte". Het opzettelijk onderricht moet blijkbaar beginnen op initiatief van de ouders. Maar er is niet alleen een verschil in kennisniveau; er is ook een verschil in geloof. Want het is toch niet zomaar een belijdenis, die de vader daar mag uitspreken. Tien plagen daverden over Egypteland (Ex. 7-12), de Schelfzee werd gespleten en farao's ruiters en paarden verdronken (Ex. 14). Hemel en aarde werden bewogen. En dan zegt deze vader: dit is wat de HERE mij gedaan heeft bij mijn uittocht! Daarmee wordt het kind niet afgehouden van het heil dat de HERE voor Zijn hele volk heeft bewerkt, maar een kind moest ook bij het Pascha nog groeien. In het Pascha gaf de HEREZijn hele volk de gedachtenis aan de Exodus en de profetie van de komende verlossing, daar hoorden de kinderen absoluut bij. Maar kinderen zijn kinderen. De HERE wilde hen laten onderwijzen, zodat ook zij mochten toegroeien naar die persoonlijke belijdenis. Men zegt weleens dat het Oude Testament alleen het collectief ziet en het gemeenschappelijk geloven, terwijl het Nieuwe Testament ruimte geeft aan het individu en het persoonlijk belijden. Toch zien we al vroeg in Israëls bestaan deze opvallende wijze van geloofsuiting.Ik dacht dat we er ons voordeel mee zouden kunnen doen rondom de avondmaalstafel. In het zicht van de viering of in aansluiting daaraan moeten de kinderen onderwijs ontvangen over de betekenis ervan. Bovendien zou het een fijne bijdrage zijn voor de geloofsopvoeding wanneer de ouders ook eens zeiden: wat Christus deed voor hèél Zijn volk, dat heeft Hij mij gedaan.

(volgende keer veder)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief