Ontroering

1994-11-04
  • Jaargang 38
  • nummer 22
In mijn herinnering leeft voort hoe ik, lang geleden, na een dienst op Kerstfeest door een zuster der gemeente werd opgewacht, die mij vermanend toesprak. Wat was er gebeurd? Wel, in de preek over de geboorte van de Heiland had ik een paar maal gezegd: "Komt, verwondert u hier mensen, ziet hoe dat u God bemint" naar het bekende lied. God vraagt geen verwondering, maar geloof, kreeg ik te horen en wist op dat moment niet wat te antwoorden in een minder aangename verwondering. Het was geen 'uitschieter', want in de kerken was de toonaangevende richting vuurbang voor wat genoemd werd valse mystiek. Het gevoelsmatige in het geloof moest wijken van de verstandelijke overweging en verwerking van het Woord en van Gods beloften.
Leerde de Schrift niet dat wij de Here moeten liefhebben met heel ons verstand en in de bekende samenvatting van de wet wordt het gevoel niet genoemd. Volle nadruk kwam te liggen op de rechte leer; daar is dan ook heel wat over gestreden met als gevolg een zekere verkilling van het geloofsleven. Straatprediker N. Baas schreef eens: "De gereformeerden zullen niet wegens onrechtzinnigheid uit de hemel blijven, dáár ben ik wel gerust op, maar hebben zij liefgehad?"
Nu hadden we in de tijd rond de vrijmaking te doen met een reactie op een theologie waarin het geloof praktisch opging in het gevoel. Laten we ons in het geloof alleen maar leiden door onze gevoelens, dan zoeken we in feite de zekerheid bij onszelf en lopen we vast in een zwevend subjectivisme. Ontroering is vertroebeling werd ons destijds geleerd, daarom is grote voorzichtigheid geboden in emotionele situaties waarin gevoelens hoog oplaaien. Zo doen we goed als we diep verontwaardigd en kwaad zijn een wacht voor onze lippen te zetten. Dit neemt niet weg dat gevoelens van ontroering en verwondering behoren bij de omgang met de levende God in het verbond.
In het evangelie van Johannes 13:27 lezen we dat de Heiland zegt: "Nu is mijn ziel ontroerd en wat zal Ik zeggen?"
Bijzonder treffend is het beeld van de Meester getekend bij de worsteling in Gethsemané als de angst Hem naar het hart grijpt en Hij zegt: "Mijn ziel is zeer bedroefd tot stervens toe". Hoe velen hebben in dagen van crisis hun troost gezocht bij Hem die ons gelijk is geworden in zwakheid en verdriet. De overweging van het verstand en de beweging van het gemoed hebben beiden hun plaats in het leven uit het geloot. In de verwondering en aanbidding komt de gelovige boven de moeiten van zowel het verstand als van het gevoel uit. Er is momenteel in de vrijgemaakte kerken een te verwachten reactie. Jarenlang richtten zich de geloofsactiviteiten op de opbouwen uitbouw van het gereformeerde leven in een enorme organisatiedwang; momenteel bespeur je meer aandacht voor wat we de dieptewerking in het hart zouden kunnen noemen in de intieme omgang met een genadig God. De al eerder genoemde straatprediker Baas vertelde me eens dat hij iemand gekend had die het psalmvers: "Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven" niet met droge ogen kon zingen en dat was geen pose of aanstellerij, maar blijdschap in de Heer.

Dit artikel werd geschreven door Ds. H.J. v.d. Kwast, emeritus predikant te Amstelveen. Wij troffen het aan in het: "Kerkblad voor Nederlands Gereformeerde kerken in de provincies Flevoland, Gelderland en Overijssel" (administratieadres: Mevr. G. Jansen-van der Molen, Ludekenskamp 31,8014 ER Zwolle). Meestal één keer in de veertien dagen neemt kollega v.d. Kwast in genoemd kerkblad de rubriek Varia voor zijn rekening. Hij put daarbij uit een enorme schat van herinneringen. Op fijnzinnige manier stelt hij dingen aan de orde, die ons aan het denken zetten. Ook dit artikel getuigt daarvan.
Er zijn mensen, die zeggen: "Niemand zal mijn tranen zien." Er zijn ook anderen, die soms maar moeilijk hun emoties kunnen bedwingen. Moeten wij dat erg vinden? Maar God heeft toch ook de traanbuizen geschapen?!
En Hij zal Zelf eenmaal alle tranen van onze ogen afwissen. Dat is de troost, die Openbaring 21 ons biedt!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief