Hebreeën 3:8

1994-05-20
  • Jaargang 38
  • nummer 10
"Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet, zoals bij de verbittering, ten dage van de verzeeking in de woestijn."

Ik heb U wel gehoord,
maar het kwam ongelegen,
Gij, Zender die mij stoort.
Ik was ermee verlegen.

Zo dwaal ik door dit dal,
in de woestijn gevangen,
tot ik ontmoeten zal
mijn eigenlijk verlangen

dat ik wilde ontlopen.
Ik blijf hopen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief