Kerkelijke bijdragen
1994-05-20
Over kerkelijke bijdragen, het witwassen van zwart geld en de (nieuwe) verplichting je als kerk bij het verrichten van financiële handelingen te legitimeren. - Jaargang 38
- nummer 10
Een opmerkelijke combinatie?
De titel zal U allicht verbazen. Het is voor een oprecht christen toch wel een merkwaardige combinatie: kérkelijke bijdragen en het witwassen van zwart geld. Toch is er wel enige reden om daar aandacht aan te schenken. Niet zozeer omdat giften aan kerken ook uit zwart geld afkomstig kunnen zijn. Dat kan gebeuren en dan kun je daarbij natuurlijk wel enkele vragen stellen.
Die reden is echter vooral gelegen in het feit, dat er sinds 1 februari j.l. een wet in werking is getreden, die ook voor de kerken en de kerkelijke financiën nogal wat consequenties kan hebben. Niet dat die wet speciaal op kerken betrekking heeft. Die wet heeft een veel ruimere strekking maar ze geldt ook voor de kerken. De wet zal ook voor de wijze, waarop kerken, waar onder de Nederlands Gereformeerde, zich in de toekomst bij financiële handelingen zullen moeten legitimeren, vrij ingrijpende gevolgen kunnen hebben.
Maar laten we ons niet te gauw beklagen.
Wetten kunnen voor kerken soms ook heel gunstig zijn. En dan mopperen we ook niet.
Laat ik, voordat ik over aan die wet voor de kerken verbonden consequenties begin, eerst aandacht schenken aan een voor de kerken gunstige zaak waar ook menig christen de vruchten van plukt: De kerkelijke bijdrage als aftrekpost bij het invullen van je belastingformulier.
Tenslotte is 1 april --- de datum, waarop menigeen zijn of haar formulier voor de inkomstenbelasting moet hebben ingeleverd --- nog niet zo lang geleden.
Kerkelijke bijdragen encollectebonnen.
Kerkelijke bijdragen en giften vormen, binnen bepaalde grenzen, in ons belastingstelsel aftrekposten. Vermelding daarvan leidt dus tot het betalen van minder belasting. Je kunt ze aftrekken, het hoeft niet. Ik ontmoette jaren geleden eens een kerklid, dat zijn vaste bijdrage aan de kerk niet aftrok. Onder het motto: Wat ik aan de kerk geef schenk ik ook écht aan de kerk. Dat gaat de overheid ook niets aan. Ik geef het niet om het ten dele weer van de overheid terug te krijgen.
Veelal gaat het iets anders en worden ze wel degelijk als aftrekposten opgevoerd.
Soms worden de leden van een gemeente er door de commissie van beheer of de boekhouder zelfs uitdrukkelijk op gewezen, dat je die kerkelijke bijdragen, mits aantoonbaar, kunt aftrekken. Veelal dan gevolgd door de opmerking, dat je dan dus minder belasting behoeft te betalen en dat men graag het bedrag dat je op die manier uitspaart (weer) op de giro- of bankrekening van de kerk tegemoet zal zien. Dat verhaal gaat dan wel niet op voor het geld, dat je in de collectezak stopt --- dat is immers moeilijk aan te tonen --- maar dat probleem kun je, zo wordt dan betoogd, weer ondervangen door collectebonnen te kopen. Als je daarvan dan een bewijsje vraagt, is het bedrag weer wel aftrekbaar. In dat geval wordt bij het geven van de kerkelijke bijdrage dus wel degelijk rekening gehouden met het feit, dat die voor de belastingen aftrekbaar zijn.
Het is ook niet toevallig dat tal van zgn. liefdadigheidsinstellingen, waarmee in dat opzicht de kerken zijn gelijkgesteld, vooral in de maanden november en december (bedel)brieven rondsturen. Niet alleen omdat er soms kerstgratificaties worden uitbetaald of een zgn. dertiende maandsalaris. Ook omdat mensen dan nog even kunnen bezien of je die gift voor dat jaar nog als aftrekpost kunt meenemen. Allicht ook in de veronderstelling, dat de betrokkenen op grond van dat argument dan wat meer scheutig zijn.
Het bovenstaande maakt ook duidelijk dat je met die kerkelijke bijdragen, met die aftrekposten je voordeel kunt behalen, ermee kunt schuiven en zelfs manipuleren.
Wat is een kerk?
Het brengt voor de overheid natuurlijk wel een probleem met zich mee. Die overheid is (tot nu tee) best bereid om het geven van giften voor allerlei goede en liefdadige doeleinden te stimuleren door ze als aftrekposten te beschouwen. Ookin geval van giften aan kerken. De vraag is dan alleen wel: wat is een kerk? Niet in de zin van art. 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis maar in de zin van de belastingwetgeving, want waar liggen de grenzen? De tijd, dat er in het dorp een rooms-katholieke, een hervormde en een gereformeerde kerk stonden en dat het daarmee was bekeken ligt achter ons. Kerken vindt men in tal van variaties. Bovendien: in ons rechtssysteem kun je heel gemakkelijk een nieuwe kerk oprichten. Daar heb je echt niet een afscheiding, een vrijmaking of een buitenverbandstelling voor nodig. Om van de bijeenkomsten van allerlei sekten en vreemde "god"sdiensten nog maar niet te spreken.
En ook die zullen in dit opzicht aanspraak maken op gelijke behandeling.
Satanisch misbruik.
Bovendien: Van wetgeving kun je niet alleen gébruik maar ook misbruik maken. Dat is een gedachte, die niet alleen bij diverse mensen opkomt.
Satan zal, zeker in gevallen waarbij de kerk in geding is, daar in het bijzonder oog voor hebben. Het gaat daarbij niet om geheel denkbeeldige mogelijkheden.
Zo deed ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, eens op 31 oktober (!) 1986 uitspraak in een geeing tussen "De Kloosterorde der Zusters van Sint Walburga, sectie Nederland" tegen de Staat der Nederlanden. Die "Kloosterorde" wilde nl. gevrijwaard blijven van regelmatige politiecontrole.
Een procedure waarin al eerder was vastgesteld, dat de activiteiten van deze "kloosterorde" zich niet onderscheidden van die van een sexinrichting.
Metterdaad een "Kerk van Satan". Een instelling, die van de "rechtsfiguur" van een kerk gebruik wilde maken zonder het te zijn. Overigens zonder succes. En in een onlangs verschenen "Almanak voor de belastingontduiker 1994" kan men onder de rubriek kerkelijke bijdragen zelfs lezen dat je het beste gewoon voor jezelf een kerk kunt beginnen. Als je dat handig doet, kun je ook iedereen, die je een cadeau wil geven, wijzen "op de onbegrensde mogelijkheden binnen (je) sekte-stichting".
Dat er van de kant van de overheid dan soms reden kan zijn om voorzichtig te zijn is dus niet zo onbegrijpelijk.
Het witwassen van geld.
Maar nu de bewuste wet, waar ook de kerken onder vallen: de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993.
Dat er een grote hoeveelheid "zwart geld" in omloop is is wel bekend. Niet alleen nationaal maar ook internationaal.
Uiteindelijk moet je ook het uit illegale visvangst, uit zwart werk en uit drugshandel en bankovervallen verworven inkomen ergens "legaliseren".
Op Europees niveau tracht men daar ook wat aan te doen met behulp van een zgn. Europese richtlijn en dat had weer tot gevolg dat december vorig jaar hier die wet werd aanvaard. Die wet brengt o.a. met zich mee dat een financiële instelling in vele gevallen verplicht wordt de identiteit van een cliënt vast te stellen voordat hem een financiële dienst mag worden verleend.
Op zich zelf genomen een maatregel, die natuurlijk zeer wel verdedigbaar is. Maar dat betekent wel dat van een instelling en derhalve ook van een kerk soms zal worden gevraagd zich (als rechtspersoon) te "legitimeren". Bij voorbeeld bij het openen van een nieuwe bankrekening of het huren van een safeloket. Dat geldt niet voor bestaande rekeningen; wel voor nieuwe. Het voorschrift heeft zeker ook betrekking op situaties, waarin een nieuwe kerk wordt gesticht.
Dat is althans het systeem, waar de wet zelf in het algemeen gesproken van uitgaat. Dat zou nog anders kunnen uitpakken nl. indien de kerken alsnog een algehele of beperkte vrijstelling zouden krijgen. De wet sluit die mogelijkheid niet uit maar de minister van financiën heeft aan de R.K. kerk al laten weten daar geen reden voor te zien.
Blijft de minister bij dat standpunt, dan zal dat dus in een aantal gevallen betekenen, dat de desbetreffende kerk zich zal moeten identificeren aan de hand van een speciaal daarvoor op te maken notariële acte of zich eerst moet laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Iets, wat toch ook weer de nodige kosten met zich mee zal brengen. De desbetreffende financiële instellingen zijn dan immers verplicht om op de voorgeschreven wijze de identiteit van die kerk vast te stellen.
Tenzij dus alsnog een zekere mate van vrijstelling zou worden verleend.
De kerk als rechtspersoon.
Nu zal niemand beweren, dat het feit dat een "kerk" ook "rechtspersoon" is zo vreemd is. Een "kerk" kan immers een kerkgebouw in eigendom hebben, een predikant beroepen en een koster in dienst nemen. Kerken zijn ook rechtspersoon, zelfs ook van een specifiek soort. Met relatief ook veel vrijheid: ze mogen hier zelf hun eigen organ isatiestructuur bepalen.
Waar het hier echter om gaat is niet zozeer dat onze kerken geen rechtspersoon zouden zijn, maar dat ze dat volgens het systeem van deze wet op een bepáálde manier moeten kunnen aantonen. Natuurlijk kun je het meest recente "Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken" overleggen en het" Akkoord van kerkelijk samenleven". Duidelijke voorschriften over de rechtspersoonlijkheid van de kerken --- wie rechtens tot wat bevoegd is --- zal men daar toch niet in vinden. Dat was natuurlijk ook niet het doel wat de opstellers destijds primair voor ogen stond. Ze hadden wel andere dingen aan hun hoofd. Het heeft alleen wel tot gevolg, dat de juridische onderbouwing van de plaatselijke kerk bepaald niet uitmunt door helderheid. (Geldt dat trouwens niet net zo t.a.v. de rechtspositie van onze predikanten ?) Er is weliswaar een énkele plaatselijke kerk die daar wel een afzonderlijk statuut, waarin staat welke instantie in rechte tot welke handeling bevoegd is, voor heeft laten opstellen maar dat is wel een hoge uitzondering.
De opstelling van het C.I.O.
De afwijzende reactie van de minister van Financiën heeft het C.I.O. er onlangs toe gebracht de minister te vragen de mogelijkheid van een (beperkte) vrijstelling toch nog eens te overwegen.
Het C.I.O. (de afkorting van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken) heeft o.a. ten doel de gemeenschappelijke bespreking en behandeling van door de participerende kerken op het terrein van Kerk en overheid gelegen zaken. Een achttiental kerken, w.o. de R.K. kerkprovincie, de Nederlandse Hervormde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken, het Leger des Heils en ook de Nederlands Gereformeerde Kerken nemen daaraan deel. Sinds kort ook de vrijgemaakte Kerken, zij het vooralsnog als "waarnemer".
In dat verzoek om heroverweging wordt overigens niet gepleit voor een vrijstelling voor de kerken zonder meer. Men kan immers ook denken aan een wijze van legitimatie, aangepast aan de structuur van het desbetreffend kerkgenootschap. Het laatste woord is daar dus nog niet over gezegd.