Apostolische wijsheid (2)
1994-11-18
In Opbouw van twee weken terug pleitte ik, met in gedachten het rapport 'vrouwen diakenambt' en een enkele reactie op dat rapport, voor een minder massieve omgang mei de brieven van het Nieuwe Testament. Brieven nebben hun eigen aard en karakter en vragen dan ook om een eigen benadering. Dat is in algemene zin zo en de brieven van het Nieuwe Testament zijn geen uitzondering op die regel. Het past ons die bijzondere geschriften, die zo vurig getuigen van onze Here Jezus Christus, te lezen met een gelovig hart, in hartelijke liefde voor het evangelie. Maar we moeten oppassen dat we (sommige gedeelten uit) de brieven van de apostelen niet doodknuffelen.- Jaargang 38
- nummer 23
Zwaarwichtig
Juist dat gevoel krijg ik bij de redeneringen, die van twee kanten worden opgezet in de discussies rond de vrouw in het ambt. Waarbij ik me afvraag of het wel in overeenstemmjng met het karakter van de brieven is, om briefpassages vol concrete aanwijzingen, zo zwaarwichtig te benaderen? Alsof in de aanwijzingen aan b.V.de gemeente van Corinthe de lijnen voor de kerk van alle tijden en plaatsen zijn uitgezët. Zodat wij voor de taak zouden staan om die aanwijzingen minitieus te doorvorsen. Om er langs die weg van speuren en combineren achter te komen of er ergens tussen de paulinische regels door misschien nog een diakones of vrouwelijke diaken wil opstaan. In vol ornaat, zoals het rapport de vrouwelijke diaken voor ons neerzet of als een sobere aangeklede diakones, waar de vrijgemaakte hoogleraar Van Bruggen mee aankomt.
Je krijgt dan het gezoek naar uitspraken van de apostel, die ons vrijmoedigheid zouden kunnen geven om de deur naar een vrouwelijk diaken of ouderling open te zetten. Of je wordt (met spijt?) gestijfd in de gedachte, dat die deur maar beter dubbel in het slot kan - voor de zekerheid.
Diep in het hart
Wat een apart gewroet en getrek van twee kanten, als je het een beetje van de zijlijn beziet. Apart, want ik schat in, dat vrijwel iedereen, die op de voorlopig beslissende landelijke vergadering aanwezig was, het diep in zijn hart helemaal niet zo gek zou vinden, wanneer ook vrouwen in onze kerken ouderling, diaken of predikant zouden zijn. Zodat het in de kerk weer wat zou gaan lijken op de manier waarop we thuis en in de samenleving al een generatie lang met elkaar omgaan. Man en vrouw als partners en collega's, inzetbaar ongeacht het geslacht, over en weer gesteld in verantwoordelijkheid en bevoegdheid tot beslissing. Het bevalt ons thuis en elders toch goed en komt het ons niet rechtvaardig voor?
Zit ik er ver naast als ik zeg, dat niet zozeer het eigen gevoelen, maar de aanwijzingen van Paulus ons vooralsnog weerhouden van de stap om het op zondag net zo te doen als in de week.
Die lenige Paulus
Uit wat ik twee weken geleden schreef, hebt u wel begrepen, dat ik gezien de aard van de brieven, niet veel zie in zo'n stijvige lezing van de apostolische epistels. Daar komt bij, dat ik het ook niet in de geest van de schrijver van deze brieven vind. De apostel zit daarvoor veel te soepel in zijn vel. Denk maar aan Paulus, die ergens (in 1 Corinthe 9) zegt dat hij ten behoeve van de verkondiging van Christus de joden een jood is geworden, de heidenen een heiden, de zwakken een zwakke. Met maar één doel: om ze te winnen voor Christus. Ongehoord, zoals je hier een jood, weggeroepen van onder de wet, hoort zeggen dat hij de heidenen een heiden is geworden! Dat vind ik één van de grote wonderen van de apostolische tijd. Wat een grenzen worden hier overschreden! Bij mensen onmogelijk, maar mogelijk gemaakt door God in Christus. Met als levend voorbeeld de apostel Paulus, die zich ontpopte van een geharnast Farizeeër tot een acrobatisch evangelieverkondiger in dienst van Christus. Is het voorstelbaar, dat iemand die in de kracht van het evangelie zulke grenzen heeft overschreden, vervolgens de kerk van alle tijden en plaatsen zou binden aan aanwijzingen, die hij bij gelegenheid meegaf aan gemeentes en medestrijders in het geloof?
Alles is geoorloofd, maar...
Ik dacht ook aan de soepele kernwoorden van de Paulus, waarin hij laat zien wat christelijke vrijheid is. Zo lees je in 1 Corinthe 10:23: Alles is geoorloofd (confronteer dat eens met het voortdurende 'is het geoorloofd' waar je Jezus in zijn ontmoetingen met Farizeeën tegenaan ziet lopen). Maar Paulus zegt: alles is geoorloofd. Daarmee zet hij ons persoonlijk en gemeentelijk in de grootst mogelijke vrijheid, die denkbaar is. Vrijheid, die alleen gebonden is aan Christus, zodat we ootmoedig lettend op Hem, in alle vrijheid beamen: maar niet alles bouwt op.
Met het eerste stelt de apostel ons in de vrijheid van Christus, rechtstreeks vanuit de kern van het evangelie, dat Christus ons heeft vrijgemaakt. Met het tweede geeft hij ons de volle verantwoordelijkheid om met die vrijheid zo om te gaan, dat Gods Rijk er door gebouwd wordt. Daarbij kan het toch niet anders zijn dan dat we de handen vrij hebben om adequaat te kunnen reageren op de omstandigheden, waarin we persoonlijk en als gemeente in terecht komen.
Vrucht en boom
Ook met een ander beeld (naast dat van het bouwen) kan ik in dit verband wel wat. Dat is het plaatje van het groeien; van de boom en zijn vruchten, waar Jezus in de evangeliën meer dan eens mee komt. Je hoort de Meester zeggen: Iedere goede boom brengt goede vruchten voort en iedere slechte boom geeft slechte vrucht. Daarmee zijn profeten te checken, zegt Jezus, maar dit woord heeft natuurlijk een bredere werking. Het is een woord, dat ons in de omgang met anderen (in het bijzonder binnen de gemeente) wil bewaren voor een haastig oordeel zonder de vrucht af te wachten - van woorden en daden, maatregelen en besluiten. In sommige gevallen hoef je daar ook niet op te wachten, omdat het hart van het evangelie van Jezus Christus in het geding is. Maar op veel momenten in het persoonlijk en gemeentelijk leven is het een woord dat ons geduldig bij de grote lijn van het evangelie houdt. Deze toetssteen van boom en vrucht is m.i. ook bruikbaar bij de inrichting van het gemeentelijk leven, het herverdelen van de taken en verantwoordelijkheden van mannen en vrouwen van de gemeente. Vraag maar eens naar de vrucht! In Groningen kunnen we onverdeeld positief zijn over het werk van vrouwelijke ouderlingen en diakenen. Menigeen, die zich aarzelend onder de vrouwelijke bearbeiding stelde, is juist door de vrucht van dat werk gewonnen voor die gemeentelijke herschikking van taken en verantwoordelijkheden.
Vijftien jaar
Het trof me bij de herlezing van de NO-recensie van het rapport uit de pen van ds. E.A. de Boer, hoeveel man-uren (ik kan het nu nog zeggen) alleen al in ànze kerken besteed zijn aan de kwestie van de vrouw in het ambt. Gedurende de vijftien jaar moeten dat er vele zijn! En inderdaad heb ik het dan niet eens over andere kerken, de grote en de kleine, want dan is een eeuw nog te kort om de uren te bevatten. Terwijl we allemaal wel eens bezig zouden willen met belangrijker zaken. Samen zoeken naar openingen bij de post-moderne mens, om bij hem of haar met de boodschap van Jezus Christus binnen te kunnen komen. Of sterker nog, zo bezig te zijn, dat we zelf weer frontaal geraakt worden door de kracht van het evangelie.
Twee lesperiodes in Bangui en één in Calcutta hebben mijn kijk op de kerk danig veranderd. Wat een kansen zijn er om met hart van het evangelie van Jezus Christus in de weer te gaan! Ik herken het bij anderen. Als ik Aad Kamsteeg lees. Of laatst Bram Krol hoorde over 'Ik zag God in de Himalaya' en zijn interviewer Pieter van Kampen, die uit hetzelfde hout gesneden is. Die impulsen van buiten, hebben me tot de vraag gebracht, of we ons als kerken van de twintigste eeuw zo moeten laten bezig houden met zulke detailkwesties in het licht van het grote en bevrijdende evangelie. Versterkt door de overweging, dat we ons in de kerkelijke praktijk niet moeten baseren op minitieuze en speculatieve exegetische en historische studies ... van apostolische brieven. Dat bindt onze handen in plaats van dat het ons de bevrijdende armslag geeft, die we als kerken van de (bijna één en) twintigste eeuw zo nodig hebben.Vanwege de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus.