Vutten of toppen; that's the question
1994-11-18
APELDOORN - De oudere Nederlands Gereformeerde predikant heeft in ieder geval tot het jaar 2000 de mogelijkheid om te 'vutten' of te 'toppen'. De Landelijke Vergadering zag zich op de zevende zittingsdag nog steeds geconfronteerd met het feit dat het merendeel van de predikanten op oudere leeftijd behoefte heeft aan taakverlichting.- Jaargang 38
- nummer 23
Met ingang van 1 januari 1995 zal daarom de zogenaamde TOP-regeling (Taakverlichting Oudere Predikanten) in werking treden. Ondanks het feit dat sommige afgevaardigden het "allemaal een beetje te vlot" vonden gaan of twijfelden aan de capaciteiten van de plaatselijke penningmeesters om f75000 te beheren.
Het verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van de oudere predikanten woog voor de vergadering uiteindelijk toch zwaarder dan de financiële en praktische haken en ogen. Met een· kleine wijziging in het voorstel, werd gekozen voor de taakverlichtingsregeling. Het betekent dat de gemeenten met een predikant van 60 jaar en ouder na overleg met de commissie een bedrag krijgt van maximaal f 75.000 om een vorm van taakverlichting te kunnen financieren.
Daarvoor zijn een drietal mogelijkheden door de Commissie voor onderzoek VUT-regeling predikanten op een rijtje gezet: De betrokkenen kunnen kiezen voor een eigen uitwerking van de taakverlichting door bijvoorbeeld de predikant meer vrije zondagen te geven, meer ruilpreekbeurten te laten doen, catechisaties en pastoraal werk uit handen te nemen, enzovoort. Ook behoort een VUT-regeling van maximaal 12 maanden tot de mogelijkheden of een combinatie van beide regelingen. Om dit alles te kunnen financieren, wordt een bijdrage van f 4,50 per ziel per jaar gevraagd.
Het is niet de eerste keer dat de ruim veertig afgevaardigden zich over dit onderwerp buigen. In april vond de eerste bespreking van het rapport van de commissie plaats. Onder aanvoering van M. S. Liefhebber uit Eindhoven heeft de commissie de afgelopen drie jaar uitgebreid onderzoek gedaan naar de taakverlichtingsmogelijkheden voor de oudere predikanten. Uit een enquête die de commissie heeft gehouden onder een twintigtal oudere predikanten, bleek dat de behoefte aan taakverlichting op oudere leeftijd groot is.
Prikkel
In het nieuwe voorstel van de commissie dat zaterdag op tafel kwam, kon de meerderheid zich vinden. Wel leefden er nog twijfels en vragen. "Kunnen we blijven voorzien in de pastorale behoefte van de kerken", zo vroeg een verontruste afgevaardigde zich af. Volgens de commissievoorzitter Liefhebber is er echter geen reden voor zorg op dit gebied: "De capaciteit zal niet verminderen, omdat de ingehuurde pastorale werkers eraan toegevoegd worden".
Een andere afgevaardigde vond het allemaal "een beetje te vlot" gaan.
"Heeft de commissie onderzocht of het misschien ook op een andere manier opgelost kan worden, door bijvoorbeeld meer vrije zondagen voor de predikant, de catechese door anderen laten doen en meer ruilpreekbeurten?
Het verhoogt de zelfwerkzaamheid van een gemeente. Naar mijn idee verdwijnt met de komst van een regeling de prikkel bij de gemeente om nog maar iets te doen. Er is immers een regeling, we betalen ervoor en dan moeten we er ook gebruik van maken", aldus de spreker die blijk gaf van weinig vertrouwen in het eigen verantwoordelijkheidsgevoel van de plaatselijke gemeenten. Liefhebber beaamde dat er plaatselijk veel gedaan kan worden aan de taakverlichting van predikanten en dat de regeling dat ook niet wil vervangen. De gemeenten moeten ook zelf actief blijven meedenken, zo bleek uit zijn reactie. "De regeling wil aanvullend zijn. De enquête laat een duidelijke behoefte zien en we kunnen dat nu met elkaar regelen, zodat zowel de gemeente als de predikant er ruimhartig gebruik van kunnen maken", aldus Liefhebber.
Hoe de uitwerking in de praktijk gestalte krijgt, zal door de commissie in een apart reglement op een rijtje worden gezet.
Zondagsheiliging
De agenda van de zevende zitting was een vergaarbak van onderwerpen. Behalve de VUT-regeling kwam onder andere ook het rapport van de Commissie voor Contact met de Hoge Overheid aan bod. De commissie legde de vraag op tafel of ook de Nederlands Gereformeerde kerken af en toe niet iets van zich moeten laten horen richting de overheid. De nieuwe voorzitter van de commissie, prof. mr. J.J. Oostenbrink benadrukte dat de commissie daarbij niet denkt aan het soort uitspraken zoals die wel door de Raad van kerken worden gedaan. "Je moet het wel beperkt houden, maar soms kan het zinnig zijn om te reageren zoals nu bij de kwestie van de zondagsheiliging" . Volgens Oostenbrink ligt de scheidslijn daar waar de overheid zich met kerkelijke aangelegenheden gaat bemoeien. Anders moet je het aan de politieke partijen en maatschappelijke organisaties overlaten, zo meent hij. De voorzitter erkende dat er dan nog wel de vraag ligt wie dan zou moeten reageren namens het CIO. Overigens nemen ook de Christelijk Gereformeerde kerken deel aan het CIO, het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken.
Van Vrijgemaakte zijde zijn sinds kort twee waarnemers betrokken bij het onderling overleg.
Ten slotte passeerden ook een aantal financiële onderwerpen de revue, zoals het systeem van de omslagstelsels en de rapporten van de commissies Steunbehoevende Kerken en Steunbehoevende Theologische studenten.
De vergadering was kritisch ten opzichte van de geldbesteding van beide laatstgenoemde doelen. Volgens haar moeten criteria duidelijk omschreven zijn en een duidelijke afweging plaatshebben voordat iets wordt toegezegd.