Woorden voorbij
1994-06-17
Er gebeuren soms dingen ... daar staat je verstand bij stil.- Jaargang 38
- nummer 12
Nee, fout. Twee fouten zelfs in één zin.
Zulke dingen gebeuren niet soms, ze gebeuren voortdurend en we zien ze dagelijks voor ons, op TV. En ons verstand staat er niet bij stil. Worstelen we er niet mee, als wanhopige drenkelingen, om iets van een zin te halen uit deze absurde wereld? Een verklaring, een grip op de werkelijkheid die ons anders zou overspoelen? Het alternatief is immers wanhoop, gevoel van zinloosheid, depressie.
Hoe kon het gebeuren?
Een jaar geleden woonden wij nog in Rwanda. We leefden er met de Rwandezen.
We lachten met ze, praatten met hen over hun angsten en hoop voor het land. We zongen en baden met ze en gaven les aan theologen en middelbare scholieren. Er zat al wat in de lucht, er was angst en achterdocht.
Er was honger, overbevolking, AIDS en politieke instabiliteit.Er broeide wat en het was duidelijk dat de vlam in de pan kon slaan. Maar wat er gebeurd is en nog gebeurt in Rwanda, dat had niemand kunnen denken. Daar slaat ons verstand bij op hol. Van alle kanten stormen de vragen op je af: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Vaak klinkt de vraag geschrokken en betrokken: zijn mensen in staat? Zijn ook christenen hier toe in staat? Soms is de vraag al geleerd, maar een superieur antwoord: blijkbaar zijn er toch verschillende culturen, want hier zou zoiets niet gebeuren.
Of: kijk hoe machteloos het christendom is. Ook jaren zending maakt geen verschil!
Het maakt wel veel uit, hóe de vraag klinkt. Maar het blijft hoe dan ook een echte vraag: hoe is dit mogelijk? Waar is de mens? Waar is God?
Er valt wel iets te zeggen. Er zijn culturele verklaringen. De meeste Rwandezen hebben nooit geleerd zich individueel op te stellen, kritisch naar de groep toe. Een sterke enkeling kan vrij snel een grote massa manipuleren. Er is een lange traditie .van achterdocht en van je anders voordoen dan je bent. En er is maar een heel jonge traditie van eigen verantwoordelijkheid en democratie.
Er zijn ook politieke verklaringen.
Overbevolking, voortdurende dreiging van hongersnood en feitelijke hongersnood, AIDS, politieke chaos: het is een goede voedingsbodem voor angst en het zoeken van zondebokken.
Er valt ook wel iets te zeggen ter verdediging van de kerken: we weten lang niet alles wat er gebeurt. En er zijn prachtige voorbeelden van mensen (we kennen ze persoonlijk) die bij eerdere slachtpartijen, te midden van al het venijn, recht overeind bleven staan in liefde en geloof, als echte heiligen.
Zo valt er nog wel meer te zeggen.
Voor wie zich er iets bij voor kan stellen kan de nadrukkelijke aanwezigheid van boze geesten ook een stukje verklaring zijn.
De som komt niet uit
Maar wat we ook aandragen aan verklaringen, of aan lichtpunten in het donker, het is nooit genoeg. Het verklaart de gruwelen nooit afdoende, de som komt niet uit. De vraag blijft overeind: waar is de mens in Rwanda, en waar is God?
Ik moet denken aan Job en zijn vrienden.
Bij hen kwam de som ook niet uit.
Ik moet denken aan de Psalmen, aan het boek Openbaring. De vijanden hebben hun antwoord klaar: "Nou, waar is je God? Zie je wel dat het geen verschil maakt?" De vrienden hebben ook een antwoord, want zonder antwoorden kun je niet leven; het bestaan wordt er zo wankel van... Zij zeggen: "je zult toch wel iets fout hebben gedaan, aan God kan het immers niet liggen". Onze moderne vrienden voegen daar nog een mogelijkheid aan toe: "misschien kan God het ook allemaal niet helpen, misschien staat Hij ook handenwringend toe te kijken". En zo blijft ons de keus tussen een afwezige god, een onbegrijpelijke, wrede god, of een zielige god. En wie gelooft er nog in de mens bij zoiets? Er blijft ons dus niets over. Of moeten we de vraag dan maar open laten en ieder antwoord mijden?
Toch kreeg Job een soort antwoord, en de stervende Christus kreeg aan het kruis ook een antwoord op zijn "mijn God, waarom hebt U mij verlaten?" en de christelijke banneling' evenzo. Ze bleven de vraag stellen, niet aan mensen maar aan God zelf. Het antwoord is moeilijk over te dragen. Job legde de hand op de mond, Christus stond op uit het graf en Johannes viel als dood op de grond toen hij de verrezen Christus zag. Dat leren we er dan van, dat leren we ook van de verhalen van Rwandezen die "heilig" bleven in het duivels geweld: dat er wel een antwoord is. Geen overdraagbaar antwoord dat je kunt voorzeggen, maar een antwoord in een relatie. Ik vraag me soms af hoe na ons het vuur aan de schenen moet komen, hoeveel we moeten lijden aan deze wereld, voordat we al het gepuzzel staken en mét al ons verstand, met alle emoties, met lijf en ziel bij God op de deur bonzen totdat Hij open doet en zijn licht laat schijnen over ons bestaan.