Wie 't kleine niet eert .... (Prediker 5)

1994-06-17
  • Jaargang 38
  • nummer 12
Zie wat ik als goed heb opgemerkt, is dit: dat het voortreffelijk is te eten en te drinken en het goede te genieten bij al het zwoegen .... (Prediker 5:17-19).

Lezend in Prediker kom je onder de indruk van het realisme van deze wijsheidsieraar in Israël. Geen ander weet dood, tijdelijkheid, zonde en onrecht zo ontmaskerend ter sprake te brengen. De kracht van zijn analyses voel je, als je om je heen kijkt en met Prediker meedenkt. Wat hij vandaag zegt, lees ik morgen in de krant.
Verrassend is, dat Prediker ons in zijn boek niet alleen op die schaduwen van de dood en het onrecht wijst, maar geregeld komt met aansporingen, zoals die uit hoofdstuk 5. Geniet het goede, wanneer je dat ontvangt.
Vooral als je jong bent, voegt hij er op een andere plaats aan toe. Juist ook in dat laatste proef je de fijngevoelige werkelijkheidszin van Prediker, want als je jong bent valt er veel te genieten.
Dan is een mens op zijn mooist, met veel energie; jong en vrij - zo is het toch vaak? Geniet er dan maar van, zegt Prediker!

Genieten, terwijl ..... je tegelijk weet hebt van alles wat er in deze wereld, dichtbij en iets verder weg, in scherven ligt?
Midden in die werkelijkheid van zonde en dood, doet Prediker één klein stapje en zegt: geniet van de fijne dingen in je leven. Zonder dat Prediker daar een of andere redenering aan vast knoopt. Iets als: 'ook al zouden we al ons geld geven aan de derde wereld, daar verander je de boel daar toch niet mee ...'. Of een gedachte als: 'wij leven in zo'n drukke westerse wereld. Wij jagen van het één naar het ander. Als je dan ook niet even goed de rust neemt, dan ga je er onderdoor'.
Prediker is met één stapje van het één in het ander. Het ene moment ontmaskert hij al die illusies, die je als mens zo maar koestert. En een volgend moment zegt hij: weet van het mooie te genieten.

Hoe komt dat nu, dat de Prediker bijna schaamteloos vlug van het één op het ander komt, terwijl ons genieten zo gemakkelijk hapert op zulke momenten?
Ik denk dat hij dat zo onbekommerd zijn stapje kan zetten, omdat hij er direct bij zegt: ik heb begrepen, dat het komt uit de hand van God. Prediker zegt: God komt met zulke presentjes aan, zoals een vakantie of een mooi huis.
Het zou best eens kunnen zijn, dat wij meer ontspannen zouden genieten van al die mooie, fijne dingen, die ons leven zo opfleuren, als we wat vaker openlijk zouden zeggen: dat is een cadeautje uit de hand van God. Zodat je vrijuit van je vakantie kunt genieten en blij bent met het huis waar je woont. In dat geloof maakt Prediker de stap naar het genieten van de goede gaven.

Wie het kleine niet eert, zo schreef ik boven deze bijbelse overweging. Ik zou die geschenken van God inderdaad 'het kleine' willen noemen. Een huis, een auto, een vakantie, een goede vriend of vriendin, je vrouw of kind.
Dat is niet uit onbeleefdheid naar de Gever, maar vanuit het evangelie zelf, dat ons zoveel meer in het vooruitzicht stelt: het nieuwe leven in een wereld, waarop gerechtigheid woont.
En ik voeg er tegelijk aan toe, dat juist in het licht van het Koninkrijk, dat God zal realiseren, het er zo op aan komt hoe we reageren op 'die kleine geschenkjes', die God ons geeft.
Kijk je Hem aan, bij wat je aan fijns krijgt? God ziet zo graag, dat we Hem niet doodzwijgen bij de dingen in ons leven. Dat we van iets fijns denken en ook eens zeggen: dit is een geschenk van Hem.
Eigenlijk niet eens zo moeilijk, want het mooie en fijne valt goed te rijmen met Gods goedheid.
Maar als je de fijne dingen plukt als appels uit de eigen tuin van de boom die je toch zelf hebt geplant - waar je dus recht op hebt .... Als je die-fijne dingen in je leven haast meer neemt dan ontvangt. Laat staan dat je God een keer blij aankijkt. Als je 'dat kleine' zo buiten Hem om geniet, ben je die geschenken dan eigenlijk wel waard?
Terwijl juist dat het geheim van Prediker's onbekommerd genieten is, dat hij het 'in de Here' doet. Genieten van een vakantie - in een wereld waar zoveel leed en onrecht is.
Zou het kunnen zijn, dat God het ons nog eens zal verwijten - nee, niet dat we zijn opgaven niet hebben aangepakt - maar dat we ten diepste langs Zijn gaven hebben heen geleefd?
Doordat we zijn 'kleine geschenken' met de grootste vanzelfsprekendheid hebben binnengehaald. Misschien denkt God wel eens iets in de trant van: moet ik aan iemand, die me bij de ontvangst van mijn kleine cadeautjes nauwelijks of niet aankeek - laat staan bedankte - die grote geschenken van opstanding en vernieuwing kwijt? Dan zou God wel eens iets kunnen zeggen als: jij die het kleine niet eert, bent het grote niet weerd.
Hoe pak je Gods presentjes hier en nu aan? Als geschenk of als recht. Dat eerste geeft het ware genieten, daar ben ik zeker van. dat andere brengt je in de kramp op meer dan één punt.

Laat ik er nog één ding over zeggen, vanuit de geest van het boek Prediker.
Misschien hebt u bij die geschenken van God, hier en nu, wel even aan het woord voorproefje gedacht. Ik had dat eerst ook getypt: hoe pak je Gods presentjes aan, Gods voorproefjes.
Maar ik heb het er weer uitgehaald.
Voorproefje? Nee, zeg ook maar eens gewoon: het smaakt me. Geen voorsmaak, maar smaak. Gelukkig zit dat ook ingebakken in ons mensen, meegegeven in de schepping. Want we zitten bij de rust van de vakantie niet te denken aan de eeuwige rust. Bij een lied, dat we hier zingen, niet aan het lied van het Lam. Bij een glas wijn niet aan de wijn, die we nieuw zullen drinken. Bij de vrouw, die we liefhebben ...
Nu ja, daar aangekomen merk je voluit, dat God echt met zijn gaven komt in het hier en nu. Als voorproefje?
Soms wel. Maar vaak ook gewoon, omdat Hij graag geeft.

Ik schreef twee weken geleden, dat je in het boek Prediker maar weinig hoort over die grote gaven, gaven als de opstanding en het vernieuwde bestaan.
Het lijkt wel alsof je bij Prediker niet veel verder komt dan de voorhof van de tempel, zo is mijn indruk. Maar vaak is hij ook daar niet. Je komt hem het meest op straat tegen, rondlopend met zijn scherpe realistische kijk op de dingen. Met een hart dat opengaat voor het leed, dat hij tegenkomt in de wereld - dood en zonde. Maar ook met open ogen, om de tekenen van God te verstaan (Gezang 479).
Voor beide kun je je ogen sluiten. Kop in het zand voor zonde en dood. Onverschillig in het genieten van het goede.
Prediker legt de wereld waarin we leven open. Met opgaven, ja, maar vooral ook met gaven. Gaven uit de hand van God, omdat de Here graag geeft. Waarbij het Hem niet om het even is hoe wij op die 'kleine gaven' van Hem reageren. Want wie het kleine eert, is het grote weerd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief