Studiebegeleiding zoekt hand van seminarie
1994-06-17
De grote lijn van het rapport was wel okay.- Jaargang 38
- nummer 12
Verder kwamen de ongeveer 40 afgevaardigden afgelopen zaterdag in Apeldoorn niet. De derde zitting van de Landelijke Vergadering draaide om de resultaten van een onderzoek naar de opleiding, studiebegeleiding en kerkelijk onderzoek van predikanten binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken. Tot een werkelijk besluit kwam het niet, maar wel bleek dat de vergadering de 'eigen' opleiding niet verder vorm wilde geven, zonder eerst het gesprek met het Nederlands Gereformeerd Seminarie aan te gaan.
'Wat teleurstellend', gaf ds. J. Bouma na afloop toe. De voorzitter van de Raad van Toezicht en Advies voor de Theologische Studiebegeleiding en betrokken bij de totstandkoming van het rapport, had meer van de bespreking verwacht: meer inhoudelijk, meer discussie. Om het allemaal compleet te maken handelde de vergadering het onderwerp niet in één zitting af en in die zin werd zijn teleurstelling door meerdere afgevaardigden gedeeld. De tegenvaller werd voor Bouma echter enigszins vergoed door de benoeming van de nieuwe studiebegeleider. Met algehele instemming werd zaterdag de Apeldoornse predikant en tevens de voorzitter van de LV, ds.
J.C. Schaeffer gekozen. Per 1 januari 1995 volgt hij drs. O. Mooiweer op als studiebegeleider in de ambtelijke vakken en kerkgeschiedenis.
Aanscherping
De opleiding van de aanstaande dienaren des Woords is een zaak die de aanwezigen zeer ter harte gaat. Het gaat immers om de vorming van de toekomstige 'herders'. En die vorming kan wel wat strakker zo bleek op de derde zittingsdag. De voorstellen die de commissie doet in het rapport komen kort samengevat neer op een flinke aanscherping van de regels omtrent de opleiding. Dat betekent voor de theologische student een einde aan de vrijblijvendheid. 'Dat houdt tevens in een versteviging van de positie van de Theologische Studiebegeleiding (TSB)', zo meent Bouma.
Hij baseert dit op de duidelijke functieomschrijving die de TSB krijgt in het rapport: het toezicht houden op de eisen die aan de student worden gesteld.
En ook die eisen worden in het rapport met name genoemd. Nieuw daarbij is de stage die in de opleiding een plaats moet krijgen. De student wordt verplicht om gedurende drie maanden praktijkervaring op te doen in het pastorale werk, de catechese, gemeenteopbouw en het leiden van een kerkdienst. Verder zijn studenten verplicht gedurende hun studie de studiedagen van de TSB te volgen. In het verleden is gebleken dat daar niet altijd de hand aan werd gehouden en als het aan de commissie ligt, is dat dus ook afgelopen. Ook het beginsel van vrije studie blijft gehandhaafd. De student kiest zelf een instelling waar hij zijn of haar theologische studie wil volgen. Wel is het zo dat de student het zogenaamde' Apeldoorn-advies' meekrijgt: Als er dan toch een theologische opleiding gevolgd gaat worden, dan adviseert de kerk om naar de Universiteit in Apeldoorn te gaan; het Christelijk Gereformeerd theologisch bolwerk.
Eigen nest
De kerk in Zaandam reageerde als eerste schriftelijk op het rapport van de commissie. Eén van hun vragen is of het 'Apeldoorn-advies' nog wel genoeg draagvlak heeft om in stand te houden. Zaandam wijst erop dat destudenten zich er veelal weinig van aantrekken. Het 'Apeldoorn-advies' ten spijt gingen in het studiejaar '92/'93 namelijk 17 studenten van de 32 deelnemers aan de TSB elders studeren.
Maar tien vonden de weg naar Apeldoorn, acht besloten in het 'eigen nest' te blijven (Seminarie), zes ontvingen hun theologische vorming in Utrecht, vijf studenten studeerden af in dat jaar en de overige drie hadden zich in laten schrijven in Kampen, Amsterdam en Amersfoort (MO Theologie).
Bovendien dateert het Apeldoorn-advies uit de begin jaren zeventig en is er sinds die tijd veel veranderd. Er is bijvoorbeeld het Nederlands Gereformeerd Seminarie en ook andere opleidingen lijken meer opening te bieden voor de opleiding van de aanstaande Nederlands Gereformeerde predikant. En met name de plaats van het Nederlands Gereformeerd Seminarie in het vraagstuk rond de opleiding voor de eigen predikanten was zaterdag een onderwerp van bespreking.
Ds. H. de Jong, één van de studiebegeleiders, gaf aan dat het niet de bedoeling was geweest om een voorkeur uit te spreken voor een opleiding. Hij weigerde het Seminarie te zien als 'iets waar je niet omheen kunt' en gaf aan dat de commissie in het rapport het Seminarie juist een kans wil geven en toenadering zoekt. 'Dat is echter een moeilijk punt en dat zit hoofdzakelijk vast op het feit dat men met een alternatief wilde komen op Apeldoorn: Niet wetenschappelijk, maar bijbels.
En we kunnen vaststellen dat dat niet gelukt is. Er is slechts nog weer een opleiding bij gekomen', betoogde De Jong. Hij meent dat wanneer dit doordringt bij de broeders van het Seminarie, dat er dan een opening ontstaat om 'gezamenlijk te werken aan een opleiding voor onze kerken'. Hij gaf daarbij aan dat daar alle kans toe is, omdat er in Amersfoort goed gepresteerd wordt en er geen niveauverschil blijkt te zijn op de gezamenlijke dagen.
Grote broer
Een geheel eigen opleiding is echter niet haalbaar en ook niet nodig, zo bleek zaterdag. Het zou nog weer een theologische opleiding betekenen, terwijl er al diverse zijn waar de student een studie kan volgen met het TSB als ruggesteuntje. Aanschurken tegen de grote 'broer' in Apeldoorn of Kampen zou een optie zijn, zo bleek uit de woorden van ds. J. Bouma. De Zaandamse predikant J.M. de Groot benadrukte nog eens dat het gaat om het verbreden van het Apeldoornadvies door het studieprogramma van het Seminarie positief te adviseren waardoor in de huidige situatie ong. 80 procent van de studenten gehoor zou geven aan het advies van de LV.
Men kwam er dus niet uit. Wel waren de afgevaardigden het eens met de grote lijn van het rapport dat een verdergaande ontwikkeling van de eigen opleiding voorstaat. Dat 'eigen' gaat voorlopig niet verder dan dat de studenten iets van de eigen cultuur meekrijqen, 'een stukje nestwarmte', zoals ds. Bouma het noemt. De vaste omlijning en de vorm waarin dit precies gegoten gaat worden, bleef echter onduidelijk tijdens de eerste bespreking van dit onderwerp. Op een later tijdstip zal dit nader uitgediept moeten worden en de LV zou hierover graag met het bestuur van het Seminarie in gesprek gaan. In ieder geval hebben de kerken zaterdag een opening geboden en hun hand uitgestoken. Het is afwachten of men in Amersfoort deze hand, deze kans grijpt.