Rechtlijnig....of een gebroken riet

1994-12-02
  • Jaargang 38
  • nummer 24
Hij was zo rechtlijnig. Altijd de meetlat bij de hand. Elke voorganger werd op de weegschaal gewogen: was hij wel "goed gereformeerd"?
En de nieuwe dominee ontkwam daar zeker niet àan. De dag na mijn intrede stond hij al op de stoep. Een zakje met eieren in de hand. Van de zenuwen liet hij ze vallen toen hij een hand wilde geven. Hij had ook een gewichtige missie te vervullen. Dat bleek al gauw tijdens het gesprek op die maandagmorgen.
De dominee was gewikt, gewogen en....te licht bevonden. Waarom?
Ten eerste: hij las uit de Nieuwe Vertaling.
Ten tweede: hij had een gezang laten zingen.
Ten derde: hij had enkele malen "Heer" gezegd in plaats van "Here" - en als hij dat thuis voor de radio hoorde, draaide hij altijd direct de knop om, want een dominee, die "Heer" zei, was eigenlijk vrijzinnig. Het hoge woord was eruit. De boodschap gebracht. En alle ingebrachte overwegingen en argumenten brachten geen toenadering.
We werden het niet eens. Toen niet.
En later ook niet.

Jaren daarna beleefde de gemeente een heel bijzondere zondag. Iemand, die lange tijd de kerk, het geloof en de Here God de rug had toegekeerd, was op wonderlijke wijze terugggekeerd. Hij deed die zondagmiddag belijdenis van zijn geloof en liet zijn kinderen dopen.
De preek ging over de gelijkenis van de verloren zoon. Eigenlijk de gelijkenis van de trekkende liefde van de Vader, want om Hem gaat het het meest. En wie was nu tenslotte de verloren zoon? Die jongste, die een tijdlang ver van het ouderlijk huis verwijderd was, maar zijn dwaasheid en schuld was gaan beseffen, opstond en terugkwam?
Of de oudste, die al die tijd wel als een oppassende zoon thuisgebleven was en enorm z'n best gedaan had, maar verstek liet gaan toen zijn vader voor de teruggekeerde zoon een feestmaal aanrichtte en buiten bleef mokken?
Onze rechtlijnige broeder was er tijdens die feestelijke kerkdienst ook niet.
Hij moest die middag de koeien melken.
En waarom al die ophef en drukte om iemand, die zoveel jaren de kerk van binnen niet had gezien en "er op los had geleefd"? Was hem wel goed de maat genomen?

Weer jaren later werd deze "wachter op Sions muren" ernstig ziek. En daar had hij het begrijpelijkerwijs' moeilijk mee.
Maar waarmee hij het meest worstelde was, dat hij tot zijn eigen schrik zoveel moeite had met het geloven.
Dat had hij nooit verwacht. De Here God was voor hem zo ver weg. En hij voelde zich zo klein en zo schuldig.
Hij durfde God niet goed meer met "Vader" aan te spreken. Dat biechtte hij eerlijk op, toen ik hem opzocht.
En voor het eerst na de vele bezoeken, die ik in de loop der jaren bij hem gebracht had, voelde ik toen iets van echt contact. Eindelijk liet hij iets van zichzelf zien.
Wie hij werkelijk was: een mens, bij wie ook heel veel van binnen omgaat aan strijd en twijfel, angst en radeloosheid.
Toen konden we voor mijn gevoel goed met elkaar praten.
Niet over kwesties en meningsverschillen en zo, maar over wat wezenlijk is.
En ik kon hem vertellen van die God, Die als een Vader altijd klaar staat om iemand met open armen te ontvangen.
Niet alleen de jongste zoon, maar ook de oudste.
Ik moet denken aan de woorden van de profeet Jesaja, die de Heer Jezus vervulde, over het geknakte riet, dat Hij niet zal verbreken, en de walmende vlaspit, die Hij niet zal uitdoven.
Armen ontvangen het Evangelie - en zalig is wie zich daaraan niet ergert.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief