Ik wou dat ik kón geloven

1994-07-01
  • Jaargang 38
  • nummer 13
Eén van de sprekers op de Ontmoetingsdag in Barneveld was drs. W.G. Rietkerk uit Utrecht.
Vorig jaar verscheen van zijn hand een boek, dat inmiddels al een herdruk beleefde. De titel is 'Ik wou dat ik kón geloven'. Op een aantal bijbel- en gespreksgroepen werd het boek besproken: het heeft zijn weg dus al gevonden in onze kerken. Deze bespreking heeft helaas wat langer op zich laten wachten dan mijn bedoeling was(1).


Ds. Rietkerk noemt zijn publikatie 'een boek voor gelovigen, die zich soms diep ongelovig voelen en een boek voor ongelovigen, die zich soms diep gelovig wensen' (11). Met deze zin wordt een opmerkelijke invalshoek in het boek zichtbaar. Het komt voor dat mensen wel willen geloven, maar ze ervaren een blokkade; ze kunnen kennelijk niet tot overgave komen(2). Diezelfde blokkades kunnen zich echter ook bij 'kerkse' mensen voordoen. Er is iets waardoor de groei van het geloof geblokkeerd raakt.
Daarom: een boek voor gelovigen en voor ongelovigen.

Veranderende gesprekken: verstand en gevoel
In het boek van drs. Rietkerk wordt veel aan de orde gesteld. Het is onmogelijk om op de vele zaken, die de auteur beschrijft uitgebreid in te gaan. Door enkele opmerkingen uit de hoofdstukken naar voren te halen hoop ik de lijn van het boek enigszins duidelijk te kunnen maken.
In het eerste hoofdstuk laat Rietkerk zien dat de diskussie met niet-christenen na de Tweede Wereldoorlog steeds weer een andere kleur heeft gekregen. Na de vaak verstandelijke diskussies over de vooronderstellingen in de jaren '50 spelen in onze tijd zich veel vragen af op het gevoelsvlak. Rietkerk is daar niet negatief over; gevoel en verstand spelen immers beide een belangrijke rol in het geloof.
De vragen die aan christenen in de jaren '90 worden gesteld zijn anders dan de vragen uit de jaren '50 (blz. 15 e.v.).
Het is belangrijk om je dat in het kontakt met niet-christenen te realiseren! Wie dat niet doet, slaat in de diskussie met anderen fors de plank mis: hij geeft antwoorden op vragen die niet gesteld worden.

Teleurstelling en verdriet
Hoe gaan we om met teleurstelling en verdriet? Het is een vraag die iedere christen kent. Sommigen stellen later hun 'verhaal' op schrift, zoals Prof. dr. W. ter Horst. Hij werd in zijn leven meerdere malen geconfronteerd met indringend verdriet. In zijn recente publikaties vergelijkt hij het rouwproces met een doolhof, waarbij je stapje voor stapje op zoek bent en soms een eind terug moet(3).
In het 2e hoofdstuk schrijft Ds. Rietkerk over het verwerken van teleurstellingen.
Christenen kunnen bidden, maar als God ons gebed niet lijkt te verhoren, wat gaat er dan in ons om? Als we worden afgewezen, welke reaktie laten we dan zien? Verkeerd omgaan met teleurstellingen heeft gevolgen voor ons persoonlijk leven en voor de omgang met anderen en met God. Rietkerk onleent in dit hoofdstuk veel aan het boek 'Inside Out' door Larry Crabb(4), Wees je bewust van je gevoelens, erken je teleurstelling en aanvaard correctie. Dat wil dus niet zeggen, dat we niet boos of teleurgsteld mogen zijn! Het 'leer mij volgen zonder vragen' is niet de weg, die de Bijbel ons als eerste en enige reaktie op teleurstelling en verdriet voorschrijft. In het 7e hoofdstuk gaat ds. Rietkerk nader in op het verwerken van verdriet. Hij noemt daarbij als kernthema's: moedig protest, oplettend geloof en verstilde overgave.

Angst en schuld
Angst komt ook bij veel christenen voor.
Je kunt zo bang zijn voor veranderingen, dat je tot een gebondene wordt. Je kunt zo bang zijn voor kontakten, dat je mensen alleen maar oppervlakkig wilt leren kennen. Tegenover deze angsten stelt Rietkerk een bijbels mensbeeld.
Gebrokenheid is niet het gevolg van verlies van innerlijk evenwicht (zoals de New Age-beweging beweert), maar het gevolg van gebrokenheid in relaties.
Volgens de Bijbel draait het niet om de harmonie, maar om de therapie: genezing (53).
Wat is schuld en wat is schuldgevoel?
De wachtkamers van therapeuten zitten vol met mensen, die zich schuldig voelen, maar waarover? Men maakt in de hulpverlening in dit verband wel eens onderscheid tussen reële schuld en neurotische schuld(5), Rietkerk plaatst het denken over schuld mede in een maatschappelijk kader. Verhelderend is het onderscheid dat hij maakt tussen de schuldcultuur en de schaamtecultuur. In onze tijd spelen schuldgevoelens veel minder een rol dan vroeger, daarom is schuldvergeving voor velen ook een leeg woord geworden. Maar duizenden zitten wel met een schaamtegevoel: ik schiet tekort, ik ben niet de moeite waard.

Levensloop
Voor een inzicht in de levensloop van de mens maakt Rietkerk gebruik van de ontwikkelingsfasen zoals deze door Erik Erikson zijn beschreven. De groei van de mens vindt plaats in 'etappes'. Men kan harmonieus een fase doorlopen, men kan echter ook beschadigd raken en op dit punt in de rest van zijn leven kwetsbaar blijven of zelfs blokkeren.
Naar mijn mening is Erikson er in geslaagd om de emotionele ontwikkeling van de mens helder in kaart te brengen.
De keus voor zijn 'model' door ds. Rietkerk kan ik dan ook zeker onderschrijven.
De auteur laat in het Se hoofdstuk van zijn boek zien hoe deze ontwikkelingsfasen raakvlakken hebben met de ontwikkeling van het geloofsleven. Je kunt iedere fase zien als een 'opdracht', waarin de mens bepaalde 'vraagstukken' moet verwerken. Wanneer beschadigingen optreden, is het moeilijk om de opdracht af te maken. Zo maakt een barst in het fundament van de levensloop (het basisvertrouwen) het voor iemand bijzonder moeilijk om zijn vertrouwen op anderen (en op de Ander) te stellen. De ander wordt met voortdurend wantrouwen bekeken, want hij heeft het op mij voorzien. God kan voor zo'n persoon de-grote-Boeman worden, Iemand die jou altijd in de gaten houdt om te kijken of je iets verkeerd doet. Dat God jou wil aanvaarden zoals je bent valt dan moeilijk te begrijpen.

Beschadigingen
We schreven al over beschadigingen in de emotionele ontwikkeling. Deze beschadigingen kunnen de groei van het geloof ernstig belemmeren. Hoe moet een rnetsje, dat incest-slachtoffer is van haar vader, zich als volwassen vrouw aan de hemelse Vader kunnen toevertrouwen?
Hoe moet een kind dat liefde werd onthouden als het niet strikt aan de huisregels gehoorzaamde ooit leren om soepel met regels om te gaan? "Elke wetsregel (OOkin de kerk) wordt dan met een omheining van geboden en verbodjes keurig afgegrensd, zodat geen overtreding meer mogelijk is" (91).
Is ds. Rietkerk dan van mening dat het geloof psychologisch verklaarbaar is?
Nee, want juist op dit punt laat hij iets zien wat andere auteurs vaak achterwege laten. Over mensen die geen basis-veiligheid in hun leven hebben kunnen opbouwen schrijft hij: "Er is een bijzondere genadegave van Gods Geest voor nodig om zo iemand op zijn levensweg te houden en zijn steeds opkomende wantrouwen te genezen" (82).
Het komt dus voor dat mensen in hun geloof niet kunnen groeien, omdat er in hun levensloop een belangrijk probleem is ingeslopen. Maar het geloof is niet rechtlijnig van die psychologische factoren afhankelijk. Kan iemand die tijdens zijn levensloop beschadigd werd wel volgroeid zijn in Christus? Ds. Rietkerk: "Ik zeg op dit punt geen absoluut nee!
[)e genade van God is zó groot, dat hij sommige zeer diep gewonde mensen helemaal aanspreekt. Ik ken psychisch gehavende mensen die tegelijk een echt en levend vertrouwen op God hebben...... (89).

Psychologie en pastoraat
De inhoud van 'Ik wou dat ik kón geloven' laat vragen achter op het grensgebied van pastoraat en psychologie. Eén van die vragen is in hoeverre de predikant (of een andere ambtsdrager) tevens therapeut zou moeten zijn. Zoals een herder toeziet op zijn kudde, zo is een goed pastor bewogen met het leed en de emoties van zijn gemeenteleden.
In iedere gemeente zijn broeders en zusters kwetsbaar door wat ze in vroeger jaren mee hebben gemaakt. Als pastor zou je hun levensverhaal moeten kennen(6) om enigszins te begrijpen waarom ze op een bepaalde manier kijken naar situaties binnen en buiten de gemeente. Het kan je milder maken in je oordeel. Een predikant, die de kans heeft om zich intensief met deze vragen bezig te houden, zal echter merken dat hij altijd tijd tekort komt. Bovendien is het de vraag of je als predikant tevens 'behandelaar' zou moeten of kunnen zijn. Waar houdt de verantwoordelijkheid van de predikant op en op welk moment moet hij 'verwijzen' naar een therapeut?
Het gebruik maken van methoden uit de psychologie draagt ook een gevaar met zich mee. Je moet zelf 'gegroeid' zijn om goed met deze methoden om te gaan. Daarom is het van belang dat in de opleidingen voor predikanten op evenwichtige wijze aandacht wordt besteed aan de plaats en de (on-) mogelijkheden van de psychologie. Een risico van de inhoud van boeken op dit gebied is, dat de lezer met de gegevens 'aan de haal gaat'. Let wel: deze opmerking betreft de lezer en niet de auteur van dit boek, want de toepassing van gegevens uit de pastorale psychologie is bij ds. Rietkerk in vertrouwde handen. De lezer die echter te snel psychologische principes uit de kast haalt, plaatst ook te snel anderen in een bepaald vakje. Het kan zelfs hoogmoed in de hand werken: jij weet immers wel hoe de ander in elkaar zit. Er zijn veel 'amateur-psychologen' (ook in de gemeente) de fout ingegaan doordat ze een psychologisch principe rechtlijnig toe wilden passen op mensen uit hun omgeving. Wat ze vergaten is dat er meer is tussen hemel en aarde dan alleen psychologische principes.

Kleine punten van kritiek
Op grond van de titel had ik een iets andere inhoud van het boek verwacht.
Doet de titel de inhoud van het boek wel helemaal recht? Ik verwachtte meer te lezen over het gesprek met nietchristenen.
Dat thema komt eigenlijk alleen in het eerste hoofdstuk uitgebreid aan de orde. Het boek blijkt zich echter vooral te richten op vragen, waar christenen zelf mee kunnen worstelen bij de groei van hun geloof. Dat neemt overigens niet weg dat de inhoud van het boek ook goed gebrukkt kan worden bij het gesprek met niet-christenen.
Het boek is inmiddels op een aantal bijbel- en gesprekskringen intensief gebruikt. De vragen aan het eind van ieder hoofdstuk geven een ingang voor verdere diskussie. Toch denk ik niet, dat iedere gesprekskring met de inhoud uit de voeten kan. Sommige gedeelten vragen teveel (voor-)kennis en zijn lang niet voor ieder gemeentelid gemakkelijk toegankelijk.
Wat de (redaktionele) inhoud betreft kan het een nadeel zijn, dat het boek uit een aantal losse hoofdstukken is opgebouwd, die elkaar ook weer ten dele overlappen. Mogelijk zijn het bewerkingen van (losse) lezingen. Misschien zou een redaktionele bewerking de toegankelijkheid kunnen vergroten. Ook de literatuurlijsten zouden dan enigszins herzien kunnen worden. De gegevens over de boeken zijn namelijk niet altijd volledig en ik vroeg me ook wel eens af waarom een bepaald boek niet vermeld werd. Soms mist de naam van de uitgever, een enkele keer wordt de titel van een boek of de naam van de schrijver niet correct weergegeven. Dat is lastig voor iemand die verder wil lezen.

Een boek dat je bijblijft
Met de voorgaande vragen en de kleinere punten van kritiek wil ik allerminst beweren, dat het boek van Ds. Rietkerk niet de moeite waard zou zijn. Ik heb het met veel interesse gelezen. Je merkt door het hele boek heen, dat hier iemand aan het woord is die diepgaand studie heeft gemaakt van hedendaagse vraagstukken. Ds. Rietkerk laat zien hoe mensen in de loop van hun leven gevormd worden. Ook toont het boek aan hoe allerlei hedendaagse stromingen (zoals New Age) mensen op een verkeerd spoor zetten en uiteindelijk het antwoord op de wezenlijke vragen schuldig blijven. De auteur doet dat niet door direkt iedere vreemde gedachte af te wijzen. Eerst wordt er geluisterd en 'gewogen', daarna volgen de antwoorden.
De inhoud is dan ook buitengewoon belangwekkend voor iedereen, die iets, meer wil weten over ontwikkelingen in onze samenleving.

Het meest bijzondere van het boek vind ik echter het perspektief dat geboden wordt. Dwars door alle persoonlijke ellende heen en dwars tegen de tijdgeest in geeft Ds. Rietkerk in ieder hoofdstuk diepgaande en wezenlijke antwoorden. "Wie volhardt, die zal Ik geven de witte steen met een naam erop die niemand kent dan wie hem ontvangt". Dit perspektief maakt 'Ik wou dat ik kón geloven' tot een boek-met-Inhoud. Het blijft je bij en het is het waard om door velen gelezen en herlezen te worden.

Noten
1 Besproken wordt: Ik wou dat ik kón geloven, door drs. W.G Rietkerk. Uitgave: Kok/Voorhoeve, 1993; 142 pagina's, f 22,50
2 In de jaren '50 wees Prof. dr. H.C. Rümke (destijds hoogleraar psychiatrie in Utrecht) al op emotionele blokkades in de groei naar een volwassen geloof (in: Karakter en Aanleg in verband met het ongeloof; thans uitgegeven door Kok/Voorhoeve). Zijn publikatie wordt echter niet vermeld in de literatuurlijst van het boek van Ds. Rietkerk.
3 Over troosten en verdriet, besproken in 'Opbouw', 30e jrg. (1986). nr. 40
4 In de literatuuropgave wordt de engelse uitgave vermeld, maar inmiddels is er een vertaling in het Nederlands verschenen: 'Van binnen uit', Navigators/Novapress, 1993).
5 Zie hiervoor bijv. drs. P.A. Heij: Psychisch, dat is óók wat! (in de serie Pastoraal perspectief, Oosterbaan & le Cointre, 1992)
6 Zie voor een verdere uitwerking o.a. de publikaties van ds. R.R. Ganzevoort, zoals: Levensverhalen (Kok/Vocrhoeve, 1989; besproken in 'Opbouw', 33e jrg. (1989). nr. 17.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief