De SEV gaat tevreden met pensioen

2010-06-25
  • Jaargang 54
  • nummer 13

De Stichting Emeritaatsvoorziening (SEV) van de NGK viert op 25 juni haar veertigste verjaardag. Het is een bijzonder jubileum, aangezien de SEV binnenkort opgeheven zal worden. Maar getreurd wordt er niet. De voorzitters van de afgelopen decennia zijn dankbaar voor de voortvarende wijze waarop ze hun werk konden doen en zijn blij met de manier waarop de toekomst is veiliggesteld. ‘We hoeven bepaald niet ontevreden te zijn.’

De Stichting Emeritaatsvoorziening werd in 1970, na de breuk met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, opgericht om de pensioenen van predikanten en de zorg voor predikantsweduwen te regelen. Bijna veertig jaar deed het fonds toegewijd haar werk, maar door nieuwe wetgeving van De Nederlandsche Bank werd het de afgelopen jaren steeds lastiger om zelfstandig voort te bestaan. In 2009 werd daarom besloten om het fonds onder te brengen bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PZW).
Onlangs droeg administrateur Joan Janssens alle dossiers van de predikanten over aan het PZW, waarmee een stukje geschiedenis van de NGK afgesloten werd. Althans: bijna, want de SEV blijft nog een aantal jaren actief om enkele zaken in goede banen te leiden. Zo kon het op 25 juni toch nog haar veertigste verjaardag meemaken.

De vier nog levende voorzitters die de SEV vanaf 1973 hebben geleid, kijken allen met plezierige gevoelens terug op de afgelopen decennia. ‘Mijn vrouw zei altijd: het is je vriendenclub’, zegt Jaap Nugteren, die van 1973 tot 1994 voorzitter was. ‘Het was zakelijk, maar ook amicaal. Er vertrok nooit iemand omdat die het niet naar zijn zin had. Als er iemand uit het bestuur ging, had dat altijd een goede reden.’
‘Ik heb het altijd heel erg leuk gevonden’, zegt ook Bram Wattèl, die Nugteren opvolgde en tot 2005 het voorzitterschap vervulde. ‘De materie was belangrijk en leuk en de sfeer in het bestuur was goed. Ik heb de SEV altijd één van de instituten binnen de NGK gevonden die zeer functioneel haar werk deed. Mooi vond ik ook dat er sprake was van een praktische en een geestelijke dimensie. We stonden met de poten in de modder, maar het was tegelijk werk in Gods koninkrijk.’
De professionaliteit van de SEV bleek toen De Nederlandsche Bank de afgelopen jaren ging onderzoeken of het fonds onder toezicht moest komen te staan. DNB merkte op dat de SEV er ‘prima en professioneel uitzag’, aldus Helga Bronsveld, die na Wattèl twee jaar voorzitter was. ‘Dat zegt toch wat over het bestuur en onze administrateur.’

Klein Duimpje

Dat de SEV zo positief beoordeeld werd, heeft alles te maken met de uitgangspunten waar het fonds consequent aan vasthield. Toen het in 1970 begon, koos het bijvoorbeeld voor een kapitaaldekkingsstelsel, waarmee alle mogelijke uitkeringen volledig gedekt worden door het kapitaal van het fonds. Het stelsel werd later weliswaar enigszins aangepast, maar het streven naar een volledige dekking zorgde wel voor een gezonde financiële situatie.
In dat streven ging het de SEV voor de wind. ‘Tot midden jaren negentig was het met name een kwestie van groei’, zegt Wattèl, en Nugteren kan slechts één zwarte bladzijde uit die eerste drie decennia noemen. Dat was toen de SEV het streven naar volledige dekking soepeler ging hanteren, om de bijdragen van de kerken niet te hoog op te laten lopen. ‘Drie bestuursleden vonden dat onverteerbaar en stapten eruit. We gingen als vrienden uiteen, maar het was wel heel jammer.’
Overigens bleef de dekking, ondanks de beleidswijziging, de jaren daarna nog steeds hoog, door gunstige rendementen en andere meevallers. De SEV kon zelfs een spaarpotje gaan aanleggen, wat in de negentiger jaren goed van pas kwam.
Vanaf dat moment kwam de SEV namelijk in ‘zwaarder weer’, aldus Wattèl. Waar het vele jaren relatief rustig was voor het bestuur, drongen zich nu allerlei vraagstukken op. Vanwege de crisis daalde de dekkingsgraad van het fonds bijvoorbeeld fors tussen 1998 en 2002, tot onder de honderd procent. ‘We hebben toen enkele studies gedaan of we zo door moesten gaan of maatregelen moesten nemen’, zegt Wattèl. ‘Dat heeft veel aandacht gevraagd.’
Uiteindelijk werd besloten om af te stappen van een eindloonsysteem en met een middelloonsysteem te gaan werken. Maar toen dat in kannen en kruiken was, tegen het einde van Wattèls voorzitterschap, belandde pensioenenland in een crisis en ging de overheid strengere eisen stellen aan pensioenfondsen. De SEV kwam onder het toezicht van De Nederlandsche Bank te vallen en moest opeens aan veel meer voorwaarden voldoen.
Wattèls termijn zat er kort daarna op, maar de voorzitters na hem hadden hier intensief mee te maken. ‘Het was een cruciale periode’, vertelt Bronsveld. ‘Er werd niet meteen besloten om de emeritaatsvoorziening bij een ander onder te brengen. We zijn heel ver gegaan met het uitwerken van een alternatief. Maar het grote probleem was de vraag of we als professioneel pensioenfonds konden doorgaan als we enkel met vrijwilligers werkten.’
‘De SEV is een Klein Duimpje tussen de pensioenreuzen, voor wie de nieuwe wetgeving was bedoeld. Het zou ons onevenredig zwaar belasten’, vult Ben Vreugdenhil aan, de huidige voorzitter. ‘Het was niet onmogelijk, wel een stuk moeilijker.’
De SEV keek ook nog of haar fonds misschien met de emeritaatsvoorziening van de zusterkerken GKV en CGK kon worden samengevoegd, vervolgt Vreugdenhil. ‘Maar dat had te veel haken en ogen. De structuur van hun pensioenregelingen is heel anders.’

Brief

Uiteindelijk stapte de SEV dus over naar het PZW. ‘We konden een hele goede deal maken. We zijn er echt mee gezegend’, zegt Vreugdenhil. Volgens de voorzitter gaat iedereen erop vooruit en zijn de risico’s een stuk kleiner.
Bij de ex-voorzitters leeft dezelfde tevredenheid. ‘Dit was de beste oplossing’, zegt Bronsveld. ‘Niet aan te ontkomen’, meent Wattèl. ‘Aan één kant ook wel jammer, maar dat is vooral nostalgie. Want het is prima zo.’
Nugteren merkt wel op dat de solidariteit, waar de SEV altijd veel waarde aan hechtte, nu in het gedrang komt. Waar de kerken voorheen een bepaald bedrag per ziel aan de SEV betaalden, vallen de pensioenkosten nu onder de salariskosten van een predikant. Dat kan nadelig uitpakken voor kleine gemeenten.
Vreugdenhil is zich daar echter van bewust. Dat is ook waarom de SEV een brief heeft gestuurd naar de Landelijke Vergadering om het punt van solidariteit op het gebied van pensioenen onder de aandacht te brengen. ‘Hoe geef je dat nu vorm? Eén van de ideeën is om dat via de Commissie Steunbehoevende Kerken te doen’, stelt hij.

Met dit onderwerp zal de SEV zich de komende tijd nog bezighouden. Ook houdt het bestuur toezicht op een overgangsperiode van vijf jaar waarin de kerken kunnen wennen aan de nieuwe manier waarop de emeritaatskosten in rekening worden gebracht. Verder moet de SEV nog een nieuwe manier vinden om de arbeidsongeschiktheidsverzekering van predikanten veilig te stellen. Het contract daarvoor is nu in handen van de SEV, maar Vreugdenhil wil het liever onderbrengen bij het PZW. ‘Als dat bereikt is, kunnen we de SEV opheffen’, zegt hij. Maar zonder weemoed. ‘We zijn enorm blij dat we het zo hebben kunnen regelen.’

Cadeautje

De SEV kon haar pensioenvoorziening zo voordelig onderbrengen bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PZW) dat het bijna een miljoen euro overhield. Voorzitter Ben Vreugdenhil vertelt dat er gekeken is of daarmee de pensioenen van de predikanten via PZW versterkt konden worden, maar daar lagen geen mogelijkheden. De SEV heeft daarom besloten om alle Nederlands Gereformeerde Kerken 19 euro per ziel uit te keren. ‘Je kunt het zien als een cadeautje ja’, zegt Vreugdenhil. ‘En als een zegen op de overstap. Het is een buitengewoon aardige bijkomstigheid.’
Met wat er overblijft in de kas van de SEV wil het fonds een buffer creëren voor de komende overgangsjaren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief