Van Afscheiding naar charismatische vernieuwing

2007-07-27
  • Jaargang 51
  • nummer 15
Dit jaar vierde de Christian Reformed Church in North America (CRC), zusterkerk van de Nederlands Gereformeerde Kerken, haar 150e verjaardag. De viering viel samen met het begin van de jaarlijkse synode: met 188 afgevaardigden fors groter dan onze Landelijke Vergadering. Namens onze kerken mocht ik de synode in juni 2007 bijwonen en dus was ik ook bij de jubileumviering, die als motto had: ‘Grace through every generation’: genade in elke generatie.

De viering werd gehouden in de Van Andel Arena in het centrum van Grand Rapids, vlak bij het museum voor Gerald Ford, de voormalige president, die uit Grand Rapids kwam en daar ook is begraven. In het stadion waren 15.000 mensen verzameld tijdens een twee uur durende dienst, waaraan o.a. een aantal koren medewerking verleende.

Geschiedenis
De Christian Reformed Church is ontstaan uit Nederlandse emigrantenkerken. Na de Afscheiding in 1834 weken veel gereformeerden uit naar Amerika. Geloofsvervolging en barre economische omstandigheden waren de oorzaken. In 1846 vertrok ds. A.C. van Raalte met een aantal volgelingen naar Amerika. Ze kwamen terecht in Michigan, waar ze zich vestigden aan de Black River. Hun kolonie noemden ze Holland. Vooral de eerste jaren waren erg moeilijk.
In diezelfde tijd kwamen er meer groepen Nederlandse christenen naar Michigan en al spoedig werd er een classis geformeerd. In 1850 sloot deze classis zich aan bij de reeds lang bestaande Gereformeerde kerk in Amerika, de tegenwoordige RCA (Reformed Church in America). Maar in 1857 vond er een afscheiding plaats. Vier gemeenten met samen 750 leden, waaronder twee predikanten, verbraken het verband met de RCA omdat ze in dit kerkverband dezelfde dingen zagen die de Afscheiding in Nederland noodzakelijk hadden gemaakt. Deze vier gemeenten vormden het begin van wat nu de CRC heet. Binnen tien jaar waren er al twaalf kerken met vier predikanten.
Opmerkelijk was dat deze nieuwe groep niet de goedkeuring kreeg van de Afgescheidenen in Nederland - die bleven Van Raalte en de zijnen steunen. Dat werd anders na 1880. Toen ontstond er een conflict over de vrijmetselarij.
De ‘verse’ immigranten kwamen er tot hun schrik achter dat in de RCA de vrijmetselaars gedoogd werden. Dat was een van de redenen dat velen zich aansloten bij de CRC, waaronder ook de kerk van Van Raalte, die inmiddels zelf was overleden. De Nederlandse Afgescheidenen kwamen nu een stuk dichter bij de CRC te staan en het resultaat was dat veel nieuwe emigranten uit Nederland zich aansloten bij de CRC, die daardoor flink in aantal toenam.
Intussen was er ook een predikantenopleiding gestart in Grand Rapids: het begin van Calvin College, de theologische opleiding die deel uitmaakt van de nu nog bestaande universiteit van de CRC. Op de campus van deze universiteit werden ook de synodevergaderingen gehouden. De emigratie vanuit Nederland naar Canada in de jaren vijftig van de vorige eeuw bezorgde de CRC een nieuwe groeispurt.
De Christian Reformed Church in North America heeft leden in de Verenigde Staten en Canada. Er zijn zo’n 1000 gemeenten met in totaal 270.000 leden. In de lijst van predikanten zie je een grote meerderheid van Nederlandse namen. En in de omgeving van Grand Rapids is het helemaal raak. Het is een vreemde gewaarwording om in Amerika te rijden en dan richtingborden te zien met opschriften als Zeeland, Holland, Drenthe, Groningen, Vriesland, Overissel, Noordeloos en Graafschap. En de namen van de ondernemers op de uithangborden zijn meestal Nederlandse namen. Je bent dan in Michigan, de plek waarheen in de negentiende eeuw veel Nederlanders emigreerden en waar ze kolonies stichtten.

Vrouw in het ambt
Niet alleen de namen van de synodeleden en van de plaatsen in de buurt van Grand Rapids herinneren aan Nederland, maar ook de onderwerpen op de synode doen ‘Nederlands Gereformeerd’ aan: de vrouw in het ambt, de plaats van kinderen in de gemeente en charismatische vernieuwing.
In de kerkorde van de CRC stond tot nu toe het woordje ´mannelijk´ als voorwaarde voor de bekleding van een ambt in de kerk. Vanaf 1995 hebben de classes het recht om deze woorden in hun situatie ‘inoperative’ te verklaren: buiten werking te stellen. Maar het was tot nog toe niet toegestaan om vrouwelijke predikanten of ouderlingen, die er inmiddels in een meerderheid van de 47 classes zijn, af te vaardigen naar de synode. De synode van 2007 heeft het woordje ‘mannelijk’ (male) geschrapt en tegelijk besloten dat het vanaf 2008 mogelijk is om ook vrouwen af te vaardigen naar de synode. Er blijft één uitzondering: een classis die tegen de vrouw in het ambt is, wordt niet gedwongen om vrouwelijke afgevaardigden te benoemen.

Charismatische beweging
In de CRC zijn duidelijk charismatische invloeden waarneembaar. Dat werd bijvoorbeeld duidelijk bij de ochtendwijdingen, die om beurten door verschillende synodeleden werden geleid. Soms was het herkenbaar ‘gereformeerd’, soms ging het er heel ‘evangelisch’ aan toe. Dat kan ook te maken hebben met succesvolle evangelisatie: er worden vanuit de CRC nieuwe kerken gesticht en er komen enthousiaste bekeerlingen, ook met andere etnische achtergronden. Zo is er bijvoorbeeld een aparte classis voor Koreaans sprekenden in de CRC. De synode van 2004 heeft een studiecommissie aan het werk gezet om de ‘Derde Pinkstergolf´ te bestuderen. Er verscheen een meerderheids- en een minderheidsrapport: de meerderheid van de commissie staat tamelijk positief tegenover de charismatische ontwikkelingen, maar de minderheid toont zich veel gereserveerder. De synodeleden vonden het rapport niet goed genoeg en de commissiemeerderheid moet, versterkt met drie andere leden, zijn werk overdoen. Het rapport moet in 2009 klaar zijn.

Doop en avondmaal
Niet los van het bovenstaande staat het verschijnsel dat verschillende kerkleden in de CRC geen voorstander zijn van de kinderdoop. Ze willen graag hun kinderen opdragen in de gemeente. De synode besloot dat de praktijk van het opdragen van kinderen moet worden ontmoedigd en heeft zich nogmaals nadrukkelijk uitgesproken voor de kinderdoop. De commissie voor geloofsvorming zal zich de komende jaren bezig houden met deze zaak.
In 2006 sprak de synode uit dat er geen bezwaren zijn om kinderen toe te laten tot het avondmaal. In 2007 werd deze stellingname niet bevestigd, maar er werd aan de commissie voor geloofsvorming opgedragen er nog eens grondig op te studeren. Daarbij komen dan voor ons niet onbekende vragen aan de orde als: Heb je toegang tot het avondmaal op grond van belijdenis of op grond van je plaats in het verbond? Moeten kinderen een soort ‘kinderbelijdenis’ afleggen alvorens te kunnen aangaan? In het blad van de Theologische Faculteit wordt in ieder geval gepleit voor een vorm van kindercommunie.

Oecumenische contacten
Op dit ogenblik zijn onze kerken de enige Europese kerken die volledige kerkelijke banden hebben met de CRC. Maar er zijn ook contacten via de Gereformeerde Oecumenische Raad en de World Alliance of Reformed Churches. De verhoudingen met de RCA zijn goed en worden waarschijnlijk alleen maar beter. Ook is er belangstelling voor en zijn er tekenen van toenadering tot de PKN. Verder zijn er over de hele wereld contacten, ook via de vele zendingsactiviteiten die de CRC ontplooit. Tijdens de synode werd aandacht gevaagd voor de ‘Belharbelijdenis’, een document dat in Zuid-Afrika is opgesteld en dat afrekent met racisme. Er was veel waardering voor. De contacten met de RCA zijn zo goed dat er besloten is om samen met hen een nieuw gezangenboek samen te stellen, dat in 2013 klaar moet zijn e dat de verschillende bestaande bundels vervangt. In dit gezangenboek zullen ook de psalmen worden opgenomen: overigens niet alle 150 achter elkaar, maar op onderwerp. Dat zie je vaker in Amerikaanse bundels.

Kerkelijke werkers
Er is in de CRC een aantal kerkelijke werkers actief, die vroeger ‘evangelist’ werden genoemd, maar nu luisteren naar de naam “Ministry Associates”. Ze hebben geen volledige theologische opleiding, maar zijn vaak wel erg actief en succesvol. Dat stelt de kerken ook voor problemen. Wat moet je ermee aan, als een kerkelijk werker een ‘beginnende kerk’ heeft gesticht, daar preekt en alles doet behalve het bedienen van de sacramenten?
Moet je van zo iemand niet zeggen dat hij of zij heel bijzondere gaven heeft? Maar aan de andere kant: Als op die manier de theologische opleiding op academisch niveau op de tocht komt te staan, wat zijn dan de consequenties? Moeilijke vragen, die ook in ons land voorkomen. En wat moet je doen met een ‘beginnende kerk’, die nog niet officieel is opgenomen in het kerkverband? Heeft die stemrecht op de classis of mag die alleen maar meepraten? Op deze synode werd beslist, dat afgevaardigden van ‘beginnende kerken ook mogen meestemmen op classisvergaderingen.

Illegalen
Ook Amerika kent illegalen. En voor veel kerkleden is de vraag: Hoe moet je daarmee omgaan? Moet je hen toelaten aan het avondmaal, als ze tegen de wetten van het land in, aanwezig zijn, of moet je hen bewegen om terug te gaan naar waar ze vandaan kwamen? Toen dit onderwerp ter sprake kwam, vroeg een Indiaan (sorry, een Native American) uit de kring van de synodeleden het woord en zei: ‘Ja, meneer de voorzitter, daar weten wij alles van, van onuitgenodigde vreemdelingen’. Dat bepaalt ons er weer bij dat onze verre neven en nichten in Amerika ook vreemdelingen waren, die zochten naar een beter bestaan. Als een van de laatste (legale) emigranten ontmoette ik op de synode Ds. Peter Sinia, tot voor kort predikant in onze kerken en nu predikant in de CRC. Hij laat u hartelijk groeten.

Ds. Han Horsman is emeritus predikant van de NGK van Zwolle en was tot juni 2007 lid van de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief