‘Broers en zussen kies je niet, die krijg je’
2010-06-25
Pastoraat is een van de belangrijkste taken van de gemeente en tegelijkertijd een van de moeilijkste. Want zorgen voor de schapen van de kudde luistert nauw. En hoe kies je als gemeente de juiste aanpak van het pastoraat? Voor deze serie deed Opbouw onderzoek naar verschillende vormen van pastoraat die in de NGK voorkomen. Dit derde en laatste deel gaat over het kringpastoraat.- Jaargang 54
- nummer 13
‘Kringpastoraat is de vorm die het dichtst bij de Bijbelse betekenis van pastoraat in de buurt komt’, zegt Jan van Raalte, pastoraal werker in onder andere Voorthuizen/Barneveld en Apeldoorn. ‘In de Bijbel geeft Jezus ons de opdracht om naar elkaar om te zien en voor elkaar te zorgen. Dat is waar kringen voor zijn.’ De NGK/GKV-samenwerkingsgemeente in Zaandam is bezig een structuur op te zetten met wijkkringen en zit nog in de overgangs- en groeifase. ‘We hebben ervoor gekozen om een gemeente met kringen te zijn, niet een gemeente van kringen’, zegt ds. Jaap van den Bos, die in mei uit de gemeente vertrok. ‘Een gemeente van kringen wil zeggen dat de gemeente bestaat in kringen. Bijbelstudie en bijeenkomen zijn daar ondergeschikt aan. Maar zover zijn wij nog niet.’ De NGK Zwolle (Zuiderkerk) werkt al wat langer met de kringstructuur, maar dat gaat nog niet zonder slag of stoot. Ds. Wilbert Scheffer: ‘Dat heeft onder meer te maken met verschillende visies op het pastoraat. De ene ouderling wil het nog klassiek invullen, de ander wil gebruik maken van de structuur die we nu hebben liggen. De kringstructuur is ook een van bovenaf opgelegde structuur. Het ene gemeentelid vindt het leuk en nuttig, een ander ziet geen noodzaak voor kringen.’
| 1 Korintiërs 12:22-28 Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken zijn het meest noodzakelijk. 23 De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken, behandelen we zorgvuldiger en met meer respect 24 dan die waarvoor we ons niet schamen. Die hebben dat niet nodig. God heeft ons lichaam zo samengesteld dat de delen die het nodig hebben ook zorgvuldiger behandeld worden, 25 zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen. 26 Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde. 27 Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit. |
Basispastoraat
De wijkkring wordt over het algemeen ingezet als basispastoraat. Doel is om daarmee de ouderling en pastoraal bezoekers te ontlasten. Of, principiëler, om de gemeente te laten toekomen aan een van haar kerntaken: de zorg voor elkaar. ‘Eerder werkten we in het pastoraat alleen met ambtsdragers’, zegt Van den Bos. ‘Ten eerste is dat niet eerlijk vergeleken met de werkelijke situatie in de gemeente. Tussen gemeenteleden onderling gebeuren ook veel goede dingen en is er onderling pastoraat. Bovendien was de last van de ouderlingen heel zwaar en is een bezoek per jaar te weinig om genoeg begeleiding te geven. Door te werken met kringen krijgen ouderlingen meer ruimte.’ Gebrek aan ambtsdragers was een van de redenen voor de gemeente in Zwolle om voor een andere structuur te kiezen. Scheffer: ‘Het was deels een praktische overweging, omdat we te weinig ambtsdragers hadden. Vooral ouderlingen waren een probleem. Nu hebben we voor deze vorm gekozen waarin de gemeente meer meedoet.’
Beide gemeenten, Zaandam en Zwolle, zitten nog in een overgangsfase. ‘De kringen draaien nog niet zodanig dat je er vanuit kunt gaan dat er naar elkaar omgezien wordt’, zegt Scheffer. ‘Het is nog zoeken naar de juiste manier. De structuur zoals die er nu ligt is in wezen goed, als die ook functioneert.’ Van den Bos: ‘Langzamerhand krijgt het pastoraat in de gemeente en kringen steeds meer vorm. We maken gebruik van de ervaringen uit andere gemeenten en trekken daar lering uit. Als het basispastoraat in de kringen goed werkt, kan het ook een preventieve functie hebben. Soms zijn er dingen waar mensen mee zitten die uit kunnen groeien tot een probleem en waar je niet zo makkelijk over praat. In een kring met beperkte grootte, waar je elkaar vertrouwt, kun je daar makkelijker over praten. De kringstructuur is ook een vorm die meer recht doet aan het samen gemeente zijn. Je ben verantwoordelijk voor elkaar.’
In Houten en Wageningen is de kringstructuur inmiddels niet meer weg te denken uit de gemeente. ‘Een levensnoodzaak’, noemde Dick Westerkamp uit Houten het een jaar of wat terug in Opbouw. De kerngroepen in Houten zijn 'niet weer een extra activiteit, maar zijn onderdeel van de dragende structuur van de gemeente. Als je lid van de gemeente bent, ben je in principe lid van een kerngroep. Daar vindt het basispastoraat plaats en zien mensen naar elkaar om.' Ook in Wageningen is de kringstructuur niet vrijblijvend. Meedraaien is verplicht. ‘De kring is namelijk een elementair onderdeel van ons gemeente-zijn. Ze vormt de eerste lijn naar het pastoraat’, aldus ds. Karel Smouter in 2007 in Opbouw.
Ingang
Behalve de ontlasting van de ouderling zag de gemeente in Zaandam nog een ander doel voor de kringen. Van den Bos: ‘We willen toetreders ook graag een ingang in de gemeente geven. Het is juist voor die mensen belangrijk dat ze contact krijgen met gemeenteleden. Dat kan op een wijkkring. Er zijn kringen waar dat al goed begint te werken en er zijn ook een paar toetreders die al meedraaien in een kring. Die liepen al langer mee in de gemeente, maar hadden geen plek waar ze low-level mee konden draaien.’
In het geval van kringen heeft de kringleider of –coach een belangrijke positie. ‘De kwaliteit van de kringleider en het kringprogramma zijn van invloed op de doelen die je kunt behalen met een wijkkring’, denkt ds. Gijs Bronsveld uit Doorn. Ook ds. Geert van Dijk uit Dalfsen ziet het belang van goede toerusting van de kringleiders. ‘Uit ervaring en literatuur blijkt dat de kringstructuur staat of valt met de vaardigheid van de kringleiders. Bij ons mag een kringleider ook niet onvoorbereid aan de slag. Hij moet eerst een goede opleiding krijgen. Daar willen we wel tamelijk streng in zijn.’
Pittig
Het is een pittig pastoraal model, de wijkkringen, meer nog dan andere vormen van pastoraat. Daar is een heel duidelijke reden voor, zegt Bronsveld. ‘Wijkkringen zijn vaak geografisch ingedeeld. Als je mensen, die daar niet om gevraagd hebben, bij elkaar zet, mag je niet verwachten dat die ook pastoraal contact hebben en van hart tot hart gesprekken aangaan over hun geloof, hun relatie met God en het volgen van Christus in je leven. In de praktijk zie je dan ook dat ongeveer een derde van de kringen leuk functioneert, een derde redelijk en een derde deel komt niet van de grond. Met ons NGK-kerkmodel kun je mensen niet verplichten om mee te doen. Tegelijkertijd verwachten we wel een bepaalde vorm van participatie. En ik sta ook achter dit model. Niet ieder mens is gemaakt voor kringen. Daarin zie je ook de kleur van verschillende gaven terug en uiteindelijk is de kring ook maar een werkvorm. Dat neemt niet weg dat het fijn zou zijn als kringen een breder bereik zouden hebben.’ Van den Bos vindt niet dat je het er zomaar bij hoeft te laten als mensen niet of nauwelijks op de kringavonden komen. ‘Als mensen wegblijven, probeer dan de oorzaak te achterhalen. Daarin is de kringleider initiërend. Hij of zij kan bijvoorbeeld naar die mensen toegaan om te achterhalen wat de reden van wegblijven is. Je kunt er ook voor kiezen om het als kring bespreekbaar te maken. De reden dat mensen wegblijven kan namelijk heel praktisch zijn. Iemand heeft bijvoorbeeld een eigen bedrijf dat het moeilijk heeft. Als je de reden weet, kun je doorpraten en samen op zoek gaan naar een geestelijke manier om met de problemen om te gaan.’
Uniek
‘Voor je overgaat op de kringstructuur moet je goed beseffen wat de kracht en wat de zwakheid van het model is.’ zegt Bronsveld. ‘Het beste kun je kringbijeenkomsten en huisbezoek als complementair zien en niet als vervanging van elkaar. Beide vormen hebben een andere dynamiek met een eigen karakter en kracht. Het is aan de gemeente om van de verschillende vormen van pastoraat de ideale mengvorm te maken.’ In Zwolle is het nog zoeken naar de juiste balans. ‘Je zit tussen ideaal en werkelijkheid’, zegt Scheffer ‘Het mooiste zou zijn dat de ouderlingen de klassieke rol oppakken en aan de gemeenteleden vragen hoe zij denken dat ze een rol in de wijk kunnen vervullen. We moeten elkaar helpen de overstap te maken naar meer verantwoordelijkheid bij de gemeenteleden.’ ‘Wat je vooral goed moet bedenken is dat je geen tweede kans krijgt’, zegt Jan van Raalte. ‘Je moet vooral niet overhaasten. Neem rustig de tijd om je te bezinnen op de juiste vorm en om het ook goed in te voeren in de gemeente. Als het invoeren van de kringen mislukt, krijg je niet meteen een tweede kans. Dan moet je weer helemaal van voren af aan beginnen en daar kan zo een paar jaar overheen gaan.’ Wat je volgens van Raalte vooral niet moet doen als je op zoek bent naar een goede vorm van pastoraat, is teveel luisteren naar adviezen van anderen. ‘Iedere gemeente is uniek en iedere gemeente moet ook zelf tot het besluit komen om een andere structuur in te voeren en hoe die structuur eruit moet zien. Je kunt niet klakkeloos het plan van een andere gemeente overnemen. Je moet de plannen aanpassen op de eigen situatie en gewoon het wiel opnieuw uitvinden.’
Tijdgeest
‘De tijd is van invloed op de veranderingen binnen de kerkelijke structuur’, denkt Van den Bos. 'Vroeger hadden mensen in de kerk een intensieve verbondenheid. Ze kwamen elkaar buiten de kerk in allerlei verbanden tegen. Na het loslaten van de verzuiling merk je vooral in veel grote steden dat mensen elkaar alleen op zondag treffen. Het is zo belangrijk dat we een gemeenschap zijn en het heil delen. Dat heb je nodig om sterk en hoopvol en moedig te leven’.
De ideale vorm van pastoraat zullen we waarschijnlijk nooit vinden, denkt Bronsveld: ‘Ideaal pastoraat is niet mogelijk. We leven nog aan deze kant van de wederkomst dus wat dat betreft geloof ik niet in perfectie. Bovendien, stel je voor dat je het perfect vormgeeft, dan ontstaat een nieuw risico, namelijk dat mensen te afhankelijk worden, te weinig zelfstandig. Bezinning op op wat we willen met het pastoraat en aandacht voor toerusting leidt wel tot een stap vooruit in het pastoraat. Want dat er progressie mogelijk is, dat is zeker.’ Ook Van den Bos gelooft niet in het ideale pastoraat. ‘Juist in de gemeente moet je leren leven met het onaf-zijn van dingen, leren leven met het onvolkomene. Iedere vorm van pastoraat kent gebreken. Je moet leren leven met de gebreken, maar het doel niet loslaten.’
| Leestips B. Donahue, Gemeente in kringen, handboek voor kringleiders. B. Donahue, Zeven valkuilen voor kleine groepen in de kerk B. Krol, Dynamiek in uw kring N. Tramper, Bijbel in de kring, handreiking voor het luisterend leven N. Tramper, Het woord in de kring, praktische handreiking voor bijbelstudiegroepen |