Kerkjeugd/jeugdkerk

1994-12-16
  • Jaargang 38
  • nummer 25
Op zaterdag 12 november werd in de Utrechtse Jeruzalemkerk weer een ouderlingenconferentie belegd. Het was niet de eerste keer dat de aandacht zich vooral richtte op de positie van jongeren in kerk en samenleving.
"De keuze voor opnieuw dit onderwerp hangt samen met de dynamiek van de tijd," aldus dagvoorzitter A. Hekkert. "De snelle veranderingen in de maatschappij vragen opnieuw om een oriëntatie op het onderwerp."

Tijdens het ochtendprogramma konden de aanwezigen luisteren naar een betoog door de heer J.J. Lakerveld uit Ernrneloord". Tot voor kort was hij leraar Nederlands en conrector op een scholengemeenschap in Emmeloord.
Hij noemde de titel van de inleiding: hoe houden we de jeugd bij de kerk? nogal pretentieus. Het gaat immers niet in de eerste plaats om de kerk, maar om de vraag naar de levende Heer. De heer Lakerveld noemde als 'basis' voor het spreken over dit onderwerp een regel uit het dooplied 333: "als Gij het Zélf niet vast blijft houden." Het voorgaande wil niet zeggen dat we dus niets meer te doen hebben. De Here wil ambtsdragers gebruiken voor Zijn doel.

Veranderingen in de samenleving
Vervolgens ging de inleider in op de veranderingen die onze samenleving kenmerken. Je wist vroeger dat er buiten gezin en kerk anders gedacht werd, de tegenstellingen waren duidelijk. Nu zijn grenzen vervaagd of zelfs weggevallen. De wereld dringt het gezin binnen via kranten, tijdschriften. de radio en vooral door de televisie. Kenmerkend is o.a. het individualisme (de walkmancultuur). Ook valt op dat jongeren vaak in verschillende culturen leven: in de kerk ben je een ander dan op school; het geloof heeft dan weinig consequenties meer voor het dagelijks handelen.

99 + 1
De heer Lakerveld maakte onderscheid tussen 3 groepen jongeren:
a) jongeren die heel bewust met het geloof bezig zijn op alle levensterreinen;
b) de meegaande jeugd, die weinig eigen keuzen maakt;
c) de kritische neezeggers.

Uiteraard gaat het hierbij om een kunstmatig onderscheid, je kunt niet iedereen 'zomaar' indelen. De inleider toonde zich verontrust over de geringe aandacht die er in de kerken is voor de jeugd, met name van de tweede en de derde groep. Waarom staan de jongeren aan de rand van de kerk zo weinig op de agenda van kerkenraad en Landelijke Vergadering? Moet de kerkenraad niet andere prioriteiten stellen? Het gaat niet alleen om het voortbestaan van de kerk, maar ook om het behoud van onze jongeren! Jezus liet immers de 99 schapen achter om het ene verloren schaap te zoeken?"

Adviezen
Vanuit zijn ervaring als ambtsdrager gaf de heer Lakerveld aan het gehoor een aantal suggesties mee. Een paar voorbeelden: ouderen moeten zich op de hoogte stellen van de leefwereld van jongeren. Wat houdt jongeren in het dagelijks leven bezig? Op catechesatie moet men niet alleen kennis bijbrengen, er moeten ook verband aangebracht worden met het dagelijks leven. Als dat verband niet duidelijk is, ontstaan er (nog gemakkelijker) verschillende leefwerelden die niets meer met elkaar te maken hebben. Voor jongeren boven de 16 jaar adviseerde de heer Lakerveld apart huisbezoek. Voor de jongere is dat belangrijk, maar ook hun ouders kunnen zich dan gemakkelijker uiten. Het is van belang dat jongeren vertrouwen hebben in de ambtsdrager en bijvoorbeeld weten dat je als ambtsdrager ook geheimhouding hebt. Voor jongeren die de deur uit gaan zou je een speciale middag of avond kunnen beleggen met het oog op de toekomst. Het betekent een verzwaring van het ambt, "maar bedenk wel: er staan zaken van levensbelang op het spel. Kunnen onze jongeren straks als leesbare brieven van Christus in de wereld staan?" Met deze klemmende oproep aan de aanwezigen besloot de heer Lakerveld zijn referaat.

Discussievragen
Na de inleiding was er de gelegenheid om in discussiegroepen met elkaar van gedachten te wisselen over een aantal stellingen. De stellingen worden ook in 'Opbouw' weergegeven. Misschien zijn ze te gebruiken voor een gesprek in de eigen gemeente.
1) In de inleiding wordt gesteld dat kerkenraden beleid moeten uitstippelen, prioriteiten moeten stellen.
Wat vindt u hiervan? Wat vindt u van de in de inleiding genoemde prioriteit dat we er aan gaan werken dat alle gemeenteleden - en in de eerste plaats de ouders - ook van kleine kinderen - een levende gemeente gaan vormen?
2) Het uitgangspunt van de inleiding is duidelijk: kerkverlating is vaak een gevolg van een groter probleemgebrek aan een levende band met de Here bij de oudere generatie en vooral de merkbaarheid daarvan in gezin en gemeente. Hoe kijkt u daar tegenaan?
3) In het betoog werden twee redenen genoemd om bij jongeren apart op huisbezoek te gaan (ten behoeve van de jongeren zelf, maar ook in de richting van de ouders). Wat is uw oordeel daarover?
4) Noem eens enkele activiteiten die in uw eigen gemeente met het oog op de jeugd ondernomen worden.
5) Op welke wijze wordt er in uw gemeente huisbezoek aan jongeren gebracht?
6) Welke mogelijkheden ziet u om het bezoeken van de jeugdvereniging te stimuleren? Vindt u dat de gang van zaken op de jeugdvereniging aan de jeugd zelf overgelaten moet worden? Of moet er op de achtergrond bijgestuurd worden?
7) In hoeverre moeten we in de kerkdienst met de jeugd rekening houden?

Het gesprek
De gesprekken over de vragen werden in willekeurig samengestelde discussiegroepen gevoerd. Daardoor kon een uitwisseling van ervaringen uit verschillende gemeenten plaatsvinden. Uw verslaggever kon slechts één groep bijwonen, de opmerkingen komen dan ook uit deze discussiegroep. Naar aanleiding van de eerste stelling kwam naar voren dat in enkele gemeenten al beleidsmatig een bepaald thema besproken wordt. Zo behandelt de kerk van Zoetermeer binnen allerlei geledingen (kerkenraad, kerkdiensten, verenigingen, catechisatie) het thema 'relatie en vriendschap'. In de gemeente van Almere loopt het kinder- en jeugdwerk als een rode draad door kerkdienst en gemeenteopbouw heen. In een andere gemeente is het jeugdwerk een vast punt op de agenda van de kerkenraad. Een zeer ervaren kerkenraadslid merkte op dat er vaak veel zaken op het bordje van de kerkenraad terecht komen en dat het in de praktijk moeilijk is om prioriteiten vast te houden. Of er een rechtstreeks verband bestaat tussen de levende band met de Here bij ouders en kerkverlating door kinderen werd in de groep in twijfel getrokken. Die levende band is zondermeer nodig en we zullen in de gezinnen vaak ook meer moeten (leren) spreken over onze persoonlijke geloofsvragen. Alleen blijven er ook dán voor ons moeilijk te begrijpen situaties. Zoals Manasse, de zoon van Hizkia, de band met God kwijt raakte, zo zien we ook in onze kerken gezinnen waar ouders, die open met het geloof bezig zijn, toch moeten ervaren dat kinderen de band met de kerk verbreken.
De noodzaak van apart huisbezoek aan jongeren werd in de groep grotendeels onderschreven. In sommige gemeenten is het regel, in andere gemeenten wordt het aan jongeren gevraagd. Over de leeftijdsgrens werd eveneens van gedachten gewisseld; in één gemeente bleek men al vanaf de leeftijd van 12 à 13 jaar bezig te zijn met apart jongeren pastoraat. Tenslotte de laatste vraag (door tijdgebrek werden de vragen 4, 5 en 6 overgeslagen).
De tendens is om rekening te houden met jongeren. Een bezwaar is dat de vraag vaak op het bordje van de predikant terecht komt. Lang niet iedere predikant voelt zich hier voldoende voor toegerust (in de opleiding voor predikant wordt hier rn.i. nog altijd onvoldoende aandacht aan besteed/ H.A.). Genoemd werden nog de zgn. kerk/schooldiensten, het inzetten van jongeren bij bepaalde thema's tijdens de dienst, het zingen van liederen die jongeren aanspreken. Als heel andere invalshoek werd het organiseren van zomerkampen voor de jeugd genoemd: het samen iets kunnen doen.

Noten:
1 Het verslag van het middaggedeelte, met een referaat door Dr. R.R. Ganzevoort uit Doorn, wordt geplaatst in het volgende nummer.
2 De volledige tekst van de beide lezingen wordt in begin 1995 geplaatst in 'Opbouw'.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief