Treinreis met bijbel
1994-12-16
De plaats van handeling: de trein van Leeuwarden naar Amersfoort. Vier jongeren komen tamelijk uitgelaten en luidruchtig terug van een weekje Terschelling. Het bier heeft niet overdadig, maar toch wel rijkelijk gevloeid.- Jaargang 38
- nummer 25
In Zwolle stapt een meisje in. Ze zet haar tas op een stoel aan de andere kant van het gangpad, tegenover de jongens. De reactie is voorspelbaar: "Hé schat, waarom kom je niet bij ons zitten, plek zat!" De jongens schuiven alle vier een eindje op, zodat het lijkt' of er 6 zitplaatsen zijn in plaats van vier. Dan ziet één van de jongens een opschrift op de jas van het meisje.
"Krijg nou wat, ze heeft iets christelijks op haar jas!"
Praten over sex en de dood
Het meisje gaat zitten. De jongens hebben er zin in. "Geloof jij nou echt in God?" "Ja hoor", zegt het meisje.
"Dus je bent tegen sex?" "Nee. dat niet". "Oh, dus je wilt toch wel met me naar bed?" "Nee, want ik vind dat je pas met elkaar naar bed mag als je getrouwd bent. Ik vind dat sex bij het huwelijk hoort." "Dus je hebt het nog nooit gedaan?" "Nee, want ik ben niet getrouwd." "En als je nou straks dood gaat en je hebt het nog steeds nooit gedaan, dat is dan toch zonde van de tijd?"
Daarna gaat het gesprek over op een ander belangrijk onderwerp: de dood.
"Ben je niet bang voor de dood?"
"Soms wei". zegt het meisje, "want ik ben wel eens bang dat ik erg ziek kan worden. Maar ik ben niet bang voor wat er na de dood met me gebeurt."
"Ik ook niet". zegt één van de jongens, "want na de dood is er toch niks." Een ander: "Ja hoor, na de dood is er wel wat, want dan kom je anders terug. als een neger, of als een paard." Dit ontlokt natuurlijk weer een aantal reacties aan zijn vrienden, "Nou, dan neem ik lekker een paardenbiefstuk na jouw dood. Hopelijk word ik niet ziek, want de biefstuk zal wel vergeven zijn
van de nicotine",
Niet uit Staphorst
AI spoedig worden de medereizigers betrokken bij het gesprek. "En u. meneer, ben u ook christelijk?" ..
"Hoor je dat, die meneer is óók al christelijk! Waar woont u dan als ik vragen mag?" ...
"Dat is toch niet zo'n kleine plaats.
Hoe kan dat nou, u woont in een stad en u bent christelijk. Hebt u dan vroeger in Staphorst of in Urk gewoond?"
De verbazing valt van het gezicht af te lezen.
"En hebt u kinderen? Gaan die ook naar de kerk?"
"Jawel. ze zijn nog niet zo oud. maar ze hebben geen hekel aan de kerk."
"Vinden ze het dan niet saai?"
"Waarom denk je dat het saai is?" "Nou, dat hoor je van iedereen".
Het vragenvuur gaat verder; alwéér een vraag: "En gelooft u dat u later in de hemel komt?" "Dus u denkt dat u in de hemel komt, maar hoe weet u dat dan?" Na de uitleg van wat er in de bijbel staat: "Ja, maar ik heb geen bijbel, hoe kan ik dat dan weten?"
"Ik weet zeker dat je, als je bij een dominee aanbelt of op zondag even bij een kerk gaat kijken, dat je dan een bijbel krijgt."
"Ja, maar dat kost natuurlijk geld."
"Nee hoor, dat is echt voor niks. Of als je mij je adres geeft, stuur ik jou een bijbel op."
"Meent u dat nou, zou u dat echt doen? Nee, doet u het toch maar niet. ..."
"Mag ik u nog iets anders vragen: gelooft u in het toeval? Gelooft u dat het toevallig is dat ik u hier tegen kom?" Een vraag die blijk geeft van een dieper nadenken.
"Hé, dat zei dat meisje net ook al. Gek eigenlijk, zomaar twee mensen die niet in het toeval geloven. Ik denk altijd dat alles zomaar gebeurt."
Meent u dat nou echt?
Zo vliegt de treinreis voorbij. Voor iedereen het door heeft stopt de trein in Amersfoort. De jongens pakken hun tassen en kampeerspullen bij elkaar en sjouwen alles over het perron naar de trein naar Amsterdam. Het gesprek blijkt nog niet te zijn afgelopen. "Weet u ook hoe laat er een trein naar Beverwijk gaat?" Het blijkt de wereldse aanleiding te zijn voor een verder gesprek. "Dat van die bijbel, meent u dat nou echt?"
Het adres wordt genoteerd en een dag later wordt de bijbel, met een bijbehorend briefje, verzonden. De tekst 'over de hemel' (Johannes 3: 16) wordt met een korte uitleg apart vermeld.
Twee dagen later belt Gerbren op; hij heeft inmiddels een naam gekregen.
"Dank u wel voor de bijbel' Ik dacht niet dat u het zou doen, maar het was dus echt zo. Wat aardig van u. Ik ben er nog niet echt in begonnen, maar ik wel even gekeken waar dat nou stond van die hemel. Maar ik ga er wel echt in lezen hoor. En als ik een vraag heb, mag ik u dan bellen? Meende u dat echt?"