Vijftig jaar geleden stierf 'Tante Riek'

1994-12-16
  • Jaargang 38
  • nummer 25
"Bovenweg 37" in Bennekom is een aardige witte villa met een forse tuin aan de hoofdstraat die Ede en Wageningen met elkaar verbindt. Ik kom er wekelijks diverse keren langs. Sinds een aantal maanden kom ik er echter zelden langs zonder dat ik er naar kijk en zonder dat ik in gedachten naar de oorlogsjaren terugga. Dat is overigens een tijd die ik niet heb meegemaakt.

De reden dat ik zo vaak naar dat huis kijk is gelegen in het feit dat in 1944 dat huis het onderduikadres van "Tante Riek" en "Oom Piet" was, een Gereformeerd paar dat intens betrokken was bij veel verzetswerk in ons land. Op 26 mei 1944 kwamen ze als onderduikers op wie gejaagd werd in het huis in Bennekom, bij de eveneens Gereformeerde sigarenfabrikant Gerrit van Schuppen terecht. Op vrijdag 18 augustus 1944werden ze er door de Duitse Sicherheitsdienst gearresteerd en verdwenen ze beiden in de gevangenis. "Oom Piet" komt al spoedig vrij maar "Tante Riek" komt, na tussenstops, in het beruchte vrouwenkamp Ravensbrück terecht. Daar is op 27 of 28 december 1944, nu 50 jaar geleden dus, gestorven. Reden om een artikel aan beiden te wijden. Ik maak voor gegevens over haar leven gebruik van een bijzonder boeiend en "innemend" boekje, geschreven door Eppo Kuipers, dat ik hieronder nader zal introduceren.

Winterswijk
Mevrouw Heleen Kuipers-Rietberg, die in de oorlog "Tante Riek" ging heten, werd op 26 mei 1893te Winterswijk geboren.
Ze is, samen met haar man Piet Kuipers, "Oom Piet", in het verzet buitengewoon actief. Hij was de leider van de L.O. in Winterswijk. Zij wordt allerwegen beschouwd als "de moeder van het verzet", als degene ook die grote invloed heeft gehad op ds.Frtts Slomp, de oprichter van LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers). De LO (later "LO-KP" geheten) was een grotendeels een bewustchristelijke organisatie, naast andere verzetsgroepen die uit communistische of socialistische overtuiging georganiseerd waren.

Het werk van de LO is nauw verbonden met de stad Winterswijk en met de Achterhoek als regio. In veel opzichten was de Achterhoek een heel geschikte streek om mensen te laten onderduiken; er woonden relatief weinig mensen en het was een heel landelijk gebied, met boerderijen en andere plaatsen waar men mensen verbergen kon. Anderzijds was Winterswijk, meldt Eppo Kuipers die daarbij gezaghebbende bronnen citeert, een stad met sterker NSB-bevolking dan in de rest van de regio. Het was daardoor bepaald gevaarlijker om ondergronds werk in Winterswijk te doen dan elders. Dat blijkt ook uit een sterker vervolging van verzetsmensen van de kant van een luitenant Veile, die als vurig NSB-er zijn sporen in het plaatselijke beleid heeft nagelaten en later onder niet geheel opgehelderde omstandigheden verdwenen is; mogelijk is hij door het verzet geliquideerd.

Gereformeerd
Heleen Kuipers was in haar gezin duidelijk de leidende figuur. Haar man was goedmoedig, lakoniek en rustig.
Zij was veel meer een intense en gedreven persoon; ze was "eerzuchtig", zeggen de bronnen, maar zeggen dat dat bijna steeds in een context waarbinnen dat feitelijk een positief woord is. Bovendien had ze een onqelootlijk doorzettingsvermogen. (In bepaalde zin is dat ook haar ondergang geworden; ze kon geen afstand doen van het werk dat ze, om veiligheidsredenen, eigenlijk helemaal moest laten vallen.) Al voor de oorlog maakte ze deel uit van het hoofdbestuur van de Bond van Gereformeerde Vrouwenverenigingen in ons land. Zo kende ze in het hele land, maar zeker in haar provincie, veel mensen en dat heeft zonder meer bijgedragen tot het aanleggen van een netwerk voor verzetsdoeleinden. Bovendien stond ze op die wijze al bekend als iemand als iemand die veel reisde. De vele reizen die ze in de oorlog voor de ondergrondse maakte vielen daardoor niet zo op. Ze hadden het beiden druk. Hij was druk met zijn werk en zij was de meest verantwoordelijke voor hun vijf kinderen. Hij was ouderling of diaken van de Gereformeerde Kerk van Winterswijk, lid van de mannenvereniging en van de ARP; beiden waren ze representatief voor een groot deel van het Gereformeerde leven zoals dat voor de oorlog gestalte had gekregen.

Een geestelijke strijd
Voor haar, meer nog dan voor hem, was het Nationaal Socialisme een geestelijke plaag die ten koste van alles bestreden moest worden. Dat blijkt ook al uit het feit dat ze familie net over de grens in Duitsland stevig onderhanden nam over het feit dat ze een portret van Hitler in de kamer hadden; hun verweer, dat je je tegen de houding van de meerderheid toch niet verzetten werd door haar vurig afgewezen; ze was zelf wars van compromis op dit punt!
Toen de oorlog uitbrak, leefde ze intens mee. Nauwelijks is de bezetting een feit, of het gezin wordt geregeld bij allerlei klussen ingeschakeld. Oom Piet brengt in de loop van de tijd zowel Joodse als niet-joodse onderduikers naar veilige plaatsen; hetzelfde gebeurt met Britse vliegers en met Franse krijgsgevangenen die naar huis terug moeten. De jongens in het gezin brengen het illegale blad Trouw rond en lopen ook wel met bonkaarten; pas geleidelijk aan beseft men hoe gevaarlijk die aktiviteit kan zijn. In de buurt zijn die aktiviteiten bij menigeen namelijk bekend. Zo weet men enerzijds in het gezin van vijf kinderen een vredige sfeer te bewaren, anderzijds neemt de spanning toch toe en zit Heleen op een bepaald moment tegen overspannenheid aan. Druk van het voortdurende gevaar is intens. "Geen van beiden zijn ze helden in de zin van mensen die geen angst kennen en op bepaalde momenten twijfelen ze eraan of het al die moeite wel aard is. Maar vooral Heleen Kuipers kan het verzetswerk uiteindelijk niet uit handen geven. "'Wat ze eenmaal begonnen was, wilde ze doorzetten, al moest ze er bij neervallen.'"

Principieel verzet
AI spoedig bleek dat ze "vooral de vrouw van het principiële verzet" was, zoals ze later is gekenschetst. Ze is vooral in de weer geweest om jonge mannen te helpen die uit principe niet in Duitsland tewerkgesteld wilden worden om zo aan de Duitse industriële productie deel te nemen. Wie echter uit opportunisme aan de Arbeidsinzet wilde ontkomen was bij haar niet welkom! Op vergaderingen werden vooral jonge mensen gewaarschuwd tegen het goddeloze karakter van het Nazisme. Dat laatste werd vooral gedaan door haar goede vriend ds. Frits Slomp uit Heemse, alias "Frits de Zwerver", die sterk door haar beïnvloed is en ook na de oorlog herhaaldelijk van zijn buitengewone respect voor haar blijk heeft gegeven.
Voor zover de L.O. bewust wordt "opgericht", gebeurde dat nog het meest door gesprekken van Tante Riek met Frits de Zwerver. (Er is op diverse plaatsen aan iets soortgelijks begonnen en 't duurt een tijd voordat de verschillende elementen klikken.) Ds. Slomp is op een gegeven moment erg gedeprimeerd door z'n onderduiken en gedwongen inactiviteit; Tante Riek beurt hem op en geeft hem een taak te doen: het opzetten van een netwerk van kontakten voor hulp aan onderduikers. Als hij zich bewust is van de gevaren, spreekt zij op een door hem geciteerde en daarom bekend gebleven wijze en zegt: "Kerel, zou 't nou zo erg zijn als jij om het leven kwam en als er duizenden jongens gered worden?" Dat was voor hem een onweerlegbaar argument en hij is het gaan doen. (Hij heeft de oorlog overleefd en is begin jaren '80 overleden) Hij houdt "propaganda-avonden" voor hulp aan onderduikers op diverse plaatsen waar m.n. Gereformeerden bijeenkomen. Zo komt er een soort "beurs" waar men onderduikers "ruilt". Zij is in de organisatie de vertegenwoordigster van de oostelijke regio. In Gereformeerde kring wordt ook geregeld voor de onderduikers gecollecteerd: voor kleding en onderhoud van onderduikers komt geregeld een zeer grote bedrag beschikbaar.

Door de Winterswijkse ondergrondse zijn tenminste 400 mensen gered: Joden en onderduikers die niet naar Duitsland willen om er te werken. Tragischerwijs is van de 278 Winterswijkse Joden maar één meisje door de organisatie gered; in Joodse kringen wist men niets van het plaatselijk verzet. Slechts 26 Joden uit Winterswijk hebben de oorlog overleefd ...

Op de vlucht en opgepakt
Door arrestaties van Iden van de organisatie en ook doorslaan onder marteling komen de Duitsers Oom Piet en Tante Riek op het spoor. Die kunnen maar ternauwernood vluchten, met de trein! Op alle stations op de route wordt omgeroepen dat de familie Kuipers zich bij de stationschef moet melden. De nazi politiecommandant Veile heeft laten melden dat een van hun kinderen een dodelijk ongeluk is overkomen. Dat is een enorme schok voor hen; ternauwernood weten ze zichzelf te weerhouden om erop in te gaan. (Het bericht is vals.) Ze weten niet goed waarheen te gaan. "Wij hadden zoveel jongens ondergebracht, maar voor onszelf hadden we geen plaatsen. Daar hadden we niet op gerekend", zei Oom Piet in een interview na de oorlog. Hun kontakten brengen hen onder in Bennekom, in de villa van de sigarenfabrikant van Schuppen. De kinderen in een ex amenklas HBS zitten worden door de Duitsers wel gearresteerd, maar ze kunnen toch hun examens doen. Later duiken ze ook onder.

Door onvoorzichtigheid van een van de verzetsmensen, die met valse persoonsbewijzen over straat gaat, worden de Duitsers op het spoor van het onderduikadres in Bennekom gezet. Daar wordt het echtpaar op 18 augustus 1944 opgepakt. (De volgende dag zouden ze definitief daar zijn vertrokken ... ) ze worden naast elkaar in twee cellen in de gevangenis in Arnhem gezet. Er is tevoren afgesproken dat, ingeval van hun arrestatie, zij de meeste schuld op zich zal nemen. "Een vrouw zou minder gevaar lopen dan een man en het zou de kans op vrijlating van Piet Kuipers vergroten." Opvallend is dat zij in de gevangenis 'zingend van haar geloof getuigt'. "Dit in die moeilijke tijden getuigen van haar geloof ontlokt de Duitsers de opmerking dat ze met een 'godsdienstwaanzinnige' te maken hebben. Maar voor beiden is het geloof een vast punt in deze onzekere momenten."
Later zegt Piet Kuipers dat het van haar geestkracht getuigde dat ze toch in staat is af en toe een psalm te zingen "meer voor mij dan voor haar eigen vrolijkheid". Op die wijze nemen ze afscheid; ze hebben elkaar nooit weergezien.

Vrijgelaten en vastgehouden
Piet Kuipers wordt al snel vrijgelaten, tot zijn verbazing. Men heeft kennelijk gehoopt dat hij na zijn vrijlating meteen de Duitsers naar andere verzetsmensen zou leiden, maar hij duikt meteen onder en overleeft de oorlog.
Zij wordt naar het Huis van bewaring in Arnhem overgebracht, komt dan in het kamp Vught te zitten en vertrekt op 7 september 1944 vandaar naar vrouwenkamp Ravensbrück. Daar sterft ze aan tyfus of een dubbele longontsteking; dat gebeurt op 27 of 28 december 1944. Uit de trein weet ze nog een briefje, op een stuk toiletpapier geschreven, naar buiten te gooien. Daarop stond: "Lieve Piet en kinderen. Wij zitten in de wagons te wachten op transport. Waarheen? Wij weten het niet. Weest Gode bevolen. Bidt voor elkaar. Je liefhebbende moeder." Van de 123.000 vrouwen die in Ravensbruck hebben gezeten zijn tenminste 90.000 niet levend uit het kamp weergekeerd. Naast systematische moord zijn voorname oorzaken "de uitputting, ziekten door gebrek aan sanitaire voorzieningen, ondervoeding en systematische mishandeling door de kampleiding."
Van diverse kanten o.a. van Corrie ten Boom, die in hetzelfde kamp heeft gezeten en haar gekend heeft, zijn later brieven aan Piet Kuipers gestuurd, om te vertellen welke grote steun Tante Riek ook in het kamp gegeven heeft. hoe ze met anderen gebeden heeft. anderen soms extra voedsel heeft gegeven (ze werkte bij de distributie van voedsel). Een van de voormalige kampgenotes schreef:"AItijd wist ze uit de beperkte mogelijkheden nog iets te maken en verspreidde om zich heen liefde en warmte. Ze was altijd blijmoedig en sterk voor anderen". Hoe ze gestorven is is niet bekend; het is heel goed denkbaar dat er niemand bij haar sterven aanwezig was."Ook dit laatste heeft ze met grote overgave en geloof doorstaan, want zo was haar wezen gericht", schrijft een overlevende uit het vrouwenkamp.

Een monument
Ze heeft de oorlog niet overleefd; Pieter Heyo Kuipers, haar man, overleefde wel en overleed in 1978. Als oorlogsweduwnaar is hij na de oorlog hertrouwd met Annie van Leeuwen, weduwe van ds. Jaap Wiersma, die in september 1944 door de Duitsers is gefusilleerd. Voor Tante Riek is op 4 mei '55 een verzetsmonument in gebruik genomen in aanwezigheid van Prinses Wilhelmina; dat gebeurde in Winterswijk waar Tante Riek gewoond heeft. Het monument toont een vrouw met een hert aan haar zijde; ze heeft namelijk gezorgd voor mensen "die als een hert gejaagd werden". Koningin Wilhelmina had op het Loo o.a. een kamer met een zgn. "Verzetstafel" , zaken die met het verzet in de oorlog verband hielden. Op foto's blijkt hoe Tante Rieks portret daarop een zeer prominente plaats innam. Het blijkt dat zij daarmee ook een zekere symboolfunctie heet gekregen: zij vertegenwoordigt de vrouw in het verzet. Voor ons, mensen met een Gereformeerde levensovertuiging, is het goed om na een halve eeuw weer stil te staan bij de aanzienlijke toewijding aan de beginselen van een democratische samenleving die mensen als Oom Piet en Tante Riek hadden. Een drang naar vrijheid voor een heel volk en het verlangen om God te dienen kunnen immers heel goed samengaan.

Literatuur is er wel, wat verspreid over diverse gedenkboeken van het verzet, in de boeken van Lou de Jong etc. Er is echter een boekje geschreven door Eppo Kuipers (zoon van Oom Piet uit zijn tweede huwelijk.) Er was nog zoveel werk te doen ... Tante Riek en Oom Piet in de jaren '40- '45. Uitgave van Het Museum te Winterswijk. p.a. Mevr. Vermeij-Betting, Jasmijnlaan 35,7101 ZE Winterswijk (tel. 05430-18699). Het is geschreven in 1988 en er zijn nog exemplaren van voorradig. Het boek kost f 18,50 excl. verzendkosten Ik vond het een uitstekend boekje dat een goed beeld geeft van die tijd en van de moed van de betrokkenen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief