Zeker weten volgens Kuitert

1994-12-30
  • Jaargang 38
  • nummer 26
Wie na Kuitert's vorige boek nog aarzelde welke kant de schrijver nu eigenlijk uit wil, kan meer duidelijkheid krijgen in zijn nieuwste boek: 'Zeker weten'. Voor wie geen grond meer onder de voeten voelt". Die duidelijkheid betreft eerst de vraag wat Kuitert nu eigenlijk wil. Zijn vorige boek heette 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof' en velen hebben gedacht dat de bedoeling was om het geloof te gaan betwijfelen. Het tegendeel was het geval: Kuitert zocht een weg uit de twijfel die hij alom constateerde. Vandaar dat hij nu verder gaat onder de titel 'Zeker weten', met de bedoeling om de mensen grond onder de voeten te bieden in een wereld vol twijfel.

Maar hoe mooi deze bedoeling ook is, 'dit nieuwe boek laat ook onthullend zien wat er dan nog over blijft om op te staan. Dat is in elk geval niet het ene fundament (Jezus Christus), en mij lijkt het zelfs helemaal geen grond, maar de lezer oordele zelf. De grote lijn van het boek is deze: eerst constateert Kuitert dat de christelijke geloofstraditie op de tocht staat. Het wil er bij hem niet in dat de mensen niet meer willen geloven. Het is eerder dat een flink aantal geloofsvoorstellingen tot de 'onmogelijke' dingen is gaan behoren. En dat moet er afgestroopt worden. "Dat houdt niet een voorstel tot herijken in; daarin geloof ik helemaal niet.
Het betekent reductie, reductie en nog eens reductie, afstropen tot het bot, tot op de graat (en zelfs die zal velen nog in de keel blijven steken). Loslaten wat niet zoekontwerp van God is, en dat is heel veel loslaten, buiten de religie plaatsen" (pag. 140).

Afbraak: pijnlijk maar noodzakelijk
Het eerste dat dan moet sneuvelen is het beroep op de bijbel als openbaring van God. De Islam beroept zich ook op openbaring en dus heb je niks aan dat begrip. 'Geopenbaard' is geen reden om te geloven, nu ze zich allemaal erop beroepen" (pag. 56). Verder moeten we af van de trits 'schepping/ zondeval/verlossing' omdat de evolutie-theorie ons anders leert. En wat ook niet meer kan is de klassieke kerkleer over Jezus Christus. Met name wat de 12 Artikelen over de goddel ijke natuur van Christus zeggen, moet eruit. "Christenen die zuiver op de graat zijn, vereren de goddelijke Christus, zoals de Aboriginals van de Australische binnenlanden de goddelijke adelaar veréren. Dat kan dus niet meer" (pag. 71).
Er sneuvelt nog veel meer, dat ik nu terzijde laat. Voor Kuitert komt deze afbraak neer op de pijnlijke maar noodzakelijke weg naar volwassenheid. We zullen toe moeten naar de erkenning van onze eigen rol in de selectie van wat nog kan en wat niet kan. Daarbij geldt: "de maat waarmee we meten zijn we zelf", dat is onze menselijke ervaring. Niet dat ieder persoonlijk maar uitzoekt wat hij geloven wil (tenminste: liever niet), maar er is iets als een gemeenschappelijke ervaring. Die wordt allereerst gevormd door de huidige stand van de wetenschappen. Verder spelen de persoonlijke ervaring mee, plus de geloofsgemeenschap waar we bij horen en tenslotte de confrontatie met andere religies. Als we maar erkennen dat het ànze taak is om te schiften welke geloofsvoorstellingen aanvaardbaar zijn en welke niet. "Wij mogen zelfs zeggen hoe God eruit ziet: als wij het niet doen, doet niemand het" (pag. 107).

Wat er overblijft
Wat overblijft na het noodzakelijk geachte breekwerk is dit: we gaan onze geloofstradities zien als zoekontwerpen, menselijke pogingen om God te vinden, die al dan niet bevestigd worden. "Maar het gaat niet om de God van het zoekontwerp, of liever het gaat in de God van het zoekontwerp om God voorbij de God van het zoekontwerp"
(pag. 180). En zo gaat het, in de woorden van Kuitert, uiteindelijk om het bevindelijke leven, om de mystiek die neerkomt op een ontvankelijkheid voor God. Waar denkt hij dan aan? Aan een avondlucht die de emotie prikkelt, een ochtend die een mens goed doet, en ook bij de meest negatieve ervaringen: toch een oor dat hoort en een oog dat ziet (pag. 190).

Ziedaar de grond onder de voeten die overblijft. Gebouwd op het fundament van het verstand, zou je zeggen. Maar eigenlijk is dat niet eens zo. De afbraak' van geloofsvoorstellingen wordt inderdaad voltrokken door een (vrij onkritisch!) beroep op wetenschap en verstand. Maar in de fase van opbouw die daarna komt, vindt ineens de sprong plaats naar het rusten in de handen van God. Gebaseerd op, tja, eigenlijk op de ervaring dat die gedachte helpt. En Kuitert betoogt dan vervolgens dat de kerken, de synagoge en de moskee samen het best geschikt zijn om dit geloof te bewaken. Wel te verstaan: wanneer alledrie deze godsdiensten stoppen met zich op openbaring te beroepen en wanneer de kerken bereid zijn om Jezus als een nevenproduct te beschouwen (pag. 148), terwijl de Islam Mohammed moet gaan relativeren. Het lijkt een hele toer om op deze wijze zekerheid te verwerven voor mensen die geen grond meer onder de voeten voelen. Ik zou er het nieuwe jaar niet mee kunnen beginnen. Ik wens u toe, dat u uw wijsheid mag vinden bij Hem, die voor zovelen een dwaasheid en een aanstoot is: Jezus Christus, de gekruisigde, die opgestaan is en die nu voor ons pleit aan de rechterhand van God.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief