Jezus en zijn genezingswonderen (1)
1994-12-30
'Jezus en Johannes de Doper' staat er boven het aangekondigde schriftgedeelte. Ik ontleen aan dit stukje slechts één zin waarin de Meester een kenschetsing geeft van zijn eigen werk op aarde. Hij zegt: - Jaargang 38
- nummer 26
'Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie'.
Matteüs 11: 4 en 5
De prachtige eenheid treedt hier aan het Iicht tussen de boodschap die Jezus bracht en de tekens die Hij daarbij verrichtte. Wat hebben die tekens ons voor vandaag te zeggen? Dat' is-de vraag waar ik me in dit korte momentje mee bezig wil houden.
Wie kent niet de gedachte, als hij in het leven stuit op een kwaal of gebrek, onverschillig wat, bij zichzelf of bij een geliefde uit zijn omgeving: Ach', was Jezus er nu maar om dit verschrikkelijke weg te nemen!
Maar is het u wel eens opgevallen dat het in het evangelie steeds bepaalde kwalen zijn die Jezus geneest? Nergens verhelpt Hij maagkwalen of darmstoornissen, nooit zet Hij er verloren gegane ledematen weer aan. Het gaat telkens over kwalen, zeker wanneer ze opgesomd worden, die behalve dat ze een letterlijke betekenis hebben, ook nog een verwijzing naar iets geestelijks bevatten. Luister maar. Blind zijn betekent: niet kunnen zien, maar ook: geen visie hebben; doof zijn, niet kunnen horen, maar ook: niet kunnen gehoorzamen; lam: niet kunnen lopen, maar ook: niet kunnen wandelen op de wegen des Heren. Het gat dus bij de genezingen in het evangelie telkens om het herstel van de mens in zijn voornaamste functies.
En juist zo zijn ze een verwijzing naar wat het evangelie zelf doet. Melaats zijn ook, dat betekende in die tijd niet alleen dat je door de viesheid van je lijf van contact met je medemensen verstoken was maar ook dat je van het verkeer met God in zijn heiligdom was uitgesloten. Jezus' genezing van de melaatsheid bedoelde dat contactherstel, in de eerste maar vooral in die tweede zin.
En als de Heiland zegt dat door Hem doden worden opgewekt, wie denkt dan behalve aan de eerste dood ook niet aan de tweede, het geestelijk dood zijn voor God? Telkens gaat het in die tweede betekenis die ik noem precies om de dingen waar de genadeboodschap van het evangelie bij ons mensen op uit is. Door het geloof in het evangelie immers krijgen geestelijk blinden visioenen, gaan geestelijk doven gehoorzamen, gaan geestelijk lammen de wegen des Heren bewandelen, worden geestelijk geïsoleerden weer in de gemeenschap binnengeleid, kortom, komen geestelijk doden weer tot leven.
Duidelijk wordt zo dat de tekenen die Jezus doet, gericht zijn op de boodschap die Hij brengt. En omgekeerd heeft het evangelie, als we het geloven, op ons een uitwerking waardoor wij dingen gaan doen die lijken op wat we bij de genezingen zien gebeuren. In die zin gaan de tekenen tot op vandaag toe door, niet zo letterlijk als ze in het evangelie verteld worden maar geestelijk minstens zo reëel. Dat bijvoorbeeld het brailleschrift is uitgevonden, waardoor de wereld van de blinde geestelijk geopend is, is een groter teken dan de enkele blindengenezingen uit het evangelie. En dat Moeder Teresa en zoveel andere volgelingen van Jezus melaatsen uit hun isolement halen is meer dan wat het evangelie over de letterlijke melaatsengenezingen van Jezus zelf vertelt. En dat het technisch vernuft een verbeterde rolstoel op de markt brengt ligt zonder meer in het verlengde van wat Jezus deed toen Hij een verlamde liet lopen. Ik wil maar zeggen: Ook zonder te genezen kunnen wij, Jezus achterna, de zegen van het evangelie laten indalen in het gewone leven. We richten dan tekens op van wat ons zelf in Gods begenadiging is overkomen. Ik denk daarom dat wij er ons niet voor moeten gaan inspannen die wondertekenen uit de dagen van Jezus' omwandeling in letterlijke zin voor onze tijd terug te halen. Beter is het ons op het evangelie te concentreren en vanuit het geloof daarin op alle fronten bezig te zijn om in het lot van de misdeelden verbetering te brengen. Het gaat er dan om dat we op alle gebied gestalte geven aan het volwaardig functioneren waartoe het evangelie de mens wil brengen, in de eenheid van geest en lichaam. Dat zal de ene keer betekenen dat we kunnen genezen en de andere keer dat we niet verder komen dan het scheppen van voorzieningen die het gebrek dragelijk maken. Maar altijd zal het moeten beduiden dat we de gehandicapte als mens serieus nemen en hem volwaardig opnemen in de gemeenschap met God en met elkaar.
Noot: gemaakt voor 'Tekst & Uitleg'. NCRV, 12 maart '94.