Marlies
1993-07-02
Marlies vertelde over haar jeugd. Ze had een fijne tijd gehad. Haar jonge jaren waren plezierig geweest. Een gezellig 'nest' waar ze op terug kon vallen met een oudere broer en een jongere zus. Ouders die een harmonieus huwelijk hadden. Een lagere school die bescherming bood en die door haar als veilig werd omschreven.- Jaargang 37
- nummer 14
Op zondag ging ze naar de kerk. Ze dacht met respect terug aan haar vroegere predikant. Verder ging ze naar een kinderclub van de kerk. Marlies kon nauwelijks negatieve ervaringen uit haar jeugd opnoemen. In het beeld dat de moderne literatuur over de gereformeerde opvoeding probeert te schetsen kon ze zich absoluut niet vinden. "Mijn ouders en vooral mijn oma waren voor mij een voorbeeld hoe je als christen kunt leven", vertelde ze.
Daarna kwam de middelbare school. Marlies: "Ik ging trouw naar de catechisatie.
De jeugdvereniging, daar ging ik nooit heen; ik had er geen zin in. Ik was meer een doener dan een prater, denk ik. In die tijd veranderde ook mijn kijk op de wereld. Dat hoort er nou eenmaal bij. En dan zie je ook dingen in de kerk gebeuren waar je vragen bij gaat stellen. Waar steekt de kerk de energie in? Waar maken kerkmensen zich druk om? Ik dacht vaak: het gaat meer om de buitenkant dan om de binnenkant. Eindeloze discussies op niks af. Je staat als puber midden in de wereld en je gaat dan dat soort discussies relativeren. Je vraagt je af wat je er mee kunt in de wereld.
Nou, met die ruzies dus niet veel. Ik wilde het geloof nu wel eens in de praktijk zien. En daar kwam door die discussies niet veel van terecht. De mensen staken hun energie in verkeerde zaken. Mensen buiten de kerk werden veel meer een voorbeeld voor mij. Achteraf merk je hoe belangrijk voorbeelden voor jou als puber zijn. Mijn ouders waren wel voorbeelden voor me, maar als puber wil je niet aan hun' handje blijven lopen, dus zoek je ook anderen. Tenminste, zo verklaar ik dat achteraf. Eigenlijk ben je dan dus nog steeds heel afhankelijk. Maar ja: wat gebeurt er als je die voorbeelden in de kerk niet tegen komt?
Marlies merkte dat ze langzamerhand van de kerk vervreemdde. Ze kwam steeds minder in de kerk. "Het gebeurt gewoon, je slaat een keer over, je slaat nog een keer over, geleidelijk aan wordt dat steeds gemakkelijker.
Op zaterdagavond vaak uit gaan, dan werd het laat, dus op zondagmorgen sliep ik uit. En op zondagmiddag kwam het er ook niet van. Op den duur werd het een gewoonte om niet te gaan. En tot mijn verbazing merkte ik dat ik de kerkdienst niet eens miste. Dat lag niet aan de predikant, het lag ook niet aan mijn ouders. Zij hebben wel degelijk aan me laten zien hoe je het christelijk geloof in de praktijk kunt brengen. Je kunt je ook nog wel afvragen of het nu aan de kerk lag, of aan mezelf. Achteraf denk ik: als je midden in de puberteit zit verandert je hele kijk op de wereld. En met al die vrienden die nergens in geloven, paste God er ook bij mij niet meer bij. Je denkt dan dus dat je de wereld ook zonder God kunt bekijken. Alleen vraag ik me toch wel eens af of ik niet gemakkelijker loyaal naar de kerk was blijven gaan als ik maar het idee had gehad dat de vragen die de mensen daar stellen betrekking hadden op mijn eigen leefwereld.
Als ik maar een beetje de indruk had gehad dat ze daar tenminste hun best voor deden. En nàtuurlijk: als ik niet het idee had gehad dat ze hun energie verspilden aan allerlei details waar je in de praktijk toch niks mee doet. Tenminste, voor mij waren het details, voor die mensen natuurlijk weer niet".
Marlies ging verder: "En nu is mijn oma erg ziek. Ze heeft nog maar kort te leven. Ik zie aan haar hoeveel kracht ze uit het geloof put, hoe echt het ook voor haar is. En dan word ik eigenlijk best een beetje jaloers. Had ik dat nou nog maar, dat vertrouwen. Het is ook een stuk gemakkelijker, denk ik, als je weet dat je elkaar na de dood weer zult ontmoeten. Het zal ook wel met mijn leeftijd te maken hebben, maar ik merk dat ik de dingen toch weer anders ga bekijken. Dingen die ik achter me dacht te hebben gelaten, worden weer belangrijk voor me. Ik denk ook veel terug aan de tijd toen ik een jaar of 10 was. Dat er toen uit de Bijbel is verteld is niet voor niets geweest. Alleen: hoe pas ik dat nu toe? Is het wel eerlijk, vraag ik me af. Nu ik over mijn oma in zit, wil ik opeens best wel weer eens naar de kerk. Alleen dan niet met al die verschillen van mening op niks af, dan zou ik meteen weer hard wegrennen. Maar er is nog iets dat me tegenhoudt: nu opeens heb ik God weer nodig. Dat kan ik toch niet maken? Het botst met mijn eigen persoon dat je alleen naar iemand toe gaat als je hem nodig hebt. Laatst zei een goede bekende tegen me: "Dat geeft niet, de vader van de verloren zoon stond ook op de uitkijk en was alleen maar blij dat zijn zoon weer terug kwam". Dat verhaal ken ik natuurlijk wel, vroeger had ik tranen in de ogen als het verteld werd, Maar ja, dat past echt niet bij me: mijn verstand zegt dat dat niet kan. En toch denk ik dat dat verhaal me niet voor niets bij is gebleven. En dat die vriend er opeens mee aan kwam. Nee, ik dacht dat ik het geloof los had gelaten, maar het geloof heeft me toch niet losgelaten.