De medische ethiek in de branding

1993-07-02
  • Jaargang 37
  • nummer 14
Aanleiding tot dit stukje is het verzoek om een bespreking van het boek: "De medische ethiek in de branding", een verzameling publicaties van wijlen prof. dr. G.A. Lindeboom. Na lezing heb ik mij afgevraagd, of dit boek bedoeld was voor de Opbouwlezer in het algemeen, of voor een beperkte groep. Als het laatste het geval is, heeft een bespreking in ons blad dan wél zin? Anderzijds, het onderwerp is belangrijk genoeg. Daarom toch een artikel, misschien niet zo zeer een recensie als wel enkele opmerkingen "naar aanleiding van."

Het woord "ethiek" is in. Veel bladen publiceren er regelmatig een artikel over. En dan met name over medische ethiek, want die staat in het middelpunt van de belangstelling. Ethiek houdt zich bezig met vragen als: Wat behoor ik te doen? De medische ethiek in strikte zin houdt zich dan dus bezig met de vraag: Wat behoor ik als medicus, als arts te doen. In iets bredere zin wordt dit: Wat behoort een arts te doen? Nog breder, maar dan spreken wij liever over gezondheidsethiek: Hoe behoren wij, individueel en collectief, te handelen op het terrein van de gezondheidszorg? Onder de gezondheidsethiek vallen ook vragen over kosten van en grenzen aan de zorg. Nu is het voor een antwoord op die vragen niet onverschillig, welke geloofsovertuiging of levensbeschouwing wij hebben, denkt u maar aan de debatten over euthanasie.

Er heerst in de wereld van de gezondheidszorg met betrekking tot ethische vraagstukken nogal verwarring. Deze wordt mede veroorzaakt door de vele overtuigingen, die in onze samenleving opgeld doen. De behoefte in Christelijke kring aan bijbels verantwoorde informatie op het terrein van de gezondheidsethiek heeft in 1987 geleid tot de oprichting van het Prof.
dr. G.A. Lindeboom Instituut, dat tot doel heeft dergelijke informatie te bieden.
Dit Instituut geeft in samenwerking met Buijten & Schipperheijn de "Lindeboom reeks" uit, waarin tot dusver publicaties zijn verschenen over ethische vragen met betrekking tot reageerbuisbevruchting, gentechnologie en financiële begrenzing van de gezondheidszorg. Naast deze boeken, bestemd voor breder kring geeft het instituut ook wetenschappelijke rapporten uit.
Onlangs is, als nummer 1 in de Lindeboom reeks, het aan het begin van dit artikel genoemde boek verschenen.
Dit nummer was hiervoor gereserveerd, omdat de naam van Lindeboom is gegeven aan het Instituut en de reeks.

Prof. dr. G.A. Lindeboom (1905-1986), afkomstig uit het bekende predikantengeslacht, is hoogleraar geweest aan de Vrije Universiteit. Hij doceerde daar o.a. Inwendige Geneeskunde, maar heeft zich tevens uitvoerig bezig gehouden met de medische ethiek. Daarin was hij zijn tijd vooruit. Uit zijn werken is een bundel samengesteld als eerbetoon aan deze pionier van een medische ethiek, uitgaande van een protestants-christelijke geloofsovertuiging.

Nu over de inhoud van het boek. Het biedt een goed voorbeeld van de betoogtrant en wijze van argumenteren van Lindeboom en het laat zien, met welke belangrijke thema's hij zich bezig hield. Op twee artikelen na zijn zij echter .alle bedoeld voor medici.
Waar de ethiek ter sprake komt gaat het over medische ethiek in de strikte zin die ik hierboven noemde. Zo komt bijvoorbeeld de aard van de geneeskunde uitgebreid aan de orde. Ook de beroepseed krijgt veel aandacht. Daar waar het gaat over de relatie tussen arts en patiënt, wordt deze vooral gezien vanuit het standpunt van de arts.
De inhoud van het boek betreft slechts een beperkt aantal onderwerpen op medisch-ethisch gebied. Wel wordt diep ingegaan op fundamentele vragen betreffende het medische beroep en de medische beroepsuitoefening.
Als zodanig is het een boek, dat ik medici en medische studenten kan aanbevelen, maar ik meen, dat veel lezers van ons blad zich niet aangesproken zullen voelen. Zij behoren niet tot de doelgroep die Lindeboom indertijd voor ogen had. Twee artikelen vormen hierop een uitzondering. Ten eerste het artikel over "euthanasie in historisch perspectief." Het geeft precies wat de titel aangeeft, namelijk een historisch overzicht. Dat is boeiend, maar het biedt te weinig houvast in de hedendaagse discussie. Het tweede niet strikt medische artikel gaat over "doelstelling en streven van de gezondheidszorg." Dit in 1972 verschenen Artikel zou ook nu nog zeer bruikbaar kunnen zijn voor een bredere discussie dan alleen onder medici.
Deze twee artikelen zijn echter mijns inziens onvoldoende reden om als niet-medicus dit boek aan te schaffen.

Wie als geïnteresseerde niet-medicus, en geïnteresseerd zouden wij allemaal moeten zijn, iets meer wil weten over gezondheidsethiek vanuit Christelijk standpunt, en die niet opziet tegen een beetje geestelijke inspanning, zou ik liever een ander boek aanraden, dat bij dezelfde uitgever is verschenen (ditmaal in samenwerking met de Nederlandse Patiënten Vereniging) en ook is verzorgd door het Lindeboom Instituut, namelijk: "Christelijke oriëntatie in medisch-ethische onderwerpen." (Amsterdam 1992) In dit boek komt het gehele terrein van de gezondheidsethiek vanuit christelijk perspectief min of meer uitgebreid aan de orde in een taalgebruik, dat is afgestemd op niet-ingewijden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief