Gereformeerd en evangelisch: kiezen of delen? *1 (1)
1993-07-16
I Plaatsbepaling- Jaargang 37
- nummer 15
Inleiding
Het is niet zo gemakkelijk om een preciese omschrijving te geven van het type christenen dat tot de 'evangelischen' gerekend wordt. Ze verschillen onderling namelijk sterk. Zo staan mensen van de Pinksterbeweging als 'evangelisch' bekend, maar ook leden van een Nederlands Gereformeerde kerk die graag opwekkingsliederen zingen. Veel evangelischen zijn sterk gekant tegen de doop van zuigelingen, maar lang niet allemaal. Je hebt evangelische christenen die warm lopen voor 'Christenen voor Israël', maar er zijn er ook die gruwen van het fundamentalistisch bijbelgebruik in die kring. Kortom: DE evangelischen bestaan niet. Toch suggereert de term 'evangelisch' een bepaalde inslag, een stijl van geloven, waaraan al die verschillende christenen herkenbaar zijn. Die inslag heeft allereerst te maken met de geloofsbeleving. Nog even afgezien van de inhoud van wat ze geloven - ze vallen vooral op door de manier waarop ze het geloof beleven en tot uitdrukking brengen. Zo zijn er christenen die zich, inhoudelijk gesproken, goed thuis voelen bij de Reformatie, maar die zich als 'evangelisch' profileren door hun praktische vroomheid. Daarmee is het beeld echter niet kompleet. Voor een deel van de evangelischen is toch ook de inhoud van wat ze geloven karakteristiek. Zo wordt de evangelische inslag van allerlei vrije groepen niet alleen bepaald door hun geloofsbeleving, maar ook door hun specifieke theologische opvattingen. Om tot een zorgvuldige plaatsbepaling én waardering van de evangelischen te komen, moet dus op die twee 'lagen' gelet worden: (A) de laag van de geloofsbeleving, en (8) de - daaronder liggende - laag van de theologische opvattingen.
(A) Geloofsbeleving
Wat is nu zo al karakteristiek voor de 'evangelische' geloofsbeleving? Wie rustig de wijze van optreden van evangelische christenen op zich laat inwerken, komt direct al een aantal kenmerkende dingen op het spoor. Het volgende tafereel bijvoorbeeld is heel illustratief.
Een oudere dame kreeg, ter gelegenheid van haar verjaardag, bezoek van haar dochter. Met een hartelijke omhelzing feliciteerde deze haar moeder, midden in de kring van visite. Aan haar gelukwens verbond zij met enkele welgekozen bewoordingen ook een zegenwens. Vrijmoedig – iedereen kon het horen - en toch heel gewoon - de zegenwens sloot volkomen harmonisch aan bij de felicitatie - .
bracht zij zo haar christen-zijn tot uitdrukking.
Vervolgens nam de visite de draad van het gesprek weer op, waarbij de dochter van de jarige zich als vanzelf aansloot. Later bleek dat ze lid was van een evangelische gemeente.
(1) Ongeremde expressie
Het eerste wat in het optreden van deze evangelische christin in het oog springt, is haar ongeremde expressie.
Naar het schijnt hoeft zij geen weerstanden te overwinnen om voor de dag te komen met haar geloof; wat binnenin haar leeft, komt schijnbaar moeiteloos naar buiten. Niet gehinderd door valse schaamte brengt zij de naam van God ter sprake; zij schermt haar religieuze leven niet af voor anderen, maar brengt het onbevangen tot uitdrukking. Deze 'ongeremde expressie' is typerend voor alle evangelischen, hoe verschillend ze onderling ook zijn. Als je ze tegenkomt, hoef je niet lang te raden naar hun levensbeschouwing. Ze vinden het niet gek om er in het bijzijn van ongelovigen blijk van te geven dat ze God kennen - integendeel: het is voor hen de normaalste zaak van de wereld dat ze het meest wezenlijke van hun leven daadwerkelijk uitstralen. Vandaar, dat evangelisatie voor evangelische christenen zo iets vanzelfsprekend is. Wanneer het er om gaat buitenstaanders met het evangelie bekend te maken, hoeven ze niet om zo te zeggen een aparte jas aan te trekken. Het is hun eenvoudig op het lijf geschreven, om anderen deelgenoot te maken van de rijkdom die zij in Christus ervaren.
"Waar het hart vol van is, loopt de mond van over." Daarnaast geeft die 'ongeremde expressie' ook een geheel eigen karakter aan evangelische kerkdiensten. Men is daar niet te benauwd om door gezichtsuitdrukking en lichaamsbewegingen te laten mérken dat men zich verheugt in God. Het soort liederen dat men zingt, leent er zich vaak uitstekend toe om het gevoel tot uitdrukking te brengen. Over het geheel genomen gaat het er lang niet zo getogen, om niet te zeggen stijf toe, als in een gereformeerde dienst.
(2) Geloofsdimensie reëel
In het optreden van de dochter van de jarige treft vervolgens dat de dimensie van het geloof voor haar zo reëel is.
Het is geen vrome frase, geen holle klank, als zij haar moeder de zegen van God toe wenst. Aan de manier waarop zij dat doet, is te merken dat zij Hem reëel in het leven van haar moeder aanwezig acht. Zijn zegen is voor haar een werkelijkheid waarmee een mens konkreet mag rekenen. Zij spreekt vanuit de diepe ervaring, dat God er is: heel dichtbij, machtig en liefdevol. Ook hiervan kun je zeggen, dat het kenmerkend is voor alle evangelischen.
De centrale wetten van het christelijk geloof hangen voor hen niet in de lucht, maar vertegenwoordigen een feitelijkheid: de geloofsdimensie is voor hen heel reëel. Het lijkt wel, alsof de sekularisatie op hen geen vat heeft. Zij beleven de wereld allerminst als een gesloten systeem, waarin voor God geen plaats is. Zij komen God echt tegen in hun leven; ze hebben weet van zijn leiding, zijn zorg, zijn kracht. De steeds weer opduikende twijfel aan Gods bestaan, die het geloof van sommige christenen zo kan verlammen, is hun naar het schijnt geheel vreemd. Dat God leeft is voor hen niet problernattsch, maar een heerlijke zekerheid. Daardoor gaat er iets van hen uit. Ze laten zien, hoe geloven óók kan zijn: niet lijden onder de Godsverduistering, maar leven onder een onbewolkte hemel.
(3) Integratie van geloof en dagelijks leven
Er is nog iets dat de aandacht trekt in de manier waarop de dochter haar moeder gelukwenst. De zegenbede valt niet als een vreemde zwerfsteen in het geheel van de felicitatie. Het gaat harmonisch samen: het ter sprake brengen van God, en een hartelijke kus. Deze evangelische christin trekt niet een aparte religieuze la open; zij spreekt vanuit een beleving waarbij God volop meedoet in het gewone leven. Het zijn voor haar niet twee werelden: de wereld van het geloof, en de wereld van het alledaagse leven waarin je moeder haar verjaardag viert. Zij kent maar één wereld, waarin het bewonderen van de kadootjes en de vreugde in God met elkaar verbonden zijn. Ziedaar een derde opvallende trek van de evangelische geloofsbeleving: de integratie van geloof en dagelijks leven. Evangellsche christenen lijken' er geen moeite mee te hebben om het leven met God te betrekken op de heel gewone dingen die zij meemaken. Daardoor kunnen zij in een gesprek zo gemakkelijk overstappen op het geloof. Ze gaan dan niet om zo te zeggen een andere kamer binnen, waarvan de deur normaal gesproken op slot zit. Ze lopen alleen even naar het raam, waardoorheen het licht van God naar binnen valt. Ze kunnen zich gewoon niet voorstellen, dat in het alledaagse leven dat venster op God zou ontbreken!
(4) Persoonlijk
Er zijn nog meer karakteristieken van de evangelische geloofsbeleving te noemen, die echter niet direct zijn af te lezen uit die momentopname van de verjaardagsvisite. Zo is er veel aandacht voor een persoonlijke manier van geloven. Dat betekent allereerst, dat men geen genoegen neemt met een geloof dat allerlei leerstelligheden dingen voor waar houdt; het gaat erom, dat het hart wordt geraakt. Geloven dat God bestaat is niet het wezenlijke; het is de bedoeling dat wij mensen een persoonlijke relatie met God onderhouden. Het is voor de evangelische prediking dan ook typerend, dat ze haar kracht zoekt in het persoonlijk aanspreken van de hoorders. Exacte bijbeluitleg is minder belangrijk dan dat de prediker vanuit de bijbel spreekt tot het hart van de mensen. Maar ook in die zin gaat het bij de evangelischen 'persoonlijk' toe, dat er sterke nadruk ligt op het 'ambt aller gelovigen'. Men verwijt de reformatorische kerken, dat het kerkelijk leven daar drijft op de bijzondere ambten.
De meeste kerkgangers worden daardoor tot passiviteit gedoemd, hetgeen hun persoonlijke betrokkenheid bij bijvoorbeeld de kerkdienst doet afnemen. Daargelaten of het verwijt terecht is - de evangelischen zelf schakelen zoveel mogelijk gemeenteleden in bij de erediensten, en ook bij al het andere kerkenwerk. Zo geven zij ieder het gevoel, een persoonlijke bijdrage te leveren. Zij hebben dan ook niet zoveel op met organisaties en structuren, die naar hun besef het persoonlijk initiatief alleen maar smoren. Het resultaat daarvan is, dat krachtige persoonlijkheden gemakkelijk een leidersrol kunnen spelen.
(5) Openheid
Voorts is een houding van openheid heel kenmerkend. Terwijl het moment van de 'ongeremde expressie' aangèeft, dat er een vrij verkeer van binnen naar buiten plaats vindt, is hier van het omgekeerde sprake: de evangelischen zijn in sommige opzichten heel ontvankelijk voor indrukken van buiten. Voor de relatie tot God betekent dat, dat zij gevoelig zijn voor 'tekenen' die Hij geeft. Zo staan zij niet vreemd tegenover zoiets als 'geleid worden door God'. Ingevingen om iemand te bezoeken of om voor iemand te bidden, worden door hen zeer serieus genomen als werkingen van de Geest. Zij hebben vaak een antenne voor het spirituele. Bij de meer charismatische evangelischen heeft die openheid ook betrekking op de gaven van de Geest. Doordat de deuren van hun hart niet alleen naar buiten maar ook naar binnen gemakkelijk openklappen, durven zij zich al gauw gewonnen te geven aan wat zij opvatten als de inwerking van de Heilige Geest 2Nog anders manifesteert de houding van openheid zich, wanneer evangelischen gedurfde initiatieven nemen en zich niet bang tonen voor vernieuwingen. Conservatisme en vasthouden aan de bestaande structuren beschouwen ze als het opwerpen van barrières voor de stuwende werking van Gods Geest. Opvallend afwezig is die openheid echter, wanneer het gaat om de confrontatie met de moderne cultuur of met medechristenen, die hun theologische opvattingen afwijzen. Dan zijn zij vaak uiterst ontoegankelijk en onbeïnvloedbaar. Niet álle deuren van hun hart klappen dus zo gemakkelijk open ...
(6) Gebedsleven
Het gebed neemt bij de evangelischen een voorname plaats in. Zij ruimen niet alleen veel tijd in voor het bidden, maar ervaren het gebed ook als zeer invloedrijk. Het woord van Jakobus 5:16b, dat het gebed van een rechtvaardige veel vermag, is voor hen volop werkelijkheid. Dat houdt natuurlijk verband met het feit, dat de dimensie van het geloof voor hen heel reëel is en dat het leven met God voor hen niet is afgescheiden van het alledaagse leven. Zo zullen zij geen belangrijke beslissingen nemen zonder er intensief voor gebeden te hebben. Ook wanneer zij obstakels op hun weg vinden, spreekt het voor hen vanzelf dat zij die in het gebed bij God brengen en van Hém uitkomst verwachten - een uitkomst, waarvan het ze niet zal verbazen als die de gestalte van een wonder aanneemt.
(7) Radicale navolging
Tenslotte is de ethiek te noemen als een punt, waarop evangelische christenen zich vaak profileren. Zij zijn ervan overtuigd, dat de navolging van Christus inhoudt dat men zich in zijn levensstijl gaat onderscheiden van de wereld rondom. Hun grief tegen de grotere volkskerken is, dat daar zoveel wereldgelijkvormigheid heerst. Meestal passen zij Paulus' aansporing "Maar gij geheel anders!" toe op het gebied van de persoonlijke levenswandel: niet roken, niet drinken, geen seks voor en buiten het huwelijk, soberheid, het geven van de tienden enzovoorts. Anders gezegd: ze zijn radicaal in hun personele ethiek. Sommige evangelischen trekken de lijn van de radicale navolging van Christus ook door naar de sociale ethiek. Zij nemen maatschappijkritische standpunten in, door bijvoorbeeld dienstweigering te bepleiten of op te roepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid.
Niet exclusief
Ter afsluiting van dit gedeelte van de plaatsbepaling zij opgemerkt, dat veel van deze karakteristieken niet exclusief van toepassing zijn op evangelischen.
Ook de geloofsbeleving van christenen die niet als typisch evangelisch te boek staan, kan zich kenmerken door een intensief gebedsleven, een heel persoonlijke wijze van omgaan met God, de integratie van geloof en dagelijks leven, enzovoorts. Ook binnen de gereformeerde traditie is die 'warme golfstroom' vanouds aanwezig geweest. Zo wordt van Abraham Kuyper verteld, dat hij er in zijn huis een aparte gebedsruimte op na hield! Het is echter veelbetekenend, dat kerkhistorici deze 'persoonlijke vroomheid' als een geheel eigen accent binnen de reformatorische traditie hebben opgevat, dat zij in verband brachten met de stroming van het piëtisme. Het type geloofsbeleving dat zo kenmerkend is voor evangelischen, maar dat zich dus bij nader inzien ook terug laat vinden bij 'nuchtere' gereformeerden, heeft kennelijk toch een eigen signatuur.
Noten:
1 Voor OPBOUW bewerkte tekst van de lezing, die op 24 april 1993 gehouden werd voor de leden van de gereformeerde persvereniging 'Opbouw'.
2 Vgl. voor het moment van de 'openheid' bij charismatische ervaringen J. Firet, Psychologische notities met betrekking tot de 'Geestesdoop " in: GTT, 78e jaargang no. 1, 77-91.