Joodse zending in de diaspora? (4)

1993-07-16
  • Jaargang 37
  • nummer 15
Kan de houding tegenover de heidenen in het Oude Testament getypeerd worden als passieve zending, die van de Joden in de diaspora daarentegen als passieve openheid. Wat levert nu verder een vergelijking tussen de jonge christelijke kerk in het Nieuwe Testament en de synagoge in de diaspora op? Waarin verschilden ze van elkaar, en wat leert ons dat over de eigen aard van de christelijke zendingsonderneming? Door op deze vragen in te gaan kunnen we ook een nadere verantwoording geven van ons eigen antwoord op de vraag of er sprake was van joodse zending in de diaspora.

Een nadere verantwoording
Hoe stond Jezus tegenover de heidenvolkeren tijdens zijn bediening op aarde? Aan de ene kant valt dan overeenkomst met het Oude Testament op; maar toch tegelijk is er een verrassende wending te constateren die vanuit het Oude Testament maar heel zelden echt aantoonbaar is: we doelen op de wending van passieve naar actieve zending. In het Nieuwe Testament komt de beweging naar de wereld op gang weg van Jeruzalem. Dat was zo'n buitengewoon moeilijk te verwerken verandering, dat de jonge kerk letterlijk die weg moest worden opqedwonqen door vervolgingen heen.

Jezus' visie op heidenzending
Jezus' houding tegenover de heidenzending moet in de eerste periode van zijn aardse bediening nog geheel en al in oudtestamentisch perspectief worden gezien. Er was bepaald geen tegenstelling tussen zijn concentratie op de verloren schapen van het huis van Israël en zijn de wereld omspannende heilsbedoelingen. Hij kwam inderdaad eerst om Israël terug te voeren naar haar God. De Wet werd naar eigenlijke bedoeling uitgelegd en op het hart gebonden; de tempel werd als bedeplaats hersteld; hij verzamelde Israël rondom zichzelf als degeen in wie Gods presentie in de wereld vlees en bloed had aangenomen. Israël werd geroepen te getuigen van Gods heilrijke - en onheilspellende - aanwezigheid in Jezus van Nasaret. De roeping in het Oude Testament gegeven bleef ongewijzigd gehandhaafd, met dit verschil dat nu de beloofde Messias zelf erbij was. Vandaar de concentratie op Israël. Het heil was uit de Joden, en zou daar in Jezus verkrijgbaar zijn: Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien. De·richting blijft nog naar Jeruzalem wijzen, al werd de tempeldienst al gerelativeerd, en het volk niet aan de Wet maar aan God in Jezus gebonden. Het ging om passieve zending, en bij Jezus zeker niet om passieve openheid. Zijn kontakten met heidenen ook in niet-joods gebied wijzen daar al op. En in zijn onderricht ook in de eerste periode duidt hij dat ook al aan. Maar het is nog: Tot ziens in Jeruzalem en dat vanwege het heil dat uit de Joden was in hun Messias Jezus van Nazaret.

Na zijn verwerping door Israël zien we dan de wending zich voltrekken. De grote getuige van Gods heilrijke en onheilspellende aanwezigheid in de wereld is Jezus zelf en hij alleen. Alles wat aan hem geschiedde in kruis en opstanding is één getuigenis van Gods bedoelingen met de wereld der volkeren. Hij verzamelde ook een nieuw Israël om zich heen om hiervan getuige te zijn in woord en daad. Het Oude wordt door een Nieuw Verbond vervangen; de Geest wordt uitgestort, zodat de Wet nu in de harten geschreven kan worden. Tempel, priesterschap en offer zijn nu in hem ineen te vinden, waarom dan ook Jeruzalem en de tempel voor de dienst aan God overbodig werden. Dan lezen we ook over de ondergang van Jeruzalem in Matteus 23. Israëls vol gehouden weigering Gods getuige in de wereld te zijn, zoals dat bevestigd werd in de verwerping van Jezus, bracht het zelfstandige volksbestaan in het beloofde land tot een einde. Een nieuw Israël werd geformeerd uit Joden en heidenen, met de zelfde roeping uitgerust: getuige te zijn van Gods aanwezigheid in de wereld, van zijn bedoelingen met de wereld, zoals die in Jezus aan het licht gekomen zijn.

Pas na de verwerping, van Jezus door Israël komt de actieve zending, het uitgaan naar de heidenwereld in het vizier, zoals duidelijk uitgesproken in Matteus 28. God is niet langer meer aan één land en één plaats en één volk gebonden voor de uitvoering van de laatste fase van zijn heilsplan. Het einde der eeuwen is nu over ons gekomen; er komt grote haast achter de uitvoering van Gods heilsbedoelingen. De verwachte wederkomst is op handen - en dat is sindsdien zo gebleven: De Heer is nabij! Zending in Oude en Nieuwe Testament is fundamenteel gelijk: getuige zijn in woord en daad van Gods aanweztqheld in de wereld, waardoor zijn hejlsplannen gerealiseerd worden. Alleen is er nu de haast: en daarom nu niet meer afwachten, maar de wereld in de volkeren tegemoet waar ze maar wonen. En sindsdien is de kerk naar haar wezen zendingsgericht. In al haar doen en laten is zij zendingsbetrokken. En zo is zij is het teken bij uitstek dat de wederkomst op handen is.

De jonge kerk
In Handelingen is het aanvankelijk, op Pinksterdag, nog: naar Jeruzalem toe. Ook proselieten waren onder Petrus' gehoor die dag. Maar de Geest dwong de kerk door krises heen de weg der heidenzending op. We laten het verder rusten. Paulus kwam erover in moeilijkheden met Petrus, en de Judaïsten.
Ook al bonden zij zich aan Jezus de opgestane Heer, de weg bleef via het joodse volk lopen - de Wet, de tempel, de besnijdenis. Geen gering verschil met de joodse synagoge in de diaspora, zelfs een wezenlijk verschil, maar toch niet radicaal genoeg. Het heil was uit de Joden, en is nu daar verkrijgbaar waar hun Messias in Geest en waarheid aanbeden wordt.
Laten we trouwens niet vergeten, dat hoewel de jonge kerk daadwerkelijk de heidenvolkeren tegemoet trad in georganiseerde reddingsacties - vergeten we niet dat Paulus door een gemeente werd uitgezonden en onder een kerkenraad werkte, die van Antiochië -, toch de passieve zending van wezenlijk belang bleef. Bestudering van de brieven van Paulus en Petrus laat zien dat de gemeente als getuige ook aantrekkingskracht behoorde te hebben. Haar onderlinge liefdebetoon bij voorbeeld, haar oog hebben voor de nood der wereld, maar allereerst toch haar liefde voor haar Heer en haar toewijding aan hem: dat alles en nog meer moest de mensen aantrekken. Vandaar dat een gemeente allereerst zo missionair moet zijn. Hier wordt Gods heil gevonden, maar dat moet dan wel zichtbaar en tastbaar gemaakt worden. Pas dan kan actieve zending in woord en daad zegenrijk plaats vinden.

Als besluit
Het is verleidelijk een parallel te trekken tussen de synagoge in de diaspora en de kerk van vandaag op het punt van zending. Das is heel goed mogelijk: meer passieve openheid dan zending, passief of actief. Helaas!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief