Post uit Rwanda
1993-07-16
Meneer Peters, Jacob en Anna hadden een hond die meneer Peters heette. Die naam was het enige Nederlandse aan de hond verder was hij helemaal Rwandees en hij zou ongetwijfeld bibberen en heel ongelukkig zijn in Nederland. Maar hij hield dolveel van zijn Nederlandse vriendje en die vriendjes hielden dolveel van hun hond. Anna was nog maar een babietje toen ze voor het eerst in Rwanda kwam met haar vader, moeder en broertje Jacob, en ze waren er nog maar twee weken toen meneer Peters werd gebracht. Hij was een kleine rafelige puppie van een onbestemde kleur en hij beet in alles wat hij maar vinden kon ook in Jacob. Eerst was Jacob, die nog maar drie was toen, bang voor de wilde hond die hem elke keer probeerde om te springen, maar op een dag keek hij de kunst af. Toen meneer Peters op hem af kwam rennen liet hij zich op de grond vallen en toen het hondje vrolijk keffend bij hem aan was gekomen, sprong hij erboven op en zette zijn tanden in de rug van het dier dat vreselijk begon te piepen totdat moeder kwam kijken wat er aan de hand was. Sindsdien waren ze vrienden en toen Anna wat groter was kon ze zelfs rijden op de rug van de hond.- Jaargang 37
- nummer 15
Meneer Peters was eigenlijk een waakhond geen huishond zoals de meeste honden in Nederland. Hij sliep buiten op een deken onder het afdak voor de deur, met naast hem Pascal of Vincent één van de twee nachtwachten die werkten voor het gezin van Jacob en Anna. De meeste blanke mensen, en heel veel Rwandese mensen hebben nachtwachten (samoes heten ze) die meestal op een mat liggen te slapen of in een stoel zitten te dommelen. Als een dief heel zachtjes zou sluipen kon hij misschien wel zonder dat Pascal het merkte bij het huis komen, maar niet zonder dat meneer Peters het in de gaten had. Ik weet niet of het daarmee te maken had, maar het linkeroor van meneer Peters stond altijd rechtop, ook als hij sliep en het hoorde alles. 0 wee degene die 's avonds het hek probeerde binnen te komen! Meneer Peters zou blaffen en grommen en bijten en Pascal (of Vincent) zou opspringen met een knuppel in de hand en alle zamoes van de buurt wakker roepen. Gelukkig was dat nog nooit nodig geweest.
De dieven keken wel uit. De hele buurt was bang voor meneer Peters en ze snapten niet dat die blanke kindertjes met die gevaarlijke hond stoeiden en dolden zonder dat er ongelukken gebeurden. Rwandese kinderen bleven vaak voor het hek staan kijken naar de hond en zelfs de vriendjes van Jacob en Anna wilden alleen maar binnenkomen als meneer Peters aan de ketting lag. "Toe nou" zei Jacob op een dat tegen zijn vriend Robert "Aai hem eens je zult zien hij doet niks" Maar Robert schudde vastbesloten zijn hoofd "Hij doet niks, hij is ook een vriend" probeerde Jacob. "Nee, zei Robert, honden zijn gevaarlijk, vader zegt dat blanke mensen gek zijn, want ze houden van bloemen en honden, wij houden van bonen en koeien." en daar bleef het bij en ik kan Robert geen ongelijk geven want elke keer als hij in de buurt van meneer Peters kwam begon de hond te grommen. Misschien willen jullie weten hoe meneer Peters aan zijn naam kwam, want eigenlijk is dat toch geen hondenaam vind je wel? Dat is eenvoudig uitgelegd.
Meneer Peters was ook de naam van de baas van Jacobs vader, de baas in Nederland. De meneer van de zending die brieven schreef en opdrachten gaf en zelfs al een paar keer op bezoek was geweest. Toen ze nog maar pas in Afrika waren en het hondje een naam moest hebben, had vader gezegd: "Laten we hem meneer Peters noemen.
Het lijkt me heerlijk om te kunnen zeggen "Hier meneer Peters, zit, het is hier allemaal heel anders dan u denkt" en moeder had zo verschrikkelijk gelachen dat ze niet tegen kon sputteren. En zo was de hond meneer Peters geworden en toen de echte menéér Peters kwam voor een paar dagen hebben ze het hem uitgelegd. Hij was niet boos hij zei met een glimlachje "Jullie geloven het misschien niet, maar in Cameroen loopt een haan rond die meneer Peters heet" en toen had moeder een hele trommel koekjes op de grond laten vallen omdat ze zo verschrikkelijk moest lachen.
Meneer Peters (de hond bedoel ik nu) werd een enorm dier met sterke poten en grote witte tanden en zo'n dier moet veel eten. Pascal haalde op de markt rijstafval, hele fijne rijstekorrels die mensen meestal niet eten en vleesafval, stukken koe die de mensen niet kochten. Dat deed hij in de tuin in een grote pan met een laag water en kookte het gaar op een houtskooloventje. Het stonk geweldig, maar meneer Peters smulde ervan en... groeide ervan.
"Bah, zei Anne op een dag, vies eten!" en ze hield haar eigen broodje voor de neus van de hond. Hap, weg was het.
Maar moeder was boos. "Dat is menseneten Anne, zei ze, geen menseneten aan een hond geven" "In Nederland geven mensen koekjes aan hun hond" zei Jacob. "Weet je nog tante..."
"In Nederland, zei moeder streng, hier niet hoor, ik zou me schamen." En toen werd het vakantie. De hele familie ging naar Nederland voor twee maanden, meneer Peters niet natuurlijk. Die bleef bij Pascal en Vincent, bij Antoine de tuinman en Cecile het meisje in huis, dus alleen was hij niet.
Maar hoe kwam hij dan zo mager? Ze schrokken er allemaal van toen ze terug kwamen uit Nederland. Je kon alle ribben tellen van meneer Peters. "Je hebt toch wel rijst en vlees gekocht?" vroeg vader aan Pascal.
"Jazeker! en ik heb het gekookt ook" zei Pascal, vraag maar aan Cecile en hij at elke keer of hij tijden niet gegeten had." Ze snapten er allemaal niks van. "En kookte je genoeg, ook voor de dagen dat Vincent de wacht had?" vroeg vader.
"Ja natuurlijk, ik deed net als wanneer u thuis bent."
De volgende avond wilde vader Vincent gaan vragen, maar toen hij naar buiten kwam sprong Vincent geschrokken op van zijn stoel. Uit de grijze deken die hij tegen de kou van de avond om zijn schouders had geslagen, viel een handje vol rijsteprut. Vader vroeg niks over de hond en zei alleen: "Alles goed Vincent" "Ja hoor" antwoordde Vincent en toen ging vader de kamer weer in. "Lieve help, zei hij, ik weet het al, Vincent eet het hondevoer op" "Gemeen!"
riep Jacob, maar moeder keek al net zo perplex als vader. "Lieve help zei ze, ik schaam me dood, dat kun je hem toch niet verbieden maar stel je voor dat rotte vlees .." en Jacob en Anna keken elkaar aan met grote ogen terwijl vader zei "Snap je dat jongens, er zijn hier mensen jaloers op het eten van een hond."