Geen andere naam
1993-01-08
De tijd, waarin het geloof in de drieënige God van de bijbel een religieuze en zelfs kulturele vanzelfsprekendheid was, lijkt in ons werelddeel voorgoed voorbij. En daarmee zijn we in zekere zin weer terug bij 'af'. Anders gezegd: we herkennen weer de situatie waarin de eerste apostelen het evangelie van de Here Jezus Christus hebben moeten verkondigen. Tegen de grote stroom van de tijd in. Haaks op het denken van de overgrote meerderheid.- Jaargang 37
- nummer 1
Petrus en Johannes voor de Raad
In Hand. 4 ontmoeten we de apostelen Petrus en Johannes staande voor de joodse Raad, het Sanhedrin. De priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën (4:1) hebben Petrus en Jchannes overvallen, gearresteerd en gevangen gezet. De volgende dag moeten Petrus en Johannes voorkomen.
Zij worden verhoord.
Zich de gelegenheid ten nutte makende (Ef. 5:16) verkondigen zij ook dan het evangelie van Jezus Christus.
Vervuld van de heilige Geest vat Petrus dat evangelie aldus samen: "En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden". Niemand anders dan Jezus Christus!
En juist op dat punt gaan de wegen uit elkaar. Daar, waar het gaat om de vraag wie de Here Jezus is.
Geen andere naam
Zonder ook maar enige schroom zegt Petrus dat er maar één naam is waardoor wij behouden moeten worden.
Geen enkele andere naam van welke mens - hetzij uit het verleden, hetzij uit het heden - kan met de naam van de Here Jezus gelijkgeschakeld worden.
Er is maar één naam!
Hier komen we onmiskenbaar met een geweldige pretentie van het christelijke geloof in aanraking. Christenen, die deze belijdenis beamen en overnemen, slaan in onze wereld ontegenzeggelijk een hoge toon aan. Een toon, die hen zeker niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Wie zo spreekt zal merken dat zijn omgeving hem probeert terug te fluiten. "Geen andere naam?" "Kom nou!"
Inderdaad: wij zijn weer terug in de spannende situatie, waarin Petrus en Johannes zich bevonden. Het wordt niet meer algemeen beaamd als het christendom met deze pretentie voor de dag komt. Jezus heeft in onze kultuur konkurrenten gekregen!
Konkurrentie
Als ik spreek over konkurrenten en konkurrentie denk ik voor onze tijd aan het verschijnsel dat onze maatschappij een multireligieuze en multikulturele is geworden. Het christendom is in ons land het alleenrecht kwijt geraakt. Met name door de grote stroom van buitenlanders met hun andere kulturen en niet-christelijke religies, die zich in ons land gevestigd hebben, is het aanzien van onze maatschappij danig veranderd.
De vliegramp in de Bijlmer heeft daar nog eens een flinke streep onder gezet.
Wie het nog niet wist heeft het toen wel ontdekt. Mensen uit allerlei verschillende landen en kulturen met onderling heel verschillende religieuze overtuigingen bleken door de ramp getroffen of hadden er op de een of andere manier mee te maken. En iedereen verwerkte het leed op zijn eigen religieuze wijze.
Valt het dan nog vol te houden wat Petrus zegt? Is er werkelijk "onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden"? Hoe begrijpelijk dat nogal wat gelovigen in deze tijd een toontje lager willen zingen! Deze hoge pretentie is in onze tijd toch niet meer te handhaven!
Twee vragen
Doordat wij vandaag in aanraking komen met andere godsdiensten staat de belijdenis van de ene Naam op de tocht. Daarbij gaat het om een invloed van buitenaf, zou je kunnen zeggen.
Maar er is nog iets waardoor deze belijdenis op de tocht staat. Daarbij gaat het meer om een invloed van binnenuit. Ik doel op hetgeen wel 'sekularisatie' genoemd wordt. Dat wil zeggen: onze wereld wordt steeds sekulierder, steeds god-lozer.
Zet de multi-religiositeit van onze samenleving het eerste deel van-Pétrus' belijdenis onder spanning, de sekularisatie doet dat ten aanzien van het tweede deel van deze belijdenis.
De vraag is dan niet zozeer of er maar één Naam gegeven is waardoor wij behouden moeten worden, maar of we 'überhaupt' behouden moeten worden.
De christelijke belijdenis staat dus onder de druk van deze twee vragen: is er maar één Naam?, én: moeten we wel behouden worden?
Behouden worden
Door de sekularisatie wordt de belijdenis, dat we behouden moeten worden onder vuur genomen. Moeten wij wel behouden, gered worden? Is de mens niet 'mans' genoeg om zichzelf te redden? In ieder geval staat de belijdenis dat we gered moeten worden op gespannen voet met ons gevoel van eigenwaarde. Het gaat tegen ons eergevoel in om van een ander - wie dan ook - afhankelijk te zijn. Om door een ander gered te moeten worden.
Het is de mens eigen om zo lang mogelijk zijn eigen boontjes te doppen.
Totdat hij volkomen stuk zit en geen enkele uitweg meer ziet. De drenkeling wordt pas gered als hij alle inspanningen om zichzelf te redden heeft opgegeven. Dan pas is hij maximaal ontvankelijk voor de reddende hand van buiten.
Is het met onze kultuur misschien ook zo? Eerst helemaal vastlopen in de ellende om pas dan te zoeken naar de reddende hand van boven? Het lijkt erop dat we 't daar op aan laten komen.
Om dan pas ons verweer tegen de uitstoken hand op te geven.
Opstanding
Petrus en Johannes zijn in bewaring gesteld en verhoord vanwege de prediking van de opstanding. "Omdat zij het volk leerden en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigden." (4:2) Inderdaad: Petrus en Johannes hebben de opstanding uit de doden verkondigd nadat zij een verlamde, vanaf de schoot zijner moeder (3:2), hebben genezen. "In de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel!", bevalen zij de verlamde. Wat anders dan de pastorale toepassing van de opstanding uit de doden is dat geweest? In de Naam van Christus, de Opgestane, staat een mens op!
Een verlamde, die genezing van boven behoeft: symbool, van de mens, die niet op eigen benen kan staan en redding nodig heeft..Opstanding uit de doden. Eén Naam is ons daartoe onder de hemel gegeven: Jezus Christus.
Anno Domini
Wij leven in het jaar 1993 - Anno Domini, in het jaar van onze Heer. Ondanks de multireligieusiteit en de sekularisatie tellen we onze jaren aldus: 1993, gerekend vanaf de geboorte van onze Here Jezus Christus. Een simpel jaartal als een teken van de ene Naam. In de mate waarin ww die ene Naam geloven zullen wij - ondanks alle druk van buitenaf en binnenuit, multireligieusiteit en sekularisatiemet Petrus en Johannes-belijden: "de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden".