Post uit Rwanda

1993-01-08
  • Jaargang 37
  • nummer 1
De Bom I
Antoinette en Jean wonen in een hotel in Butare. Nee, ze zijn niet op vakantie, ze wónen in dat hotel, of - liever gezegd, ze wonen in een klein huis dat tegen het hotel is aangebouwd. Het hotel is van hun moeder. Zij is de baas van alles, maar er zijn natuurlijk een heleboel mensen die voor haar werken.
Soms zijn er gasten die komen logeren, maar dat gebeurt niet zo heel vaak. 's Middags en 's avonds kan men eten in het hotel en daarvoor komen elke dag klanten, maar zo 's avonds tegen een uur of vijf, dan loopt het vol. Allerlei mensen, mannen meestal, komen van hun werk en drinken een biertje, ze praten en drinken tot het donker wordt tegen half zeven.
Er is altijd een boel te regelen en te beslissen voor moeder. Een paar jaar geleden deed vader dat allemaal en moeder hielp. Maar vader kreeg een erge ziekte en zomaar op eens was hij dood. Het leek wel of alle mensen uit Butare op bezoek kwamen vlak na de begrafenis. Ze schudden hun hoofd en klakten met hun tong en Jean hoorde ze zeggen "Die arme vrouw, hoe gaat ze dat doen? Een heel hotel en twee kleine kinderen, die arme stakker" En iemand zei tegen Antoinette "Je zult zeker wel van school af moeten hè?"
Antoinette praatte er met Jean over, en ze werden er nog verdrietiger van dan ze al waren. Ze zaten alletwee op de internationale school, de school waar veel blanke kinderen heengaan.
Dat is verschrikkelijk duur, maar, had vader gezegd "Daar leren jullie goed Frans en daar krijgen jullie een goed diploma, waarmee je later in het buitenland kunt gaan studeren." Zou de school nu te duur zijn voor moeder?
Het duurde een paar dagen voor ze er met moeder over durfden praten. "Wat krijgen we nou? zei ze verbaasd. Jullie blijven op school hoor. Het hotel is toch niet afgebrand! We zijn al ons geld toch niet kwijt? Maak je daarover geen zorgen kinderen." En ja hoor, Antoinette en Jean bleven op school.
En moeder deed al het werk dat ze eerst met vader deed alleen. En niemand schudde meer het hoofd of klakte met de tong want moeder was helemaal geen arme stakker. Het hotel liep prima en nooit hoorden de kinderen moeder klagen. Ze misten vader alle drie heel erg maar er werd niet over gezeurd.

En toen kwam de oorlog. Iedereen was bang en er werd een boel gefluisterd in het hotel, 's avonds als de mannen hun biertje kwamen drinken. Het was opeens een stuk gevaarlijker geworden in het land. En geen mens wist wat er gebeuren ging. Sommige vrienden van moeder vertrokken naar het buitenland, maar moeder zei "Vooruit kinderen, we moeten er het beste maar van maken." De oorlog bleef in het noorden van het land en er werd niet gevochten in Butare. Gelukkig.
Maar de mensen mochten 's avonds na het donker niet meer op straat. Dat was niet goed voor het hotel. In een grote zaal werden regelmatig films vertoond, maar nu kwam er niemand meer naar de film. "We maken er een feestzaal van." zei moeder op een dag. "Er zijn altijd mensen die een ruimte nodig hebben voor een feest of een voorstelling of een tentoonstelling.
We verbouwen, we maken er ramen in, dan hebben we er meer aan dan aan een filmzaal." De mensen keken op. "Die durft" fluisterden ze tegen elkaar. "Zo'n vrouw alleen, en dan in deze onzekere tijd een boel geld uitgeven aan een verbouwing!" Maar moeder had het allemaal goed uitgerekend en na een paar maand was de feest zaal klaar, en al de eerste week werd hij verhuurd. Ziezo, dat was dus een goed idee geweest.

Het ging goed met het hotel, maar dat wil niet zeggen dat álles goed ging. Er werd een boel gepraat op het terras voor het hotel, op de binnenplaats achter het hotel en aan de bar in het hotel. Er werd gepraat over de oorlog over de politiek en over bommen en mijnen. De oorlog ging nog steeds door in het noorden. De soldaten hielden de vijanden wel tegen maar het lukte niet ze echt het land uit te krijgen.
En ondertussen gebeurden er rare dingen. In de hoofdstad Kigali liep een auto op een mijn. Die was ingegraven in een zandweg. Door wie?
Niemand die het wist. Het gebeurde nog eens en nog eens. Op een dag ontplofte een taxi vol met mensen.
Iemand had er een bom in gelegd. Alle mensen waren dood. Er werden ook bommen en mijnen op andere plekken gelegd, ook vlak bij Butare en de mensen werden er heel zenuwachtig van.
Wie durfde er nu nog met een taxi te gaan, of over zandwegen te rijden? En toch moest het.
De mannen praatten er een boel over onder het drinken van hun biertje.
Sommigen zeiden dat het de vijanden van het land waren die mensen betaalden om mijnen en bommen te leggen, anderen zeiden dat het de regering van het land zelf was die het liet doen.
"De president wil graag alleen regeren en niet met andere partijen erbij. Hij wil laten zien dat het een chaos wordt als hij de macht moet delen, daarom laat hij bommen leggen."
"Wat een onzin, zeiden anderen, het zijn juist de vijanden van de president die dat doen, om te laten zien dat de president geen vrede kan bewaren."
"Ach welnee..." riep een derde. Moeder verbood Antoinette en Jean om bij de hotelgasten te gaan zitten, zoals ze altijd graag deden. "Bemoei je er niet mee jongens." zei ze. "Er wordt teveel gepraat, blijf in huis tegen de avond".
En dat deden de kinderen. Ze waren trots op hun moeder. Die was toch maar eventjes de baas van een heel hotel. En niet alleen dat, ze zorgde ook goed voor haar kinderen. Ze ging altijd naar de ouderavonden op de school, ze hielp de kinderen met hun huiswerk en ze gaf zelfs een verjaarsfeestje.
Rwandese mensen vieren hun verjaardagen niet, maar blanke mensen wel.
De blanke kinderen op de internationale school ook en toen Antoinette 10 werd vroeg ze "Mam ik wil zo graag mijn vriendjes en vriendinnetjes uitnodigen."
Moeder dacht even na. "Goed, zei ze toen, schrijf jij dan maar uitnodigingen voor zaterdag." En dat gebeurde.
Moeder liet een paar kratten frisdrank uit het hotel in hun huis dragen, ze liet de kok een grote cake bakken en kocht een enorme zak zuurtjes en een doos kauwgum. Ze leende het videotoestel van een vriendin met een tekenfilm en zo kreeg Antoinette haar verjaarsfeest. Onze Matthijs was er ook. Zaterdag, een week geleden.
En toen, de woensdag erna, gebeurde er iets verschrikkelijks.

Antoinette en Jean waren thuis. Ze maakten hun huiswerk. Het was tegen vijven en de klanten begonnen al te komen om hun drankjes te drinken bij het hotel. Moeder was-een paar huizen verder om iets te overleggen met een vriendin. "Ik ben er zo weer," had ze gezegd, "blijf in huis hè." Het was een stralende dag, een dag om dorst van te krijgen en er zouden vast veel mensen komen. En toen, opeens... een knal, een geweldige knal, Jean en Antoinette vielen van hun stoelen van schrik. Een spiegel kwam van de muur en versplinterde in duizend kleine stukjes. De kamerdeur knalde open, twee ramen braken. Er gilden mensen.
Even lagen de kinderen verdoofd op de grond. Wat was er gebeurd?! De knal was door heel Butare te horen geweest. Maar er was nog meer lawaai, in het hotel leek van alles te vallen, mensen gilden en schreeuwden, huilden en riepen. Marthe kwam binnen stormen, het meisje dat hen hielp in huis. "Goddank!" riep ze toen ze de kinderen zag. "Wat is er gebeurd?" huilde Antoinette. "Een bom, zei Marthe, vooruit, naar buiten, de boel stort in." Ze trok de verbouwereerde kinderen elk aan een hand met zich mee, de straat op. Een bom! De kinderen wisten niet wat ze zagen. Overal lag glas. Voor het hotel, tot aan de overkant van de straat.
Uit het hotel kwamen mensen naar buiten lopen. Antoinette moest opeens giechelen. Ze waren helemaal wit, alsof er een zak meel over ze was uitgestort. Maar ze giechelde niet lang. Pierre, haar oom Pierre kwam naar buiten strompelen met zijn hand tegen zijn hoofd, hij droop van het bloed. Je zag het rode bloed nog beter door dat witte laagje dat over zijn huid lag. En daar kwam moeder aanrennen.
Ze rende en ze huilde, ze huilde rennend.
Antoinette en Jean hadden hun moeder nog nooit zien huilen, zelfs niet toen vader stierf. Ze had wel vaak rode ogen gehad, maar ze huilde nooit waar iemand bij was en nu liep ze midden over straat, met haar handen in de lucht hard te huilen. Haar vriendin rende met haar mee Antoinette en Jean renden op haar toe. "Mamma!"
"Kinderen, o, o, kinderen!" "Kom, zei de vriendin, ik neem de kinderen mee." Ze wilde ze al meetrekken.
"Nee, schreeuwde Jean, ik blijf hier."
Moeder hield meteen op met huilen.
"Ga mee, zei ze streng, dit is geen plek voor kinderen, ga alletwee mee."
En ze zei het zo streng en zo ernstig dat de kinderen gedwee meeliepen met hun buurvrouw terwijl van alle kanten mensen kwamen aanlopen naar het hotel toe.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief