Sabbat en zondag (2)
1993-01-08
De eerste dag der week- Jaargang 37
- nummer 1
Alle vier de evangelisten maken hier melding van, nadat ze, zoals we zagen, op verschillende wijze schreven over de sabbat tussen Jezus' dood en opstanding. Want op diè eerste dag der week gaan de vrouwen zeer vroeg met hun specerijen naar het graf, waar ze verblijd worden door de boodschap van Jezus' opstanding. Als Marcus in hoofdstuk 16 vanaf vers 9 de verschijningen van Jezus beschrijft, opent hij met de zin: "Toen Hij des morgens vroeg op de eerste dag der week opgestaan was, verscheen Hij eerst aan Maria van Magdala."
Evenals Marcus de eerste dag der week benadrukt, doet Johannes dat in hoofdstuk 20:19, waar hij de verschijning van Jezus aan de discipelen beschrljtt met de beginwoorden: "Toen het dan avond was op die eerste dag der week... " Thomas is niet in hun midden, maar precies een week later verschijnt Jezus aan hem temidden van de andere discipelen. Blijkbaar zijn ze er vanzelf toe gekomen te beginnen met de eerste paasdag, elke eerste dag van de week samen te komen.
De eerste christengemeente is volgens Handelingen 20:7 gewend om op de eerste dag der week samen te komen om brood te breken, terwijl Paulus in een bovenzaal een lange toespraak houdt.
In zijn eerste brief aan de Corinthiërs, spreekt de apostel (11:20) over het bijeenkomen van de gemeente om de maaltijd des Heren op de rechte wijze te gebruiken. Paulus dringt in 1 Corinthiërs 16:2 aan op geldinzamelingen op elke eerste dag der week, zoals dat ook gebeurde in de gemeenten van Galatië.
In hetzelfde kader kunnen we de tekst uit Openbaring 1:10 plaatsen, waar Johannes op de dag des Heren in geestesvervoering zijn gezichten ziet.
We keren weer even terug naar de evangelist Lucas. Opmerkelijk is in welke context het bekende verhaal uit hoofdstuk 24:13-35 over de Emmaüsgangers gelezen kan worden. "En zie twee van hen waren juist op die dag op weg naar het dorp Emmaüs, aldus begint deze pericoop. De twee mannen tasten in het duister omtrent de gebeurtenissen rondom Jezus de Nazarener.
Terwijl zij er over spreken, komt Hijzelf bij hen en legt de Schriften uit, beginnend bij Mozes, bij al de profeten en wat in al de Schriften op Hem betrekking heeft. Zij herkennen Hem bij het breken van het brood. Ze keren terug, vinden de elven vergaderd en vertellen elkaar dat de Heer waarlijk opgewekt en aan sommigen van hen verschenen is. Juist op de opstandingsdag, de eerste dag der week, worden de Schriften uitgelegd, het brood gebroken en het evangelie doorverteld. Aldus doet de gemeente dat, in navolging van Christus om Hem te gedenken in Zijn lijden, sterven en opstanding.
De verhouding van sabbat en zondag
Uit het voorafgaande is duidelijk gebleken dat sabbat en zondag totaal verschillende wortels hebben. De sabbat is nooit een zondag geweest, terwijl door de christenen de zondag veelal als sabbat is verstaan en behandeld.
Van oudsher is de sabbat het onvervreemdbare geschenk aan Israël, dat door hen geheiligd moest worden. Maar na Christus' verlossingswerk en de uitstorting van de Heilige Geest, komt de gemeente op zondag bijeen. Daarnaast weten we uit Handelingen 3 dat Petrus en Johannes naar de tempel gingen tegen het gebedsuur.
Verder blijkt uit hetzelfde boek, dat het voor Paulus vanzelfsprekend is geweest om altijd weer bij de synagoge te beginnen. De sabbat is niet zomaar ineens verdwenen, want we moeten bedenken dat, zeker in Judea en Samaria, de eerste gelovigen joodse gemeenten waren. Het is voor te stellen dat deze mensen behalve naar hun eigen samenkomsten ook naar de synagoge bleven gaan.
Maar in de geschriften van de vroege kerkvaders wordt steeds meer in geestelijke zin over de sabbat gesproken.
We vinden dit eigenlijk al in de Brief aan de Hebreeën, waar we in hoofdstuk 4:9 en 10 leien: "Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God. Want wie tot zijn rust is ingegegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de Zijne."
En Paulus zegt dat men niemand mag blijven oordelen inzake eten en drinken, of het houden van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, die immers niet meer dan een voorafschaduwing zijn van wat komen zou: de werkelijkheid van Christus (Kol. 2:16 en 17)."
Want met de komst van de Messias is de sabbat aangebroken.
Als officiële vierdag is de zondag ingevoerd bij keizerlijk decreet van 3 maart 321. Daarin wordt voorgeschreven dat de publieke diensten op 'de eerbiedwaardige dag der zon' niet zullen functioneren.
Constantijn wilde hiermee de christenen gerieven, dat ze niet meer vervolgd konden worden, èn de vereerders van de zonnecultus. De boeren werden wel aangespoord om door te werken, opdat.de oogst gunstig zou worden beïnvloed. De gelovigen kwamen inderdaad samen op 'de eerste dag der week', maar tot het jaar 321 deden ze dat voor of na hun werk.
Sabbatsnotities waren er bij het keizerlijk decreet niet in het geding.
Bij de gelovigen is een onderbouwing van de zondag met het sabbatsgebod de eeuwen door echter een vanzelfsprekende zaak geweest. In de decenniën na 321, is de zondag pas op keizerlijk bevel als algemene rustdag ingevoerd.
De betekenis van de zondag
Onze hervormer Calvijn ziet de zondag als een bijzondere dag, waarop we onze eigen werken laten varen, om God aan ons te laten werken. We gedenken de opstanding van Jezus Christus en verwachten de dag van Zijn Koninkrijk. De zondag is een rustdag die verwijst naar Gods grote daden in het verleden, naar het volbrachte werk van Jezus Christus en naar de rust van de toekomst, de eeuwige rust van het toekomende leven.
In de Nadere Reformatie is teveel het accent komen te liggen op wat niet mocht, nl. alle lichamelijke en geestelijke inspanningen, het reizen en wandelen buiten de kerkdienst om.
Nu nog zijn er mensen die nare herinneringen hebben aan de zondag. Het was voor hen een dag van regels, voorschriften en verboden, ellenlange discussies over wat wel en niet mag, kortom een dag van verveling.
Menselijke geboden komen zo in de plaats van Gods gebod. Zo'n zondag kan geen stand houden tegen de oprukkende secularisatie.
De theoloog K.H. Miskotte heeft zich meermalen over de zondag uitgelaten.
In een artikel uit 1948 stipt hij de leegte aan die er voor de moderne mens achter iedere dag gaapt. De volheid van de zondag wordt niet meer verstaan. De dag wordt gevuld met: 's morgens lang uitslapen, 's middags naar het sportveld ter verstrooiing of om de tijd te doden.
Miskotte heeft verder willen doorstoten tot de geloofsvraag, of de dag op zichzelf door ons als een zegen ontvangen wordt. Als dat zo is, is het volgens hem afgelopen met de miezerigheid van de oeverloze discussies over wat mag en niet mag, met de verveling, de leegte. De dag is dan juist gevuld met Gods zegen.
De besteding van de zondag is ook een kwestie van christelijke levenstijl in overeenstemming met het karakter ervan. In dit licht gezien doet de een meer en laat meer of minder na dan de ander, overeenkomend met zijn of haar geweten.
Helaas moet gezegd worden dat in onze tijd vele mensen de zondag niet meer in acht nemen, omdat hun de betekenis ervan niets meer zegt. Men vlucht in een 'vrije' tijd en in massale tijdspassering. De moderne zondag is een dag van vermaak en consumptie.
Men is eigenlijk voor zichzelf op de vlucht. De zodag is verworden tot een minder plezierige tweede zaterdag.
Ik denk dat het voor ieder mens van het grootste belang is, dat de zondag een rustdag zal kunnen blijven. Eén dag in de week rusten is alles waard.
Even alles achter je laten, je het recht op leven en vrijheid te binnen brengen.
Volledige rust voor mens en machine zou een weldaad betekenen voor onze energie en ons kostbare milieu.
De zondag mag voor ons een feestelijke dag zijn vol vreugde, om zich te verheugen in Christus, wiens opstanding wij elke zondag mogen gedenken en vieren. En daarom hopen wij vurig dat de zondag als eerste dag van de week gehandhaafd blijft, opdat de gemeente in alle vrijheid kan samenkomen.
Daar nemen we deel aan de lofprijzing, de aanbidding, de verkondiging, de dankzegging en de voorbede.
Daar wordt Gods goedheid en barmhartigheid ervaren, de dienst aan de naaste betoond, de band met de broeders en zusters beleefd.
Dr. Miskotte zegt het in zijn boek 'In ruimte gezet' (overdenkingen over de zin van de zondag) o.a. zo: "Waar twee of drie in Zijnen naam vergaderd zijn, daar is de gemeente. En de gemeente biedt den Kurios, den Heer de offerande der lippen èn de offerande van het lichaam, welke is haar redelijke Eeredienst. "Heere Jezus, trooster aller smarten, Zon der wereld, schijn in onze harten, deel ons zelf den voorsmaak mee van der zaal'gen Sabbatsvree - op uw woord,o Leven van ons leven, werpen wij het doodskleed af..." (Miskotte haalt hier de dichter J.J.L. ten Kate aan, Gez. 221 L.B.) Dit samen is zondag! de nieuwe liturgische ruimte; stil feest, klein aardsch paradijs, teedere oase, wijd grensgebied, waar wij roerloos afgewend van onszelf, staan in deze aanwezigheid, in deze gemeenschap, in de christelijke gemeente."
Het vieren van de zondag is niet alleen een rusten, maar vooral het vieren van een feest binnen zowel het kleine gezin, als het grote huisgezin Gods. Heel de zondaq staat onder de volmaakte wet der vrijheid en de wet der liefde.
In het onderhouden van de sabbat werd Israël herinnerd aan Gods bevrijdend handelen. In het houden van de zondag worden de gelovigen herinnerd aan Gods bevrijdend handelen In Christus.