Als een geboren Israëliet
1993-01-15
Er zijn tijden geweest waarin de woorden uit het Oude Testament, waarin gesproken wordt over de vreemdeling in het midden van Israël, nauwelijks tot de christelijke verbeelding sprak-v; Tijden, waarin we onder elkaar ware "' en de vreemdeling zich op veilige afstand bevond.- Jaargang 37
- nummer 2
Vandaag is dat alles anders: niet alleen is Nederland niet meer christelijk (zo het dat ooit echt geweest is), maar ook is Nederland niet meer blank.
Daardoor luisteren we vandaag met nieuwe belangstelling naar de oudtestamentische woorden over de vreemdeling in het midden van Israël.
Grijsharige en kroesharige
In Lev. 19 wordt de vreemdeling genoemd na de oude. Eerst: "voor het grijze haar zult gij opstaan en aan de oude zult gij eer bewijzen", en daarna: "en wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken".
De oude eren en de vreemdeling niet onderdrukken. Grijs haar en kroeshaar in één adem. Blijkbaar vanwege het gevaar, dat het grijze haar geminacht en de vreemdeling uitgebuit zou worden.
Deze twee - de oude en de vreemdeworden in Israëls bijzondere aandacht aanbevolen.
Als een geboren Israëliet
Maar nu wordt ten aanzien van de vreemdeling in Lev. 19 niet alleen gezegd dat hij niet onderdrukt mag worden, maar ook dat hij zal gelden "als een onder u geboren Israël iet".
Dat wil zeggen: als de volkomen gelijkwaardige van de Israëliet-van geboorte.
Elk verschil tussen de Israëliet en de van buiten komende vreemdeling wordt aldus afgewezen.
Vertaald naar onze samenleving betekent dat: de Turk, de Ghanees, de Bosniër, enzovoort, als geboren Nederlanders beschouwen en behandelen.
Volkomen gelijkwaardig, zonder enige diskriminatie.
Een haalbare kaart?
De vraag is of onze samenleving - of welke andere samenleving dan ook dat opbrengt. Is dat, wat de Here van Israël vraagt voor onze samenleving en kultuur wel haalbaar? Anders gezegd: verdraagt onze maatschappij het ongelimiteerd toelaten van mensen uit andere kulturen, met vreemde godsdiensten en vreemde gewoonten?
Als ik me niet vergis bereikt onze samenleving op dit punt zo ongeveer het verzadigingspunt. Vooral op die plaatsen, waar zich grote concentraties van buitenlanders bevinden. Zie maar de groeiende aanhang van extreem rechtse partijen. Zie ook de ontwikkelingen bij bv. onze oosterburen. Op z'n minst naderen we het maatschappelijke verzadigingspunt.
Gebod voor Israël
Terwijl de Here tot zijn volk zegt: "als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft".
Bedenk echter, dat de Here God dit niet maar tot een of andere neutrale samenleving, maar tot zijn geroepen volk gezegd heeft! Tot een volk, dat in een zeer bijzondere relatie tot God staat. Zij, Israël, zal de vreemdeling niet onderdrukken, maar liefhebben als zichzelf - "als een geboren Israëliet"!
Dat betekent dat de vreemdeling in alles als een geboren Israëliet mee mag doen. Ook in de feesten van Israël.
Zoals blijkt in bv. Ex. 12:49,waar dit geschreven staat ten aanzien van het Pascha: "Eenzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft."
De vreemdel ing mag als een geboren Israëliet het Pascha meevieren.
(Zie ook Lev. 17:8)
Proseliet
Maar kan dat zomaar: een vreemdeling toelaten tot de Pascha-tafel? Daarvoor zal toch op z'n minst sprake moeten zijn van een geestelijke verbondenheid aan elkaar?
Inderdaad: de vreemdeling, waarop in Lev. 19 (en ook elders) gedoeld wordt, is de vreemdeling, die niet alleen in het land van Israël is komen wonen, maar ook in het geloof van Israël zijn verblijf heeft gezocht. Hij is gaan delen in de religie van Israël. De vreemdeling lijkt dus op de latere proseliet, dat is: de tot de God van Israël bekeerde heiden.
Dat blijkt ook wel in Ex. 12, waar aan het geciteerde vers 49 dit voorafgaat: "Maar wanneer een vreemdeling bij u vertoeft en de Here het Pascha wil vieren, dan zal ieder van het mannelijk geslacht, die bij hem behoort, besneden worden; eerst dan mag hij naderen om het te vieren; hij zal gelden als inl1et land geboren. Maar geen enkele onb,esnedene mag ervan eten."
Dus: pas als de vreemdeling - voorzover van het mannelijke geslacht - zich heeft laten besnijden hoort hij er echt helemaal bij. De maatschappelijke eenheid impliceert een religieuze eenheid.
Eenheid
De apostel Paulus zegt ergens (1 Kor. 6:14) dat een gelovige geen ongelijk span met een ongelovige moet vormen.
Hij doelt dan op het huwelijk.
Want de huwelijkse eenheid met een ongelovige is een gebrekkige en moeizame eenheid.
Maar geldt dat nu ook niet voor de maatschappelijke samenleving? Namelijk, dat maatschappelijke eenheid zonder religieuze eenheid maar tot op zekere hoogte haalbaar is? Een waarheid, die vandaag op sommige plaatsen overduidelijk te vootschijn komt.
Echte eenheid vraagt om een religieuze basis. Met de besnéden vreemdeling kan het Pascha gedeeld worden!
De vreemdeling, die zich naar lichaam en geest wil laten besnijden.
Zulk een vreemdeling zij de Israëliet als een geboren Israëliet. Binnen het volk van God zal hij zonder reserve geaccepteerd worden.
Eén naam Petrus en Johannes hebben voor de joodse Raad getuigd dat er maar één naam gegeven is, waardoor wij behouden moeten worden (Hand. 4:12 - zie ook het vorige nummer van dit blad).
In onze multireligieuze samenleving hebben wij aan die belijdenis onverkort vast te houden. Geen andere naam dan de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër!
Maar leidt die belijdenis nu niet tot diskriminatie en vreemdelingenhaat?
In de bijbel in ieder geval niet. Want met volstrekte handhaving van deze belijdenis wordt de gemeente opgeroepen tot bv. het bewaren van vrede met alle mensen (Rom. 12:18) en een houding van gastvrijheid (Rom. 12:13).
De belijdenis van de ene naam staat de liefde voor de vreemdeling niet in de weg, maar roept die juist op. Uit naam van Christus zullen wij juist vredelievendheid en gastvrijheid uitstralen naar de vreemdeling in ons midden.
Een open plaats
"Want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte: Ik ben de Here, uw God."
Omdat Israël de gemoedsgesteldheid van de vreemdeling kent. (Ex. 23:9) én omdat de Here zijn volk heeft bevrijd uit een uitbuitend en onderdrukkend Egypte zal Israël de vreemdeling liefhebben.
Daarom zal Jeruzalem een open plaats zijn (Zach. 2:4). d.w.z. een plaats, waar uit naam van de ene God de vreemdeling een hartelijk welkom toegeroepen wordt.
Dus: aan de ene kant duidelijke handhaving van de belijdenis dat alleen in Christus 's mensen redding is gelegen en aan de andere kant een gastvrije en nodigende houding voor de vreemdeling.
En als dan de vreemdeling gaat delen in dit ene geloof - ja, dan zij hij de christelijke gemeente als een 'geboren Israëliet'.