Over de gaven van de Geest (1)
1993-01-15
Het gaat in deze artikelen' over een bijzonder werk van de Heilige Geest. Wat leert God ons in zijn Woord over de genadegaven, de charismata, de gaven van de Geest.- Jaargang 37
- nummer 2
In het kader van gemeenteopbouw
Maar laat ik dat eerst mogen plaatsen in een bepaald kader. Want het bijbelse onderwijs over de gaven van de Geest komt alleen tot z'n recht in het kader van gemeenteopbouw. Gemeenteopbouw - dat is een woord dat in kerkelijk Nederland momenteel veel gebruikt wordt en waarover veel geschreven wordt.
Gemeenteopbouw - wat is dat eigenlijk?
In het algemeen kun je daaronder verstaan alles wat de gemeente ten goede komt, opbouwt. B.v. een goede (opbouwende) preek, een gemeenteavond, het brengen en ontvangen van huisbezoek, kerkeraads besluiten e.d.
Maar meer in het bijzonder wordt er mee bedoeld: een bepaalde manier van werken in de gemeente. En wel volgens een bepaald plan, vanuit een bepaalde visie en met een bepaald doet", De achtergrond is wat we belijden met Zondag 21 HC, antw. 54: Ik geloof dat de Zoon van God zich een gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt.
Hij doet dit door zijn Geest en Woord.
Gemee~eopbouwisduseenzaakvan Christus. Gemeenteopbouw is een zaak van de Heilige Geest. Christus maakt door zijn Geest mensen tot zijn discipelen, voegt hen samen tot een gemeenschap van broeders en zusters, verbindt hen aan elkaar in liefde, maakt hen tot instrument van evangelieverkondiging naar buiten in woord en daad.
Gemeenteopbouw is dus een zaak van Christus' Geest. Maar de Geest schakelt daarbij mensen in met hun verantwoordelijkheden en hun gaven.
En met name de laatste jaren komt er gelukkig steeds meer zicht op het feit, dat een gemeente pas goed funktioneert als alle gemeenteleden daar op één of andere wijze aktief bij worden betrokken en dat in principe elk lid van het lichaam van Christus daarin een funktie kan en daarom ook moet uitoefenen.
Uit datgene wat ik gezegd heb over gemeenteopbouw, kan duidelijk worden, dat de uitdeling van gaven door de Heilige Geest, een onderdeel is van een veel breder werk van de Geest. En om het belang en de bedoeling van de gaven goed te onderkennen, wil ik daar eerst wat breder op ingaan.
Het werk van de Geest in de schepping
Wanneer we het hebben over het werk van de Geest, moeten we bedenken dat zijn werk bijzonder gevarieerd en veelsoortig is. Allereerst kun je onderscheiden tussen het werk van de Geest bij de schepping en zijn werk in de herschepping.
AI op de eerste bladzij van de Bijbel komen we de Geest tegen in het scheppingsverhaal, zwevend boven de wateren (Gen. 1,2). Daaruit leren we Hem kennen als de bron van alle leven.
En verderop in de Schrift blijkt Hij ook betrokken te zijn bij de onderhouding van al het geschapene. Om één woord te noemen - Ps. 104,30: Zendt U uw Geest uit, zij (de schepselen) worden geschapen, en U vernieuwt het gelaat van de aardbodem.
Het is heel belangrijk te onthouden, dat de Geest werkzaam is bij de schepping, ook voor het onderwijs over de gaven van de Geest. Maar daar kom ik verderop nog wel weer op terug.
Wedergeboorte
Naast het werk van de Geest in de schepping, spreekt de Bijbel, m.n. in het NT uitgebreid over zijn werk in de her-schepping. Aan dat werk zijn dan 3 aspekten te onderscheiden.
Het eerste aspekt is dat van de wedergeboorte.
Met name in de Gereformeerde traditie is juist dit vaak als het meest kenmerkend gezien voor het werk van de Geest. Zonder dit werk van de Geest krijgt niemand een band met Christus en is er geen mogelijkheid van nieuw leven. Zonder dit werk van de Geest is er geen sprake van geloof, dat ons doet delen in al de schatten die Christus ons te bieden heeft: vergeving van zonden en vernieuwing van ons leven. In de geloofsleer, de dogmatiek, staat dit in het onderdeel over de rechtvaardiging van de zondaar.
De vrucht van de Geest
Het tweede aspekt van het her-scheppings-werk van de Geest is de vernieuwing van ons leven, in de geloofsleer ook wel de heiliging genoemd.
En daarbij gaat het om wat in het NT ook wel heet: de vrucht van de Geest. Dan denken we aan de ontplooiing van dat leven, dat bij de wedergeboorte ontstond.
Daarbij kunnen we kijken naar de individuele gelovige, hoe de vrucht van de Geest in zijn leven tot groei en tot rijpheid komt en hoe de Geest van hem een nieuwe persoon maakt.
Maar liever nog dan hier te letten op de gelovige enkeling, wil ik hier aandacht vragen voor de vrucht van de Geest in het leven van de kerk, de gemeenschap van de gelovigen. Wat is de vrucht van de Geest in het leven van het geheel van de gemeente?
Door de wedergeboorte heeft iedere gelovige een heel persoonlijke band met Christus. Maar gelovigen is wel heel individueel, echter nooit individualistisch.
Door het geloof is de enkeling opgenomen in het hechte verband van de nieuwe mensheid, de gemeenschap der heiligen.
En daar is het God ook om te doen.
Niet om de redding van een zo groot mogelijk aantal losse enkelingen, maar om het behoud van een heel volk! Het gaat Christus niet zozeer om de heiliging van individuen, maar om de heiliging van zijn gemeente.
Wat is een nieuw leven als het niet een nieuw sámen-Ieven is? Wat betekent het geloof als het niet leidt tot herstel van de verstoorde verhoudingen binnen de mensheid, die door God ooit als een eenheid is geschapen? En is de kerk niet het begin van die nieuwe mensheid? En is niet het kenmerk van de gelovige dat je van die kerk, die nieuwe mensheid, een levend, aktief lid bent? Geloven doe je samen!
D.w.z. u hebt allen in de gemeente een eigen plaats. Maar die plaats neemt u alleen juist in als u die inneemt in de gemeenschap met al die anderen. Als u zich op de anderen betrokken weet, u voor hen verantwoordelijk weet, hen helpen wil, iets voor hen betekenen wil. En als u tegelijk anderen de mogelijkheid biedt om iets te betekenen voor u.
Daarbij hoort het elkaar ontmoeten; samen Gods Woord lezen; naar elkaar luisteren wat de ander ervan begrepen heeft en met de ander delen wat jij eruit leerde; met elkaar bidden en elkaar bemoedigen; elkaar tot Gods orde roepen; samen de verlossing vieren. En samen aan het werk gaan.
Sámen aan het werk gaan in de wereld.
Ook dat hoort bij de vrucht van de Geest. De liefde, die we met elkaar delen, moet niet tot elkaar beperkt blijven. Als gemeente van Christus staan we in deze wereld. D.w.z. het is niet Gods bedoeling dat we als gelovigen om ons zelf cirkelen. Nee, hét kenmerk van de gemeente is dat ze missionair is, d.w.z. dat ze aan de wereld gezonden is, dat we in deze wereld een missie hebben.
Want de gemeente van Christus heeft een groot visioen. Ze gelooft erin dat haar Heer, Jezus Christus, Koning is in deze wereld. En ze is ervan overtuigd dat het leven pas echt goed zal zijn als Hij het ook metterdaad voor het zeggen heeft in de huwelijken en gezinnen. Als Hij het te zeggen heeft in de kerk. Als Hij de toon aangeeft op het terrein van wetenschap en techniek, in het onderwijs, in de ziekenhuizen, in de ekonomie en in de politiek.
God wil dat we als getuigen en als dienaars van zijn liefde ons wenden tot de wereld om ons heen, om aan allen die het maar willen horen in woord en daad zijn liefde te verkondigen en gestalte te geven.
Toenasting
Nu, binnen dit kader is het bijbels onderwijs over de gaven van de Geest van het grootste belang. En daarmee komen we aan het 3e aspekt van het werk van de Geest in de herschepping: de toerusting tot dat nieuwe leven. En bij die toerusting komen de gaven van de Geest in beeld.
Hier wil ik nog een kanttekening plaatsen.
Laat het duidelijk mogen zijn, dat het in de charismata niet gaat om de kérn van het werk van de Heilige Geest. De vrucht van de Geest is belangrijker dan de gaven van de Geest.
Wanneer de gaven niet staan in dienst van het liefdeswerk aan elkaar en aan de wereld, dan stellen ze niets voor.
Dat is de indringende boodschap van 1 Kor. 13, dat niet voor niets tussen 2 hoofdstukken in staat waarin Paulus uitgebreid op het belang van de gaven ingaat. Maar had ik de liefde niet, roept hij dan uit, dan had ik aan de gaven niets ...!
Maar zo dan nu verder over de gaven, die Gods Geest geeft aan ieder lid van Christus' lichaam tot opbouw van zijn gemeente. Wat zijn charismata? Daarover eerst iets in het algemeen.
Daarna zal ik een definitie geven van wat een charisma is en die definitie zal ik dan wat nader toelichten.
Funktioneer-genade
Dus eerst iets in het algemeen. Een genadegave (charisma) is alles wat de Geest geeft aan enkelingen en wat Hij in dienst neemt voor de toerusting en de opbouw van de gemeente. Een charisma is alles wat kan dienen om elkaar te leren, te vermanen, te leiden of te helpen om te leven naar Gods bedoeling. Het gaat om mogelijkheden, die de Geest ons geeft om een positieve bijdrage te leveren aan het welzijn en de groei van de gemeente en zo ook een bijdrage aan haar goede funktioneren in de wereld in dienst van het Koninkrijk van God.
Genadegaven zijn gemeenteopbouwkrachten.
Het is funktioneer-genade voor Gods Koninkrijk".
Let wel, eigenlijk worden deze gaven niet eens zozeer gegeven aan afzonderlijke personen. Maar Christus geeft ze door die personen aan zijn kérk.
Want Hij wil een goed funktionerend volk.
Wat een Koning hebben we toch! Een directeur, die verantwoordelijk is voor de produktie en de goede konkurrentiepositie van zijn bedrijf, zal uitkijken naar deskundigen en mensen met geschikte eigenschappen om ze te plaatsen op belangrijke posities. Maar zo'n direkteur kan natuurlijk nooit verder gaan, dan via advertenties zulke personen te lokken en door sollicitatiegesprekken er achter proberen te komen of hij de goeie personen in huis haalt. Hij kan z'n ondergeschikten de capaciteiten niet geven. Maar/wat zo'n direkteur niet kan, kan het Hoofd van de Kerk, Jezus Christus wel. Hij heeft het creatieve vermogen, dat elke aardse leider mist. Hij verschaft de leden van zijn lichaam en door hen het lichaam als geheel die bekwaamheden die nodig zijn voor het goede funktioneren van het geheel.
Noten
1 Dit is een weergave van hetreferaat dat ik gehouden heb op de Vrouwencontactdag in Bunschoten/Spakenburg op 17 sept. jl.
2 Voor een bredere uitwerking van wat ik hier schrijf, verwijs ik naar mijn referaat op de Ouderlingenconferentie van mei 1991, gepubliceerd n dit blad, 35e jrg. nrs. 17-19.
3 Dr. M. te Velde, Gemeenteopbouw 2, De Vuurbaak, Barneveld, 1992, pag.74.