God houdt ook van hen

1993-01-15
  • Jaargang 37
  • nummer 2
Ineke woont in een beruchte stadswijk.
Iedere avond loopt ze langs spuitende junks en zwervers naar haar appartement.
Ik ben net van de bushalte naar haar adres gelopen. Het was geen plezierige ervaring. Ik weet het: een stempel op een groep mensen drukken mag niet. Junks zijn niet per definitie mensen die je portemonnee zullen rollen. Het feit dat ik in die 5 minuten 2 keer ben aangesproken door iemand die geld van me wiJde hebben, kan ook puur toeval zijn geweest. Of misschien heb ik het zelf aangetrokken.
Ze zien waarschijnlijk ook wel aan me dat ik dit niet gewend ben. Dan word je nog eerder benaderd. Toch leek het idee van de asfaltjungle hier wel te worden bevestigd.
"Word je niet bang als je naar huis loopt?" vraag ik aan Ineke. "God houdt toch ook van hen?" is haar reaktie.
Daar had ik nog niet zo aan gedacht.
Ik ben dan ook geneigd haar tegen te spreken. Zoiets van: dat kan dan wel zo zijn, maar erg leuk is het hier toch niet. Of: al houdt God dan van hen, je loopt hier toch wel erg veel risiko.
Ik hou mijn reaktie voor me en zal haar wel wat 'ongelovig' hebben aangekeken.
Op de terugweg denk ik er nog eens over na. Waarom ben ik bang dat er hier iets met me gebeurt en loop ik als een angsthaas naar de bushalte? Waarom lijkt me die reaktie van Ineke te hoog gegrepen? Hou ik er tevéél rekening mee dat me iets zal overkomen? Misschien speel ik met mijn geloof wel teveel op zeker: ik geloof het alleen als ik zeker weet dat me niets overkomt. Stel je voor dat ik teleurgesteld word, dan wordt ook mijn vertrouwen op de proef gesteld ...

Als ik die zin van Ineke nu eens gewoon laat staan? Is dat onverantwoord?
"God houdt toch ook van hen?" Ja, dat zal wel, maar ik kan nog altijd een klap op m'n hoofd krijgen.
Inderdaad, dat is zo. Toch weet ik - net als Ineke - dat God ook van hen houdt.
Verbeeld ik het me, of loop ik toch anders, met minder zware voeten, terug naar de bushalte?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief