Kinderen in de dienst
1993-08-13
Op je hurken- Jaargang 37
- nummer 17
"Komen de kinderen hier voor in de kerk zitten?" Zo klinkt het bijna elke zondagmorgen in onze kerk, in Almere en Zeewolde. En dan komen kinderen naar voren. We gaan in een kring bij elkaar zitten. Onlangs was de kinderen bij binnenkomst in de kerk een bordje omgehangen. "Wat staat erop?"
"Ik hoor bij Jezus", zeggen een paar. "Wel dat is fijn als jullie bij de Here Jezus horen" zei ik. "Dat kun je bij jullie zien.
" Ik heb ook èen bordje: "Wat staat er bij mij op?"
"Niets" roepen ze. "Maar, hoor ik dan niet bij de Here Jezus?" vraag ik.
"Jawel" zeggen ze. "En al die andere mensen hier in de kerk, die geen bordje hebben, horen die ook niet bij de Here Jezus?"
"Jawel" zeggen ze. "Hoe weet je dat dan?" En dan komen er allerlei antwoorden. "Omdat ze in de kerk zijn; omdat ze bidden..." Ik zeg, dat dat de Here Jezus wil, dat wij anderen vertellen dat wij bij Hem horen. Niet door zo 'n bordje om te hangen, maar door over Hem te praten of wat van Hem te laten zien. Op mijn vraag blijken ze dat ook op school wel eens moeilijk te vinden.
Maar de Here Jezus helpt ons daarbij. Ze gaan weer terug naar hun plek en we zingen samen "Wil je wel geloven dat het groeien gaat". Het gaat nl. die morgen over Mattheüs 18, 16-20, met name over het zendingsbevel.
Hoe is het zo gekomen?
Ik beweer in het geheel niet, dat het moet zoals wij het in onze gemeente doen. Ik geef slechts door wat wij doen.
Elke zondagmorgen proberen we kinderen tot ca. 11 jaar afzonderlijk aandacht te geven. Dit is een groeiproces van ruim 8 jaar in onze gemeente. Ik gaf al wel aandacht aan kinderen. Ik riep al vaker luid: "Kinderen zijn in de kerk geen bankvulling." Maar waar kwam dat concreet bij mij op neer? Een paar woorden tot de kinderen in een doopdienst; wel eens een kinderlied; soms een vraagje aan kinderen, waarbij ik van de zenuwen het antwoord niet durfde afwachten; soms een speciale kinderdienst.
Dus: alleen in bijzondere situaties aandacht aan kinderen. De gemeente heeft mij in dit opzicht tot verandering gebracht, want een bijzondere aanleg heb ik niet op dit terrein. Ik pronk bij Kinderen in de Dienst dan ook met de veren van een ander. Gemeenteleden zeiden regelmatig tegen me: "Je moet weer eens wat aandacht aan kinderen geven!" Dat stimuleerde me; met wat gezucht en gesteun boven mijn bureau, wat gepraat met m'n vrouw kwam er weer wat bijzondere kinderaandacht uit en soms ook niet. Maar de gemeenteleden herhaalden die vraag steeds vaker. Toen heb ik die vraag binnen de Werkgroep Eredienst aan de orde gesteld. Ik klaagde, dat mij de creativiteit ontbrak, dat ik de gaven niet had, en het ook wel makkelijk vond om mij steeds weer die moeilijke vraag toe te schuiven ... We riepen gemeenteleden met ervaring in werken met kinderen bij elkaar en gingen samen brainstormen. We hebben er daar naar verhouding veel van in huis, die nogal zijn betrokken bij de kindernevendienst van zondagmiddag(!).
Wat kwam uit dat beraad? We geven om de veertien dagen tijdens de morgendienst speciale aandacht aan kinderen; we vormen koppels van twee leden met ervaring die de voorganger voorstellen hoe hij het aan kan pakken. Dat laatste gaf mij natuurlijk het meeste opluchting.
Hoe het nu gaat
Zo'n acht jaar geleden zijn we zo structureel gaan werken aan Kinderen in de Dienst. Met de vier koppels van gemeenteleden is het heerlijk samenwerken. We doen dat intussen elke week. We richten onze aandacht op de 4- t/mca. 11-jarigen, maar proberen dat binnen die groep wel wat af te wisselen. Eerst sprak ik hen toe vanaf 'het liturgisch meubel', maar intussen roep ik de doelgroep naar voren in de kerk. Eerst stelde ik vaak weetvragen. En hoe gaat dat? De slimme jongens en meiden antwoorden of... laten je in de steek. Gelijk hebben ze: ze lenen zich er niet meer voor voor het front van de gemeente getest te worden op hun kennis met de kans om af te gaan. We stellen tegenwoordig veel meer ervaringsvragen; we proberen hen te benaderen in de leefwereld van de kinderen. Eerst lieten we zo af en toe, maar tegenwoordig zingen we als gemeente bijna elke week een kinderlied, vooral uit de bundels Alles wordt nieuw van Wim ter Burg en Hanna Lam.
Hoe verloopt de samenwerking? Uiterlijk 14 dagen ontvangt het voorbereidingsteam de noodzakelijke gegevens voor die dienst. Op maandagmiddag heb ik contact met de eindverantwoordelijke van het koppel; ik zeg waarover de verkondiging exact gaat; we praten dat kort wat door, ook hoe het eventueel zou kunnen; we hebben het over een eventueel te zingen lied. Het voorbereidingsteam komt voor overleg bij elkaar en op donderdagmorgen word ik teruggebeld.
Ze leggen het idee aan mij voor en pas na mijn akkoord wordt dat uitgewerkt en uiterlijk vrijdagavond bij mij thuisbezorgd.
Daarbij zijn ook de visuele hulpmiddelen die we er in de kerkdienst bij gebruiken: een tekening, een sheet voor de overheadprojector, platen voor het flanelbord, of b.v. zaadjes als het gaat over de gelijkenis van de zaaier, enz. Ik verwerk het voorstel van het voorbereidingsteam in het totaal van mijn kerkdienstvoorbereiding.
Soms leg ik nog wat andere aksenten, omdat ik verantwoordelijk ben voor wat er op zondagmorgen voor en met de kinderen wordt gedaan. Het is duidelijk, dat van het gezegde 'pronken met andermans veren' niets overdreven is. Maar je mag het ook vertalen met: gebruik maken van de gaven van de Geest door God in ons midden gegeven.
Waarom Kinderen in de Dienst?
Voor de volledigheid geef ik een aantal elkaar overlappende argumenten, waarom het goed is om de kinderen in onze kerkdiensten aandacht te geven. Allereerst is het een door niemand bestreden bijbels gegeven, dat de kinderen van de gelovigen bij de gemeente van Jezus Christus horen. Het Oude Testament toont ons Gods volk opgebouwd uit gezinnen: ouders met hun kinderen, waarbij je ook nog de verdere inwonenden mag tellen. In de viering van het Pascha is aan de kinderen een duidelijke rol gegeven. Deze aandacht aan kinderen is in het Nieuwe Testament een doorgaande lijn. Petrus maakt in zijn Pinksterpreek duidelijk, dat de lijn van Gods beloften nu niet ineens via de volwassenen loopt, maar ook via de kinderen (Hand. 2,39). Uit de geschiedenis van de zgn. 'zegening van de kinderen' (Matth. 19, 13-15) valt niet alleen te leren, dat het verhinderen van kinderen door de Heiland zelf wordt geweerd; maar ook dat ouderen uit het komen van kinderen tot Christus kunnen leren: zoals kinderen zonder prestatie, maar slechts uit genade komen, zo kunnen ook de ouderen slechts komen. Het 'worden als de kinderen' heeft duidelijk te maken met het leven van genade, niet met het simpel of onschuldig zijn. Het woord van Jezus over het verachten van de kleinen is zeer scherp (Matth. 18): het is zelfs zo dat men binnen de gemeente elkaar dient te ontvangen zoals men kinderen ontvangt. Als je vervolgens de positie van het kind bekijkt vanuit het verbond dwingt dit tot aandacht geven aan het kind. Als je het eeuwenoude gebruik van de kinderdoop niet biblicistisch toetst, maar konfronteert met de centrale boodschap van de bijbel: de genade van God voor in zichzelf niets presterende mensen geeft dat ruimte aan de kinderen onder ons. De doop verplicht tot voortdurende aandacht juist waar het verbondsvolk vergaderd is. Tenslotte heeft ook de eenheid en gelijkheid binnen de gemeente gevolgen voor de positie van het kind. Als je de eenheid ziet als gave van en in onze God en niet als resultaat van onze (onderhandelings) prestaties, heeft dat consequenties voor het omgaan met de onderscheidene groepen binnen de gemeente. Onder het Oude Verbond was er nog onderscheid in wie tot God mocht naderen.
Maar sinds de uitstorting van de Geest op alle vlees is die representatie er niet meer. Ieder mag in Jezus Christus vrijmoedig gaan tot de troon van de genade. Dat geldt ook de jongeren van de gemeente (Hand. 2). Zo is er ook in Christus eenheid in de gemeente, wat verplicht tot het geven van aandacht aan allen en een iegelijk. Zeker hen die je over het hoofd ziet, dien je extra aandacht te geven. Het kind in onze samenleving mag dan meer dan ooit in het centrum van de aandacht staan, in de kerk is dat nog niet zo. Ik ben dan ook in principe tegen kindernevendiensten, al zie ik er wel praktische redenen voor. Net zo min als we de ouderen uit de kerk heenzenden om op hun niveau en binnen hun referentiekader nader op het evangelie in te gaan, behoor je dat met kinderen te doen. In het hart van het kerk-zijn - dat is de kerkdienst! - ontvangen groten en kleinen allen gelijkelijk de aandacht.
Het brengt wat teweeg
Kinderen in de Dienst geven veranderingen in de viering. In Almere gaan kinderen constateerbaar jonger mee naar de kerkdienst. Maar ze zijn ook als kinderen aanwezig. Daar moeten we nog wel eens aan wennen! We kunnen wat leren van kerken uit het buitenland, waar kinderen soms levendig aanwezig zijn, zonder dat het stoort. Wat vooral een verandering vraagt is het benaderen van kinderen 'als kinderen': kinderen op hun niveau, met hun interesses, woorden, visuele middelen, belevingen, muziek, wijze van verwerking benaderen, maar ... met dezelfde boodschap als je de gehele gemeente. Zonder participatie van gemeenteleden acht ik voor de meeste voorgangers uit aandacht geven onmogelijk. Maar ... gebruik maken van de gaven die God geeft is geen bedreiging maar een verrijking van het gemeente-zijn. Het hierboven beschreven proces vind ik een van de mooie ervaringen uit mijn weg door de kerk. Kinderen als deel van de gemeente die aandacht geven die hen toekomt. De slogan 'de jeugd is de Kerk van de toekomst' vind ik principieel verwerpelijk. Die populaire omschrijving van een deel van de gemeente getuigt van onvoldoende bijbelkennis en een zwak ontwikkeld inzicht in het verbondsmatige denken. De gedoopte jeugd is door Gods genade ook de kerk van heden. Zij heeft van God met zijn belofte aandacht ontvangen, waarop een mens jong en oud mag gaan vertrouwen. Bij zo'n God met zo'n aandacht ook voor kinderen, kan de kerk niet achterblijven.