Jeugdwerk in een supermarktcultuur (1)

1993-08-13
  • Jaargang 37
  • nummer 17
Op een maandagmorgen hoorde ik in de trein flarden van een gesprek van enkele jongeren. Het ging over een heftig weekend, een aso van een buurman, en over een gaaffeest, waarbij ook nog te gek was gehoused. Hun taal was doorspekt met allerlei nieuwe woorden en uitdrukkingen. Hoewel ik wel wat gewend ben, viel me dit spraakgebruik toch op. Het was namelijk een gesprek van jongeren die (zo bleek later) op zondag gewend zijn om 2 maal naar de kerk te gaan en door de week een Gereformeerde scholengemeenschap bezoeken. De 'turbo-te af' van de hedendaagse jongere gaat aan de kerkjeugd (zelfs als men betrekkelijk geïsoleerd opgroeit) niet voorbij. Een vraag die in dit verband gesteld kan worden is in hoeverre ideeën uit de samenleving de totale levensstijl van kerkelijke jongeren beïnvloeden.

Veranderende samenleving
De wereld waarin jongeren hun weg moeten vinden, verandert snel. Zo snel, dat zelfs mensen die beroepshalve met het jeugdwerk te maken hebben, de ontwikkelingen nauwelijks meer bij kunnen houden. Ook het jeugd- en jongerenwerk binnen de kerken (o.a. via de jeugdverenigingen) komt door deze veranderingen in de jeugdcultuur onder druk te staan. Het is belangrijk om hier aandacht aan te besteden, want het jongerenwerk was altijd één van de belangrijkste pijlers van de geloofsopvoeding van opgroeiende jongeren. Een werkgroep van de Evangelische Alliantie heeft zich met de veranderingen in de jeugdcultuur in de westerse samenleving bezig gehouden. De bevindingen van de werkgroep zijn in een boekje vastgelegd. In een serie van 3 artikelen besteden we in 'Opbouw' aandacht aan deze publikatie.

Supermarktcultuur: kiwi en patat mét
Het zojuist genoemde boekje (onder redactie van G.J. Blanken) heet: "Jeuqdwerk in een supermarktcultuur' 1. Over de vraag wat we met die supermarktcultuur bedoelen deed Ds. W. Smouter enkele jaren geleden op een congres van het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (1988) én op de ouderllnqenconterentle van 1990 een boekje open. Omdat niet iedereen een eigen 'Opbouw'- archief heeft, lichten .we uit de verslagen enkele uitspraken.
" "Mensen zoeken naar ervaring, ze maken echter zelden keuzen. Ze duwen hun karretje verder door de supermarkt van welzijn en geluk en nemen iedere keer een proefverpakking van een andere leer" (88/45). "Er is wel besef van God, jongeren hebben ook hun normen, maar de binding aan instituten is heel gering. Het meest opvallende is de verbrokkelde leefwereld die ertoe leidt dat jongeren het eens kunnen zijn met de prediking, zonder dat dit consequenties heeft voor hun dagelijkse leven.
Men neemt elementen over voorzover het aansluit bij het eigen gevoel" (90/ 13). "Veel jongeren hebben gaandeweg hun eigen normen ontwikkeld volgens hun eigen particuliere recept; ze knutselen zelf een private levensvisie in elkaar. We spreken van een gefragmentariseerde samenleving, waarbij we hap en snap onze eigen normen kiezen, ook al hangen die normen totaal niet met elkaar samen" (90/16). "Jongeren bleken in een bepaalde gemeente uiterst positief te denken over de kerkdiensten en de preken, terwijl hun meningen over ondermeer seksualiteit nauwelijks bleken af te wijken van wat in de maatschappij gangbaar is" (90/17). Met de supermarktcultuur wordt dus 'zoiets' bedoeld als het door de winkel van waarden en normen lopen en overal iets vandaan meenemen wat jou aanspreekt. Het opvallende is dat men heel verschillende 'producten' mee naar huis neemt, die soms nauwelijks bij elkaar lijken te passen. Je haalt bij wijze van spreken een kilo kiwi's omdat daar zoveel vitamine C in zit en loopt vervolgens naar de snackbar om als warme maaltijd van een portie patat mét te genieten. Zo gaat het ook met waarden en normen iri deze tijd. Een kraker die klassieke concerten bijwoont, een bankdirecteur die bij het grof vuil naar oud meubilair zoekt, een milieu-activist met 2 auto's voor de deur, een christen die actief lid is van de Socialistische Partij en wekelijks de Veronica-gids en Elsevier door de bus krijgt. 'Moet kunnen', zeggen we dan ....

Studie, doelstelling
Het boekje van Blanken e.a. kan gezien worden als een verslag van een uitgebreide studie naar de achtergronden van de huidige maatschappelijke veranderingen. De meeste hoofdstukken vatten kort de resultaten van wetenschappelijk onderzoek samen. Door de compacte opzet krijgt de lezer in een beperkt aantal bladzijden veel informatie voorgeschoteld. Een voordeel is dat de lezer zich snel een beeld kan vormen; voor mensen die niet gewend zijn om over dit onderwerp (verwant aan het vakgebied van de sociologie) te lezen kan het ook een nadeel zijn. Overigens denk ik dat het globaal genomen (ondanks de compacte stof) met de moeilijkheidsgraad van het boekje wel meevalt. Over de doelstelling van deze publicatie zijn de auteurs duidelijk: "Mensen die nu opgroeien in Nederland hebben er recht op om op een goede manier in aanraking te komen met het beste: het evangelie; de bekendmaking van een Naam (Jezus Christus) en van een gebeurtenis (de opstanding) die het begin kunnen betekenen van een nieuw leven" (12).

Deugdland
Het 2e en het 3e hoofdstuk van het boek schetsen de ontwikkeling van 'jeugdland'. Dat kinderen en jongeren apart worden behandeld, is een vrij recent, westers cultuurfenorneen" . In het begin van deze eeuw ontstonden er binnen die aparte jongerenwereld allerlei jongerenbewegingen, zoals 'De Arbeiders Jeugdcentraie' en 'De Jongelingsvereeniging op Gereformeerde Grondslag'. Deze jeugdbewegingen gingen uit van de eigen 'zuil'. Het behoeft geen betoog dat ze van enorme invloed zijn .geweest op een hele generatie jongeren. Binnen de verenigingen leerden jongeren 'in eigen milieu' omgaan met waarden, normen en idealen. De jeugdbewegingen hadden dan ook een duidelijk opvoedend karakter (en dat karakter werd niet onder stoelen of banken gestopt). Na de Tweede Wereldoorlog ontstaat er in de jaren '50 een 'tegencultuur': jongeren die zich onttrekken aan het pedagogische element van de jongerenbewegingen (de 'nozems' en later de 'provo-beweging'). Daarmee ontstaat de genotscultuur ('ik doe wat ik lekker vind') én de eerste contouren van de supermarktcultuur worden zichtbaar. Het zgn. 'open jongeren werk' uit de jaren '70 is geënt op deze ontwikkelingen.

Noten
1 N.a.V. G.J. Blanken (res.): Jeugdwerk in een supermarktcultuur. Over de nieuwe vorm van de jeugdcultuur en de Evangelische Jeugdbeweging. Uitgever: Kok Voorhoeve, Kampen, 1993 (verbo Reeks); 69 pagina's f 15,90.
2 Deze verslagen zijn terug te vinden in 'Opbouw' 1988/45 en 1990/13. De tekst van de lezing van Ds. W. Smouter op de ouderlingenconferentie werd gepubliceerd in de nummers 1990/16 en 1990/17.
3 Zie over de invloed van Rousseau: Vertellen of leren omgaan met teksten? In: Opbouw 1993/13.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief