Reis door Turkije (4)

1993-08-27
  • Jaargang 37
  • nummer 18
Naar Efeze In de buurt van Bergama (Pergamum) rustten we een paar dagen uit in het dorpje Dikili. We logeerden in een huisje op het strand, vlak bij de zee. We luierden er, lagen en zaten en gingen, toen we dachten dat we nodig weer eens wat moesten gaan doen, door het doorlopen.
Vanaf de weg leek het zo'n leuk dorpje, allemaal rode daken, maar toen we tussen de huizen door liepen, was het toch minder mooi dan we dachten. Slechte straten, bouwvallige huisjes, veel puin, maar ook vriendelijke mensen, pratende kinderen en een gezellig dorpsplein. En als je liet merken, dat je best eens in zo'n huisje naar binnen wou, dan kon dat ook. Geen wonder, dat het leven in zo'n dorpje zich op straat afspeelt, want binnen is het klein en het staat er beslist niet vol met meubels. Maar de moskee was mooi; daar hebben ze best iets voor over.
En toen gingen we op weg naar Efeze. We passeerden Izmir (Smyrna), maar stopten er niet, omdat we er later nog zouden komen. En zo kwamen we in Selcuk, een leuke plaats, waar ooievaars huizen op restanten van een oud aquaduct. En vlakbij Selcuk liggen de restanten van het oude Efeze. Maar er is meer. In een dorpje boven op een berg, 35 km van Selcuk, staat een huisje waarvan wordt gezegd, dat daar Maria, de moeder van de Heiland, heeft gewoond en is gestorven. In Joh. 19:27 wordt gezegd, dat Johannes Maria in zijn huis nam. Bekend is, dat Johannes in Efeze heeft gewoond en op grond daarvan is men gaan veronderstellen, dat Maria ook in Efeze heeft gewoond. Zeker is dat niet, want in Jeruzalem is een aan Maria gewijde kerk, waarvan wordt gezegd, dat op die plaats Maria is gestorven.
En misschien zijn beide veronderstellingen wel onjuist.
In ieder geval is in het dorpje Meryemana een huisje op 500 meter hoogte, dat bekend staat als het Maria-huisje.
Men heeft er een kapelletje van gemaakt en jaarlijks komen er heel wat bedevaartgangers, zelfs moslims, die Maria gedenken als de moeder van de profeet Jezus. En omdat een kapelletje alleen ook niet zoveel is, is er ook nog een bron, waarvan wordt gezegd, dat het water genezend werkt bij huidziekten. En omdat er altijd mensen zijn, die aan dergelijke verhalen wat willen verdienen, worden er ansichtkaarten en souvenirs verkocht. Wij gingen ook de berg op. Het huisje ligt er prachtig, te midden van lage en hoge bomen. Het kapelletje heeft een halletje en daarachter is een kleine woonkamer met een altaar. Er staat een Mariabeeld zonder handen. Ongeveer 1920werd dit beeld zonder handen gevonden in de directe omgeving.
Paus Paulus VI is op 26 juli 1967 hier geweest en hij heeft tijdens zijn bezoek een lamp geschonken, die in een nis is opgehangen. Je kunt je afvragen, hoe men er nu op gekomen is om dit oude gebouwtje aan te wijzen als het huisje van Maria. Nou, dat ging zo. In 1890 werden de visioenen van een duitse kloosterzuster, die leefde van 1774- 1824, openbaar gemaakt. Zij heeft nauwkeurig de plek beschreven, hoewel ze er zelf nooit is geweest, waar het huisje van Maria zou zijn te vinden.
Achter de kapel, waar enkele Belgische kloosterzusters wonen, kun je naar beneden lopen. Daar zijn drie kraantjes, waaruit bronwater komt. Nu had m'n vrouw al enkele dagen last van haar huid - een arts in Dikili wist de narigheid te bezweren door het geven van een calciuminjectie - en waarom zou je niet water uit die kraan over je armen en benen laten lopen? Aldus gedaan. Zonder resultaat. Gelukkig maar. Het 'geloof' was er blijkbaar niet. Maar goed ook!

De apostel Johannes heeft zijn laatste levensjaren in Efeze gewoond en is daar ook begraven. De geleerden zijn het er niet over eens waar het graf precies was. In ieder geval werd in de tweede eeuw op de plaats waar men .
meende, dat Johannes begraven lag, een kerk gebouwd, bovenop een heuvel. In de 6e eeuw werd dit gebouw vervangen door een grote basiliek van 110 bij 40 meter. Van deze Johannesbasiliek zijn grote delen bewaard gebleven of weer opgegraven. Bouwstukken met een kruis er op zijn zichtbare tekenen van de christelijke gemeente, die hier eens samen kwam om naar Gods Woord te luisteren. Johannes heeft in zijn brief (Openb. 2:1 e.v.) mooie dingen gezegd van de gemeente in Efeze, maar haar ook gewaarschuwd. De gemeente heeft haar eerste liefde prijsgegeven. En dan waarschuwt Johannes (vertaling C. van der Waal in zijn 'Openbaring van Jezus Christus'): "Herinner u dan van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en de eerste werken moet gij doen. Maar zo niet, dan kom ik tot u en zal verwijderen uw kandelaar van zijn plaats."
Van de gemeente van Christus is niets meer over. Reeds in de zevende eeuw kwamen de perzen en later de Arabieren, die de islam wilden verbreiden. Weer later, in de elfde eeuw kwamen de Seldsjoeken, die zich fel keerden tegen de christenen. Weer later kwamen de Osmanen, die op verschillende plaatsen de christenen hun kerken lieten behouden, maar hen ook vervolgden. Hoe dat precies in Efeze ging weten we niet. Bekend is, dat de Johanneskerk in 1330 werd veranderd in een moskee, hetgeen met de nodige vernielingen gepaard ging. Is de gemeente ontrouw geworden? Is de kandelaar weggenomen door afval?
Het kan, maar we weten het niet. Niet elke waarschuwing hoeft uitgevoerd te zijn. Zeker is, dat zij, die trouw bleven, te eten krijgen van de boom des levens, die in het paradijs van God is!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief