De Here, Here-zeggers
1993-09-10
Onlangs uitte minister-president Lubbers zich kritisch over lieden die hij aanduidde als 'Here, Here-zeggers', Daarover zijn hem vragen gesteld, zaak waarom het ging laat ik hier zitten, Bij de lezing van Matteüs 7 trof het me dat de Here Jezus zegt, dat het er 'VELEN' zijn. Het schokkende is dat deze christenen voor 100% orthodox zijn, Ze belijden de waarheid over de persoon van Jezus Christus. Hij is inderdaad de Here, Here. Desondanks worden zij afgewezen als 'werkers der ongerechtigheid', Dat is een ontzaglijk hard oordeel. Het komt uit psalm 6, Daar gaat het over broedermoordenaars, De vraag is: kunnen ware profeten broedermoordenaars zijn? Zijn ze er zelfs in groten getale? De Heer geeft drie krasse voorbeelden. Er zijn er die op die dag zeggen: Here, Here, hebben we niet in uw naam geprofeteerd? En de Heer zal het niet ontkennen. Deze profeten zijn gevierde predikers geweest. Alom geachte en gevierde kanselredenaars, die met gloed en verve de oude waarheid hebben verkondigd en de gemeente hebben doen zingen van ontferming en verlossing door het bloed van Golgotha. Toch worden ze afgewezen, Hoe is dat nu mogelijk? Er zullen er zijn die zeggen: Hebben we niet in uw naam boze geesten uitgeworpen?- Jaargang 37
- nummer 19
Ook dat ontkent Jezus niet. Stakkers van mensen kronkelen aan hun voeten, met schuim op de lippen. De profeten vatten hen bij de hand en onder het uitspreken van de machtswoorden: "Boze geest, in de naam van Jezus beveel ik u, ga uit van hem en kom niet weer in hem", drijven ze de boze geest uit en de bezetene staat daar, gezond en goed bij zijn verstand. Moeten zulke machtige mannen nu uitgewezen worden? Wat hebben ze misdaan? En er zullen zijn, die in de naam van Jezus grote krachten hebben gedaan. Misschien hebben ze kankergezwellen laten verdwijnen in de naam van Jezus,' Jezus ontkent het niet. Toch worden ze afgewezen. Hoe is dat nu mogelijk? Hoe kunnen vrome mannen zo slecht en bedorven zijn? Hoe steekt dat psychologisch in elkaar? Kan ik dat begrijpen? Hadden die mannen kunnen weten dat ze zichzelf bedrogen? Zou hun lot ook mij kunnen treffen?
Deze vragen klemmen te meer, als we letten op de enorme teleurstelling die zich van deze profeten meester maakt, als de Heer hen afwijst. Ze zijn het met het oordeel van de grote scheidsrechter niet eens. Ze zeggen: "Uw waarneming is niet in orde. Want hebben we niet... enz.". Precies zo gaat het in het beeldverhaal van Mt. 25 als de rechter de schapen rechts en de bokken links van zich zet. Dan vragen de bokken: "Maar wanneer is dat dan gebeurd dat we u naakt hebben gezien en hebben u niet gekleed? En in de gevangenis en hebben u niet opgezocht?" U hoort de diepe teleurstelling in hun stem. Als ze nu ergens op gerekend hadden, dan niet dat! Dat ZIJ zouden worden afgewezen is in hun hoofd niet opgekomen!!
Geen seconde, Dat is een angstige situatie, Ouderwetse mensen hebben het dan over met een ingebeelde hemel naar de hel gaan. Zou dat 90k mij kunnen overkomen? En zijn het er echt 'velen' die dat oordeel zal treffen?
Het antwoord is niet moeilijk te geven. Het zit daarop vast dat alles wat met .vroomheid en religie te maken heeft, doodgevaarlijk gaat worden als die vrome zaken onze hobby, onze onheilige hartstocht worden, Neem de heilige godgeleerdheid. Stel een professor is voor 100% orthodox, Hij schrijft fantastische commentaren en wordt door ieder in de kerk hemelhoog geprezen. Maar de gereformeerde theologie wordt zijn genot. Evenals de lof die hij daarop oogst.
Dan is het ongeluk gebeurd: hij heeft het grote gebod overtreden: hij heeft de Here niet liefgehad boven alles en zijn naaste niet als zichzelf, En wordt huichelaar en corrupt. Neem de dominee. Als het hem gegeven wordt, de waarheid Gods kristalhelder uiteen te zetten, als de hoorders aan zijn lippen hangen, en het voor hem een sensatie wordt op te treden, als zelfs het brengen van een doodernstige boodschap hem een stuk genot bezorgt,... is het onheil geschied, Hij heeft het grote gebod overtreden, Hi] kan nu zo maar mensenmoorder worden, en valt onder de dreiging van Openb. 2, 4, 5: U hebt uw eerste liefde verlaten, Gedenk van welke hoogte gij gevallen zijt!
Neem geloof, kerk en belijdenis. Als geloof echt geloof is, vergeet het zichzelf en Christus wordt alles, Maar als geloof aandacht krijgt voor zichzelf en zegt: "Ik geloof; ik ben best blij met . mijn geloof; het geeft me zekerheid dat ik geloof; het zit met mij stellig goed!" ...dan is het weer gebeurd. Of als de kerk op een subtiele, ondergrondse manier, (meer dan) tevreden wordt met zichzelf: "Wij zijn kerk; wij zijn orthodox; wij handhaven de ware belijdenis; het kan bij ons niet meer stuk!" ...dan heeft het onheil zich voltrokken. Corruptie is dan onontkoombaar.
Paulus brengt het zelfbedrog waarom het hier gaat vlijmscherp onder woorden als hij in 1 Kor. 13 zegt: Het is mogelijk, dat u, gevierde prediker, het evangelie onder woorden brengt met de stem van mensen en engelen (geweldiger is niet mogelijk!), maar dat u de liefde niet hebt. Dan bent u een dreunende gong, een schetterende cimbaal.
Het is mogelijk dat u, geleerde professor, alle diepten doorgrondt en alles weet wat te weten is, maar dat u de liefde niet hebt. Dan bent u waardeloos. En u, charismaticus, misschien hebt u zo'n machtig geloof, dat u bergen verzet (en wie weet: gezwellen laat verdwijnen!), maar u hebt de liefde niet. Dan bent u niets. En jij hulpverlener (wat is het fijn dat er zoveel hulpverleners zijn!), het is mogelijk dat je alles wat je hebt aan de armen geeft en dat je zelfs je lichaam overgeeft om verbrand te worden (je verteert je krachten in de dienst aan de naaste), maar... het is je hobby geworden... je hebt de liefde niet. Dan ben je waardeloos.
Een mens kan weten of het zo met hem staat. Judas is na de uitzending van de discipelen juichend bij Jezus teruggekomen met de kreet: "Ook de boze geesten waren ons onderworpen" (Lc. 10,17), maar hij had kunnen weten dat het hem te doen was om gelding en geld.
Dus moet ik, de dominee, mezelf voortdurend kcritisch onder de loupe nemen (zelfonderzoek heet dat) en mezelf oprecht afvragen: "Waarom doe ik het? Heb ik de gemeente nog echt lief? Zou ik me ook zo inspannen als de dood er op stond? Als ik geen enkel honorarium ontving? Als de bijval ontbrak?" De werkers bij de christelijke radio en TV moeten zich telkens afvragen: "Zou ik me ook zo inspannen, als ik niet op de buis kwam, en geen fantastische carrière kon maken bij de omroep? Heb ik de gemeente en de Here Jezus echt lief? Hoór ik nog tot de reinen van hart en bid ik om het steeds meer te mogen worden?"
Dit zelfonderzoek dringt. Want 'Here, Here-zeggers' zijn er velen, zegt Jezus.